Retoriek moet je bestrijden met retoriek

Toen zijn baas eindelijk een einde breide aan zijn reprimande en zelfvoldaan achterover leunde om nog wat na te genieten van zijn kordate welbespraaktheid, liet Abel Landsheere een strategische stilte vallen. Toen de directeur nog verder achterover leunde en zijn prooi monkelend monsterde, kreeg Abel ineens zin om hem een trap in zijn ballen te geven, maar Abel liet dat na, want hij was een zachtaardig type en bovendien van mening dat retoriek met retoriek moet worden bestreden.

Hij haalde diep adem en zei toen met vaste stem: ‘Mijnheer de directeur, wat u mij verwijt is wel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel vooringenomen en heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel heel erg niet op feiten gebaseerd en nog veel meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer …’

Dat de grote baas Abel tijdens diens repliek een keer of vijf probeerde te onderbreken, vond Abel bijzonder onbeschoft. Maar Abel liet zich het woord niet ontfutselen. Hij had het recht om zijn visie op de feiten weer te geven.

‘… meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer meer…’

Omstreeks lunchuur zuchtte de directeur diep, stond op, nam zijn jas en verliet de kamer. Abel liet zijn woorden uitfaden, hij kon toch moeilijk tegen de muren praten, en toen werd het stil, op het geklingel van een verre kerkklok na. Mij onderbreken, tot daar aan toe, dacht Abel, maar mij niet eens laten uitspreken, hoe durft hij, de brutale vlerk. Ik had mijn zachtmoedige inborst en mijn zin voor redelijkheid beter opzij gezet en hem alsnog die trap in zijn ballen moeten geven.

===================

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s