Eurovisiesongfestival (3)

De Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival wordt afwisselend afgevaardigd door de VRT en de RTBF. Hoe werd dat in het verleden zoal aangepakt? Een artiest aanduiden met een liedje, en vooruit met de geit, da’s het eenvoudigste. Eén artiest aanduiden en die verschillende liedjes laten brengen en dan daaruit eentje kiezen. Is ook al gebeurd. Een aantal artiesten twee of drie liedjes laten brengen en daaruit dan een winnaar en een winnend liedje kiezen. Ook. Of er een heuse competitie van maken met preselecties, halve finales en een finale. Veruit de meest spectaculaire werkwijze, zeker als je zorgt voor een jury met uiteenlopende karakters en meningen, met daarin minstens één iemand die nooit een blad voor de mond neemt – laten we dat jurylid Marcel Vanthilt noemen – en een zaal vol opgefokte familieleden, vrienden, buren… die elk woord van elk jurylid trakteren op gejuich of gejoel, al naargelang het hun geliefde kandidaat goed of slecht uitkomt. Voeg daar dan nog een obscure televoting aan toe en het feest is compleet. De televisiekijker heeft ook een stem in het kapittel, meestal minstens evenwaardig aan de stem van de jury. Fons en Arlette, thuis in hun canapé, moeten het gevoel hebben dat zij het zijn, die een Belgische artiest sturen naar het Eurovisiesongfestival in Dublin, Oslo, Rome, Rotterdam of godbetert Jeruzalem.

Televoting is obscuur, omdat niemand precies weet of de registratie van de telefoontjes wel correct gebeurt. Er is een gerechtsdeurwaarder aanwezig, maar is die wel zuiver op de graat? Televoting is niet alleen obscuur maar ook oneerlijk. Je zal als begenadigde nachtegaal, enig kind en een beetje een kluizenaar, want altijd bezig in de studio met keigoede nummers te fabriceren, maar moeten optornen tegen Kwasi Tevoko, Belgische jodelaar van Zambiaanse afkomst, met 11 broers, 16 zussen, 34 nonkels en tantes, en 173 neven en nichten, die allemaal met hun gratis telefoonabonnement van het OCMW de hele avond non-stop bellen om de trots van de familie, die nog geen hoge do van een lage la kan onderscheiden, naar Dublin, Oslo, Rome, Rotterdam of godbetert Jeruzalem te televoten.

Is het eigenlijke Eurovisiesongfestival in wezen een saaie gebeurtenis, bestaande uit een opeenvolging van introducties van de deelnemers – altijd zijn dat grappig bedoelde filmpjes die niet doen wat ze beogen, namelijk grappig zijn – , de liedjes van de deelnemers en ten slotte de puntentelling – altijd met in sommige landen een leuke puntenmededeler die niet slaagt in wat hij beoogt, namelijk grappig zijn, en dan maar afsluit met een complimentje aan het adres van de gastvrouw van het organiserende land, hoe wonderful ze er wel niet uitziet – , dan staat zo’n nationale preselectie wél garant voor vuurwerk. Zo was het ook in het jaar 1999, het fameuze jaar dat, na het afscheuren van het allerlaatste blaadje van de Druivelaar, misschien wel of misschien niet zou overgaan in het jaar 2000, maar niet zonder dat eerst alle computers op aarde op hol zouden slaan en we veel kans maakten dat er ineens pardoes een vliegtuig uit de lucht pardoes op ons hoofd zou vallen.

Als u mij vraagt: Philip, wat is volgens u het beste Belgische Eurosong-lied aller tijden, dan neem ik u mee naar het jaar 1999. Neen, niet ‘Like the Wind’ van de menselijke windmolen Vanessa Chinitor, dat uiteindelijk naar Jeruzalem mocht om daar een amper opgemerkt briesje te laten waaien. Mijn beste Belgische Eurosong-lied ever is er een dat de nationale selectie niet overleefde. In 1999 werd Alana Dante met ‘Get Ready for the Sunsand’ pas derde, tot onvrede van velen, niet in het minst van jurylid Marcel Vanthilt en van mezelf. Tijdens de preselecties en de halve finale gebruikte Alana Dante een ‘machientje’ waarvan ik nog altijd niet precies weet wat het is, een soort stemvervormer die in het nummer heel even werd gebruikt, vermoed ik. Eén jurylid, de hoogst ergerlijke Mark Coenegracht, kraakte haar volledig af en trachtte het publiek wijs te maken dat ze niet zelf zong. In de finale deed ze het zonder dat machientje, ze deed het goed, dat moest Coenegracht ook toegeven, maar hij trapte nog een laatste maal na. Velen waren en zijn er nog altijd van overtuigd dat ‘Get Ready for the Sunsand’, een geweldig uptempo-nummer (vergelijkbaar met Ooh Aah… Just A Little Bit van Gina G, dat in 1996 ook niet won, maar wel een grote hit werd) hoge ogen had kunnen gooien in Jeruzalem. In de plaats daarvan werd het de scheet in de fles ‘Like the Wind’ genaamd. Blijkbaar heeft Vanessa Chinitor 11 broers, 16 zussen, 34 nonkels en tantes, en 173 neven en nichten. Welk telefoonabonnement die hebben is mij niet bekend.

Kijk hieronder naar de finale van de Belgische preselectie. ‘Get Ready for the Sunsand’ komt aan bod vanaf minuut 37:37.

Alles over België op het Eurovisiesongfestival vind je op deze pagina. Onderaan de pagina klikken op de jaartallen voor informatie over de Belgische preselecties.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s