Inleiding bij de dichtbundel ‘U kunt uw lichaam hier achterlaten’ van Tania Verhelst

Op zondag 22 mei 2022 werd in jeugdherberg De Snuffel te Brugge de nieuwe dichtbundel van Tania Verhelst voorgesteld. Ik mocht de bundel inleiden.

Goeiemorgen vrienden en vriendinnen van de poëzie

Wat is de link tussen Mini-Europa, de Nederlandse schlagerzanger René Froger en Tania Verhelst? U komt het zo dadelijk te weten.

Ik hoorde voor het eerst van Tania Verhelst in 2016. De dag vóór mijn verjaardag stuurde ze me een mail als reactie op mijn mail met praktische afspraken voor de poëziecursus die ik gaf en waarvoor zij zich had ingeschreven. De dag na mijn verjaardag ontmoette ik Tania op de eerste les van die cursus in de lokalen van Avansa Brugge, toen nog Vormingplus.

Hoewel ze verre van een tafelspringster is, ontpopte Tania zich tijdens die cursus als de leading lady van de klas. Later maakte ze ook deel uit van het Poëzieatelier Brugge. Ze viel op door sterke gedichten aan de groep voor te leggen. Ze was gedreven en gulzig naar feedback.

U kunt uw lichaam hier achterlaten, zo heet de nieuwe bundel van Tania Verhelst. Een bundel van Tania inleiden is eigenlijk geen cadeau. Of net wel, het is maar hoe je het bekijkt. Geen cadeau omdat de poëzie van Tania Verhelst veel facetten bevat, die ik als inleider in de tijd die mij is toegemeten alle zou moeten aansnijden, een zware, haast onmogelijke opdracht. Wél een cadeau omdat de poëzie van Tania Verhelst veel facetten bevat, die ik als inleider in de tijd die mij is toegemeten mag aansnijden, een zware, maar niet onmogelijke opdracht.

Tania Verhelst is behalve dichter ook beeldend kunstenaar. De twee disciplines vloeien in elkaar over. Wat mij frappeert in de poëzie van Tania is de manier waarop zij haar wereld ordent en overzichtelijk maakt, net zoals ze dat doet met het maagdelijke blad of het schilderdoek als ze daar haar potloden, penselen, stiften en kwasten op loslaat. Ordenen en overzichtelijk maken is de eerste stap naar het grijpen en begrijpen van de dingen, de mensen, de wereld.

Ik heb mijn betoog opgedeeld in vier rubrieken, dit om het … euh … wat te ordenen en overzichtelijk te maken. De titel van deel 1 is …

GEOMETRIE

Heette haar eerste bundel al Twee helften, in haar nieuwe staat een gedicht met als titel ‘Het halve huis’. Ik citeer de drie openingsregels: aan de voet van de berg staat een huis / in de ene helft woont een man en in de andere helft een vrouw / enkel over de middag ontmoeten ze elkaar aan een ronde tafel. Einde citaat. Elk een half huis, een ronde tafel om elkaar te ontmoeten, dat is ordelijk en ordentelijk.

In het gedicht ‘Op drift’ lees ik: weet je nog toen de weg nog opgevouwen of iets was om aan elkaar uit te leggen. Ja, zo is dat. Landkaarten kon je opvouwen en in je zak steken. Je kon ze openvouwen op de motorkap van je auto en met je vinger over de kaart glijden om de weg te zoeken of aan iemand uit te leggen. Zo’n wegenkaart, met die lijnen en stipjes en kleurtjes, dat was pure kunst. Niet alleen worden de wegen opgevouwen, in dit gedicht wordt de verte opgerold en onder de oksels gestoken. In een ander gedicht is de horizon gemaakt van punten om in te verdwijnen. De zon wordt uitgeknipt en in een boek geplakt. De regen wordt een morsecode.

Er wordt verwezen naar het schaakspel. Schaken doe je op een schaakbord, alweer een begrensd vlak dat bovendien verdeeld is in vakjes. Ik citeer: lang leefden wij op een schaakbord / in een kudde van hout / wij sloten ons op in de kamers van ons vak, en in het gedicht ‘De voorbijgangers’ staat: mensen gaan voorbij, op zoek naar een land waar je nog tussen de schaakstukken kunt wonen / waar het stilleven nog niet verbannen is tot de rotonde van een schaal of de kooi van een etalage / al dan niet verlicht. Een kudde, een vak, een rotonde, een kooi, een etalage. Al deze woorden verwijzen naar een afgebakende ruimte waarbij de afbakening helpt om het overzicht te bewaren.

Angsten worden aanschouwelijk gemaakt en in een visbokaal gevangen gezet. Een visbokaal is wederom een kleine, begrensde, overzichtelijke ruimte. Ik citeer uit het gedicht ‘Twee vissen’: een man heeft twee vissen: Claus en Aagje, genoemd naar zijn angsten, claustro- en agorafobie. Vrees voor kleine en voor grote ruimten, alweer twee begrippen die binnen het thema passen.

Niet alleen de wereld moet geometrisch gevat worden, ook de relatie tussen twee mensen wordt meetkundig voorgesteld in de verzen: misschien lijken wij nog het meeste op twee gelijkbenige driehoeken / die proberen minder scherp te zijn.

Over naar het tweede deel, dat heet …

KLEIN

Het landschap past in de top van je vinger, lees ik in het gedicht ‘Plots’. En in het gedicht ‘Binnen de omtrek van een hand’ – let op de titel – staat: bomen passen als kralen in je hand / met een spoorlijn rijg je ze aan elkaar.

Zou de grote Tania liefst van al in een soort van Mini-Europa leven, een wereld als een maquette, vakkundig ontworpen met behulp van passer, lat en meetdriehoek? En in die miniwereld ook een minibestaan leiden? Zou het niet mooi zijn als we eendagsvlinders waren, vraagt ze zich af. Elke dag opnieuw beginnen, zonder herinneringen, zonder verwachtingen? Elke dag opnieuw verwondering om al de dingen om ons heen.

Het thema ‘klein en overzichtelijk’ komt helder tot uiting in het gedicht ‘De bijsluiter’. De openingsregels luiden: van alle letters, hou ik het meeste van de kleine / de kleine lettertjes, bedoeld om niet te lezen / de wegwerplyriek / zo koop ik bijvoorbeeld thee, spirituele thee / aan elk zakje hangt een touwtje met een spreuk zoals bijvoorbeeld you are one / en ik voel mij one voor de duur van de tijd van een kopje thee. Ik weet niet of het zich one voelen zoals de spreuk het voorschrijft cynisch bedoeld is, ik denk het eerlijk gezegd niet. Ik denk dat Tania meer ontvankelijk is voor spiritualiteit van den Aldi dan ik, maar oké … You are one. Drie simpele woorden, een helder en – daar ben ik weer – overzichtelijk zinnetje.

Verder in dit gedicht rijst er een probleem. De dichter stuit op een resem moeilijke termen op etiketten. Een etiket, opnieuw een afbakening. Maar die moeilijke woorden en termen, dat is andere koek. Die worden haar te machtig. Ze moet ze opschrijven en uitspellen om ze onder controle te krijgen. Ik citeer: ik lees de magische formules op etiketten / de mooiste namen schrijf ik op en spel ik voor mij uit / cyclopentasiloxane, carbomer tromethamine, dimethiconol methylparaben / phenoxyethanol polyglyceryl polyquaternium, potassium sorbate, carboxaldehyde / dit zijn enkele ingrediënten uit ma vie, bodylotion van hugo boss.

Nog altijd uit hetzelfde gedicht: en het moeten zelfs geen letters te zijn, verkeerstekens mogen ook, niet van die grote / maar de kleine verkeerstekens op flapjes genaaid aan de binnenkant van kleren / tussen zoom en naad en nek waar ze ijverig in de weg zitten / het zijn de postmoderne hiërogliefen die je wegwijs moeten maken in een wasmachine of een droogtrommel. Het gedicht eindigt met: maar van alle kleine letters, hou ik het meest van de allerallerallerkleinste / bedoeld om niet en nooit te lezen: de letters van de bij-slui-ter.

Ongetwijfeld zijn er heel wat mensen die de wasvoorschriften in kledij en de informatie van een bijsluiter geen blik gunnen. Maar iemand heeft zich de moeite getroost om die tekens te maken en in te naaien, die teksten te maken en die bijsluiter te vouwen tot die in de verpakking past. Het zijn tekens en woorden die richting geven. Tania merkt ze op. Zij hecht er waarde aan. Tania is de beschermvrouwe van het kleine.

NIETS MET JOU

Het derde deel van mijn betoog heet ‘Niets met jou’. Ik zie sommigen in de zaal nu extra hun oren spitsen. Niets met jou was de titel van mijn eigen debuutbundel. Velen zagen in die titel een negatieve connotatie, in de zin van ‘Ik wil niets met jou te maken hebben.’ Dat was niet zo. Ik bedoelde met die titel dat het mooiste wat je met iemand kunt delen het niets is, de leegte, het niet-zijn als het ware. Ik vind dat verlangen naar het verdwijnen, het uitvlakken van de dingen ook terug bij Tania.

Schrijf mij wanneer je niet meer bent, staat er ergens in de bundel. In het gedicht ‘Loos’ lees ik u kunt uw lichaam hier achterlaten, zeiden ze / echt waar, ze zeiden: / u kunt uw lichaam hier achterlaten / en jij vroeg: bent u dat zeker, bedoelt u niet mijn jas, / mijn hoed, mijn handschoenen, mijn paraplu? / nee nee, uw lichaam zeiden zij, / u kunt uw lichaam hier achterlaten / en het klonk niet als een verzoek / dus liet je het achter aan een kapstok / in ruil voor een jeton.

Met die jeton werp ik al een blik vooruit naar deel 4 van mijn betoog waarin ik het zal hebben over de zachte rebellie van deze dichter, de verwondering om en de onaangepastheid aan een wereld waar veel draait om consumeren en materialisme. De humor ook die daaruit voortvloeit.         

Het kleine, het verdwijnen, het onopgemerkt willen leven en daar de vruchten van plukken, ondanks mogelijke tegenslagen, het komt allemaal samen in het gedicht ‘Gelukkig’: de gelukkigste man ter wereld woont in een kleine flat in een onbekend land / hij is gescheiden en leeft samen met zijn zieke zoon / hij weet niet waarom hij gelukkig is / het is sterker dan hem zelf, hij kan er niets aan doen.

Ik moest denken aan een flard tekst uit het lied Alles kan een mens gelukkig maken van René Froger. Een knaller van een hit uit 1989, da’s lang geleden voor de jonkies hier aanwezig. Daarom zal ik de bewuste passage proberen te zingen, hoewel ik niet kan zingen: een eigen huis / een plek onder de zon / en altijd iemand in de buurt / die van me houden kon / – en nu komt het – toch wou ik dat ik net iets vaker / iets vaker simpelweg gelukkig was / oohhh. Toch wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was. Tania Verhelst meets René Froger, wie had dat gedacht?

In een ander gedicht verloor iemand een boek in een park. Er hangt een briefje aan een bank, of de vinder wil telefoneren om de teruggave van het boek af te spreken. Een man vindt het boek niet, maar belt toch naar de persoon die de boodschap achterliet. Ik citeer: hij weet niet waarom want het boek heeft hij niet / misschien gewoon om te horen hoe een stem klinkt / van iemand die op een maandag in een park een boek heeft verloren.

Klinkt hier een zweem van eenzaamheid door? Op dan maar naar het vierde en laatste deel van mijn betoog met als titel:

EEN MENS IS EEN MENS EN HIJ IS EENZAAM

Citaat: mensen gaan voorbij, slenteren struikelen spartelen voorbij, slechts verbonden door muzak / of een grijsgedraaide Novastar: the best has yet to come en je vraagt je af wat the best is en waar yet ligt / waarom mensen zo onherroepelijk voorbij / waarom ze zichzelf herhalen in kinderenenkinderenenachterkleinkinderenvankinderen.

De dichter lijkt de hoofdpersoon in een videoclip, die onbewogen en stokstijf in het midden van het beeld staat terwijl voor, achter en rond haar de anderen in een hevig versneld tempo van links naar rechts en van rechts naar links hollen. Waar dient dit alles voor, al dat gedoe? Een dichter die het zich nooit afvraagt kan zich onmogelijk een dichter noemen.

Een citaat uit het gedicht ‘Het tijdperk van afzonderlijk’: sinds wanneer zijn we eenzaam geworden ik bedoel niet gewoon eenzaam / zoals we dat altijd al zijn geweest maar eenzaam omdat we met zoveel omdat we elkaar teveel // is het begonnen sinds we pillen Afzonderlijk in een strip en koekjes Afzonderlijk in plastic hoezen verpakken.

‘Afzonderlijk’ staat met een hoofdletter om het te benadrukken enerzijds en het af te zonderen anderzijds. We zijn altijd al eenzaam geweest, stelt de dichter, we worden immers alleen geboren en gaan alleen terug dood. Ouders, kinderen en kleinkinderen kunnen daar niks aan veranderen. Maar die aangeboren eenzaamheid, die op zich best te dragen is, heeft nog een extra ‘coucheke’ gekregen. De wereld is groot en complex, er zijn overal te veel mensen, en in tegenstelling tot wat je zou denken verzachten die anderen de eenzaamheid niet. Iedere mens is een in plastic verpakt koekje.

In het al eerder genoemde gedicht ‘Het halve huis’ loopt de communicatie tussen de man en de vrouw bijzonder stroef. Ze leven en praten naast elkaar. Maar zelfs communicatie is geen remedie tegen eenzaamheid. Het is heel vaak overbodig bla bla bla.

Geniet Tania van deze middag? Jazeker, met volle teugen, maar dit feest moet geen drie dagen duren. Stilletjes verlangt ze er al naar om straks met Paul in haar zetel te zitten. Of om in complete stilte in de weer te zijn met haar potloden en penselen. Ik herken het gevoel, want ik ben zelf zo. Ik kan genieten van een scheut sociaal gedoe, zoals nu, maar met mate, in de juiste dosering, met de juiste mensen, in de juiste omstandigheden. Ik ben u niet beu, nog lang niet. U mij misschien wel, maar ik kom stilaan tot het einde van mijn bla bla bla.

Ik houd veel van de humor van Tania, die in vlagen in deze gedichten tot uiting komt. De humor spruit voort uit een observatie, een situatie of de interpretatie ervan. Tania stelt dingen aan de kaak, noem het voor mijn part maatschappijkritiek, maar ze doet dat op zijn Tania’s, niet hard of brutaal, maar slim en gewiekst. In het gedicht ‘Gelieve u eerst aan te melden’ staan volgende regels: een stad in een glazen bol, goed schudden voor gebruik en kijk / deze nacht van sneeuw is uw deel voor tien euro, en verder: tussen haakjes: mogen wij u erop attent maken dat uw winkelmandje nog steeds leeg is?, en ook nog dit: zelfs de zee is van u maar vanaf de branding moet u betalen.

Toen ik in het hoger middelbaar zat, was het woord ‘consumptiemaatschappij’ alom aanwezig. Wij waren tegen de consumptiemaatschappij, het zal wel zijn, zij was de bron van alle kwaad. Veertig jaar laten weten we tot wat het ongebreideld liberalisme heeft geleid. Tania, het doet mij deugd om in jouw bundel hier en daar nog eens zo’n ouderwetse uppercut op de smoel van de consumptiemaatschappij te mogen aantreffen.

Tania lijkt mij iemand die in een discussie haar tegenstander klem rijdt door heel voorzichtig argumenten op elkaar te stapelen. Veel liever zou ze een discussie uit de weg gaan, maar soms kan het niet anders. Helaas, omdat de holste vaten het luidst klinken, delft de beleefde, welopgevoede Tania met haar redelijke en haarfijne argumenten het onderspit. Dat is zo in het gedicht ‘De laatste dag van de magnolia’, mijn lievelingsgedicht, omdat ook ik van bomen houd en vind dat de natuur de natuur moet zijn. Waar gaat dit over? Een buurman wil een boom, de magnolia, wegdoen omdat hij te veel licht wegneemt. Het zou mij niet verbazen als dit gedicht op een echt gebeurd feit gebaseerd is. En dan volgen deze prachtige regels – hier is Tania aan het woord, ongetwijfeld. Met haar zachte stem en een geïrriteerde frons op haar gezicht zegt ze tegen de buurman: zou het kunnen dat alles licht wegneemt / dat bestaan licht wegnemen is / waarom niet de huizen wegnemen, de weg, de buren aan de overkant? // de buurman kijkt naar mij en glimlacht / hij heeft geleerd om te glimlachen naar vrouwen die zich druk maken / om een boom dan nog wel.

U kunt uw lichaam hier achterlaten. Maar neem het toch maar mee, anders hebben de mensen van De Snuffel straks nog een hoop opruimwerk. Maar vergeet zeker niet mee te nemen, de gelijknamige bundel, want die is meer dan de moeite waard om gelezen te worden en in uw boekenkast te prijken. Tania Verhelst schrijft krachtige, eigentijdse, persoonlijke poëzie die veel lezers verdient. Ik heb gezegd. Dank u voor uw aandacht.

Philip Hoorne

Union is een caféploeg

Mijn waardering voor voetbalploeg Union Saint-Gilloise, dat zomaar eventjes in het promovendusjaar kampioen zou gaan spelen, kreeg een knauw toen ik vernam dat er een documentaire over het team wordt gemaakt, die momenteel wordt uitgezonden op de openbare omroep. Ach, schei toch uit met die onzin.

Als je in zes (6!) uur voetballen, extra time niet meegerekend, geen doelpunt kunt maken tegen je grootste concurrent, dan kom je straks simpelweg dubbel en dik verdiend niet hoger dan de tweede plaats.

Felice Mazzu vond ik een toffe kerel tot hij met dat dansje begon. Dan zag je het ineens weer: Union is een caféploeg, die over enkele jaren terug zal uitkomen tegen VV Zenneboys en FC De Kadeekes.

En Undav & Vanzeir is eigenlijk een naam voor een net niet komisch duo, dat zich gespecialiseerd heeft in de slapstick. Undav is daarbij een kleine, corpulente, redelijke morsige, ingeweken Bulgaar die een soort Brussels patois met haar op debiteert, en Vanzeir is een lange, smalle, would-be aristocraat met bolhoed, strikje en moustache, die verzot is op Franse chansons.

Met deze wetenschap zult u de resterende twee play off-matchen niet meer met dezelfde ogen als voorheen naar Denis Undav en Dante Vanzeir kijken, als de eerste weer eens naast kopt en de tweede een strafschop rateert. Lachen!

Madness… Madness…

Ho, rustig maar, vriend. Je krijgt je Madness.

Als je het overbodige gebabbel buiten beschouwing laat, is dit een van de mooiste intro’s die ik ooit heb gehoord. Blazers in pop doen het altijd goed. En verder is Our House natuurlijk hun allerbeste song. Madness, pure madness.

Ik ben Johan

Wim Opbrouck, Gérard Depardieu, onlangs nog Jack Black en nu ook Johan Verminnen.

De twee mannen waren ons al voorbij gelopen. Een hield ineens halt en keek om, waarna de ander ook halt hield en omkeek. Ik voelde dat de mannen stopten met stappen en draaide me om in hun richting.

Een brede lach verscheen op het gezicht van de man die het eerst had omgekeken. Hij kwam naar me toe en zei: ‘Wat een eer u hier te ontmoeten, Johan Verminnen.’

Hij merkte aan mijn blik dat er iets niet pluis was. Hij vroeg: ‘U bent toch Johan Verminnen?’

Ik zei: ‘Neen, euh, ja, natuurlijk, wie anders?’ Je mag de blijdschap van mensen nooit fnuiken, die is soms al zo gering.

Waarna ik ‘Mooie dagen’ en ‘Ik wil de wereld zien’ zong, om te besluiten met het onvermijdelijke bisnummer ‘In de Rue des Bouchers’. Ik beloonde hun applaus met vrijkaarten voor mijn volgende show.

‘Corona’ mompelend weerde ik vakkundig de uitgestoken hand van de man en de aandrang om mij te omhelzen af, terwijl ik twee dingen dacht: 1) Ik weet van mezelf dat ik een dikke kop heb, maar Johan Verminnen? en 2) Leeft Johan Verminnen überhaupt nog of heb ik hier te maken met een necrofiel?

Collega Joeri, die getuige was van het voorval, vertelde het aan de anderen. Voortaan zal ik, op algemeen verzoek, elke redactievergadering openen met een Verminnen-lied. Volgende week wordt dat ‘Laat me nu toch niet alleen.’ Straks nog even oefenen zodat ik het kan brengen met de juiste emotionele snik in mijn stem, net zoals Johan.

Slisse & Cesar & Alec

Er zijn beelden vrijgegeven van het moment waarop Alec Baldwin verneemt dat hij een cameravrouw heeft doodgeschoten. Per ongeluk, daar twijfel ik niet aan.

Als ik het filmpje zie, weliswaar opgenomen vanuit een vogelperspectief, kan ik alleen maar denken: wat een slecht stukje amateurtoneel is me dat zeg. Die stoel naar achter schuiven, die hand voor de mond, het steels aankijken van de twee andere personen rond de tafel, de hand van de mond naar het voorhoofd brengen…

Maar precies door het zo slecht te spelen, doet Baldwin, mocht dit toch geen ongeluk zijn, het net heel goed. Een professioneel acteur zou nooit zo’n belabberde acteerprestatie afleveren. Dat is beneden zijn waardigheid.

Aan de andere kant kunnen we hier ook de omgekeerde psychologie op toepassen: door het zo slecht te brengen, is Baldwin net wel verdacht, want hij beseft dat hij een beetje moet stuntelen, en dat hebben die anderen natuurlijk meteen door.

Klopt het wat ik zeg? Ik zou het begot niet weten. Hoe dan ook, triestige zaak dit.

Arno heeft me altijd koud gelaten

Waar massahysterie heerst, moet er iemand zijn die tegengas geeft. Het zou een gedachte van Arno kunnen zijn. Maar sinds de bekendmaking van zijn ziekte, die hem gisteren fataal werd, is hij zelf de bron van massahysterie. Tijdens de rust van de voetbalwedstrijd RWDM-Seraing, werd er een minuut lang geapplaudisseerd voor Arno, waarschijnlijk door mensen die geen drie liedjes van hem kunnen opnoemen. Tja, dan weet je het wel. Hysterie dus.

Geen probleem, ik zorg wel voor een beetje tegengas.

Zowel de persoon Arno als zijn muziek heeft mij altijd koud gelaten. ‘Oh La La La’ is een energetisch staaltje muziek, maar vooral door de muziek, niet door het gebrul van Arno over de muziek heen. Een andere zanger had hier ook wel iets van gemaakt. De verdienste van Arno aan het nummer is gering, ook al staat hij vermeld als een van de auteurs.

‘Oh La La La’, ik heb het in mijn tienerjaren allicht te veel gehoord op fuiven en zo. Op den duur werd ik het kotsbeu, wat ik ook heb gehad met bijvoorbeeld ‘Bohemian Rhapsody’. Terwijl ik voor de vuist weg vijftig nummers kan noemen, die ik nog vaker heb gehoord en die mij altijd zijn blijven boeien en nog steeds.

De man werd een hype door zijn ‘kust mijn kloten’-attitude. Maar mij leek het meer een maniertje, zo van ‘kijk eens, ik ben Arno en ik ben een raren kwiet’. Rare kwieten die dat van zichzelf vinden, zijn geen rare kwieten. We noemen zoiets ‘imago’. Dat heen en weer zwaaien van de microfoonstandaard van de ene naar de andere hand, je kunt dit leuk en authentiek vinden, maar ik vond het op den duur een ergerlijke tic.

Een rebel? Enfant terrible? Laat me niet lachen. Arno werd geridderd en gelauwerd door half kale mannen in maatpakken met stropdassen, die hun eigen nulliteit even wilden vergeten door mee te surfen op de bekendheid van die ruige Oostendse Brusselaar. Zorro, Ivanhoe, Arno? Neen, echte rebellen laten zich niet ridderen, die nemen de medaille, leggen die op de grond en zetten er hun hak op.

Zie je John Lydon al geridderd worden? Lydon had, in tegenstelling tot Hintjens, ook écht iets te vertellen, in zijn muziek en daarbuiten, was bijvoorbeeld de eerste die de Top Of The Pops-pedofiel Jimmy Savile doorhad en omwille daarvan door de BBC gebannen werd. Van Arno herinner mij vooral onsamenhangend gewauwel, maar ja, het was Arno hé. Een man die stottert als hij spreekt, maar niet als hij zingt, is minder curieus dan het lijkt, maar gewauwel dat als gehakt stro uit een strot komt, of in volzinnen, het blijft gewauwel.

Arno is Luc De Vos revisited. Hoe ik over de Gorki-voorman denk, is ergens op dit weblog te lezen. Ik ben nog even door de muziek van Tjens Couter, T.C. Matic en Arno gegaan en ik vind niets wat mij echt raakt.

Desalniettemin, rust in vrede, meneer Hintjens.

Be smart, Wimbledon

Wimbledon bant alle Russische en Wit-Russische tennisspelers. Het is het enige toernooi dat dit doet. Er klinkt hier en daar afkeuring, want zijn die ballenmeppers ook niet een beetje het slachtoffer, sommige dan toch, van wat hun leider uitspookt, zo luidt het.

Wimbledon had dit slimmer kunnen aanpakken. Maak een verklaring waarin staat dat Poetin een war criminal is die een soevereine staat is binnengevallen en zich heeft schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden.

Leg die verklaring voor aan elke speler individueel, met op het einde de vraag of ze Poetin, of ingeval van de Wit-Russen hun eigen president, steunen of niet steunen. Maak de lijst van ja- en neen-stemmers publiek.

Zo laat je ze zelf kiezen. Makkelijk zat. Sluit ze niet uit, laat ze zichzelf uitsluiten. Of niet.

Het lijkt een beetje op dat trucje dat alom wordt gebruikt door managers en leidinggevenden. Als je hen de vraag stelt wat je met deze of gene kwestie moet doen, dan antwoorden ze met een wedervraag: ‘Wat zou je zelf doen?’ En als je je eigen visie geeft, dan komen ze alsnog met de hunne en hadden ze die vraag evengoed niet kunnen stellen. Of ze volgen blindelings wat de vraagsteller erover denkt, wat een vermoeden wekt van desinteresse of incompetentie van de manager in kwestie.

Jack & Jet

Mijn kapper vindt dat ik op Jack Black in The Holiday gelijk. Maar dan wel drie koppen groter.

We hadden al Depardieu en Opbrouck, nu komt Black daar nog eens bovenop. Wie maakt de Photoshop-oefening en stuurt mij het resultaat toe?

Ik ben een struisvogel. Ik kijk niet meer naar het journaal sinds die het uitbreken van die maffe oorlog.

In de tweede aflevering van De Jaren 80 voor tieners wist geen enkele tiener wie of wat U2 was.

Voor je iets eet het eerst fotograferen en op Instagram plaatsen, dat deden wij niet in de jaren ’80.

In de aflevering van Wereldrecord over Kim Clijsters ging het eerste half uur bijna uitsluitend over hoe goed Justine Henin wel was. En terecht.

Ik ging naar de bakker, bestelde een brood en vertrok. De bakker rende me achterna en zei dat ik nog moest betalen. ‘Moet dat dan?’ vroeg ik verbaasd.

Blijkbaar wordt alleen van dichters en schrijvers verwacht dat ze zich gratis ende voor niks voor allerlei karren laten spannen.

Ik heb een idee. Dat misschien nooit zal uitgewerkt worden.

Even mijn struisvogelhoofd uit de grond trekken om Youtube-gewijs een plaatje op te leggen vooraleer de wereld naar de kloten gaat.

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve (7)

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve. Sinds 1 april 2021 ben ik redacteur bij CM-Vlaanderen. Dit betekent dat ik onder andere artikels schrijf voor Leef, het gezondheidsmagazine van CM, en de Leef website.

Volgende week wordt in iedere Vlaamse brievenbus Leef nr. 4 gedropt. Het thema is #(im)perfect.

Op de backcover van het nummer staat een prachtige foto van Peter en Xander Scheldeman, vergezeld van een korte tekst. Xander is een jonge wielrenner, 16 jaar oud. Peter is zijn vader en mecanicien. Het gezin heeft een fietsenwinkel in Ardooie.

Online vindt u een langer artikel over het wielergezin Scheldeman. Xander, een tweedejaars nieuweling, doet het trouwens uitstekend. Onthouden die naam!

The Babys

Onlangs slopen die twee superhits van The Babys in mijn hoofd. Waar kwam dat ineens vandaan?

Het leek me goed om hier even een klein stukje aan te wijden, want man, wat zijn die goed. Hoe noem je dit soort muziek? Power rock ballads? De kracht die van deze nummers uitgaat, de stem van John Waite en niet te vergeten de backing vocals van The Babettes. Ik houd van backing vocals die in dialoog gaan met de lead zang en meer mogen dan eens ooooh en aaaah zingen. Dit wordt hier tot in de perfectie uitgevoerd.

Een mens kan zich afvragen waarom de carrière van The Babys een kort leven beschoren was. En de mens die zich dat afvraagt, kan terecht op Wikipedia en consorten. Gedaan met het zich afvragen.

Op het web wordt deze groep wel eens omschreven als de meest miskende band aller tijden, maar zo ken ik er nog wel een paar. Helemaal vergeten zijn The Babys evenwel niet. Een opzoeking leert mij dat ze jaarlijks opduiken in de een of andere top-2000, veel te laag en almaar lager, dat wel.

Ze treden sinds enkele jaren opnieuw op, met een nieuwe zanger die ook een fameus stemgeluid heeft. Maar als je het origineel hebt gekend, dan is al het latere gepuzzel met bandleden van een mindere orde.

Deze hits dateren van 1977 en 1978. Ik was 13 jaar oud en bang van het leven dat voor mij lag. Als ik naar Isn’t It Time en Every Time I Think Of You luister, dan voel ik nu nog altijd diep in mij de onbestemde wanhoop die toen in mijn lijf huisde en die haaks stond op de kracht van de muziek van The Babys.

De schoenen van Macron

Vijf jaar geleden, toen Emmanuel Macron voor de eerste keer verkozen werd als president van Frankrijk, was ik in Brugge, voor een activiteit met het Poëzieatelier, en droeg ik mijn bruine schoenen. Te voet op weg naar Du Phare, waar we met de groep iets zouden eten, merkte ik dat de schoenen me niet meer pijnigden.

Het nieuws over de verkiezing van Macron bereikte ons terwijl we daar met zijn allen van het Poëzieatelier samen waren. Het leefde, merkte ik, die Franse verkiezingen. Men was opgetogen over Macron, new kid on the block. En er was dat aardige weetje van zijn huwelijk met de 25 jaar oudere Brigitte, zijn gewezen lerares.

Ik draag die schoenen nog altijd. Ik bedoel, als ik schoenen draag zijn het die bruine schoenen. Gekocht bij Mephisto in Kortrijk. Maatje 43 en dat was een kleine vergissing, want ik heb normaal gezien een 44, maar ze zaten als gegoten toen ik ze in de winkel paste.

De schoenen zijn veel ouder dan vijf jaar. Ze hebben lang in de kast gestaan. Dat is wat ik doe met nieuwe schoenen en kleren, ze lange tijd niet dragen, want ik houd niet van verandering en verkies mijn oude, vertrouwde spullen boven iets nieuws.

Toen mijn vorige schoenen tot op de draad versleten waren, besloot ik om mijn nieuwe uit de kast te halen. Ze sneden in mijn achillespees. Pleisters en kleefstripjes hielpen niet. Telkens ik de schoenen opmerkte, duwde ik de achterkant in om ze wat soepeler te maken.

Het hielp. De schoenen kwamen tot inkeer. Op 7 mei 2017 was mijn grootste voetenleed geleden en stapten onze zuiderburen een nieuw tijdperk tegemoet. Na zijn verkiezing daalde de populariteit van Macron gestaag, maar dat is normaal voor een verkozen politicus.

Ik heb Macron altijd gemogen en niet alleen omwille van die veel oudere echtgenote. Het is meer een buikgevoel dan een onderbouwd gegeven. De eloquentie, de vastberadenheid, het leiderschap. Die Fransen kunnen dat natuurlijk etaleren als de beste en vooral wanneer ze de allure hebben van een kleine Napoleon. Louis de Funès goes politics.

Sarkozy had dat ook, maar met die is het niet goed afgelopen zeker? Als je een misstap zet, dan kun je hard vallen met je oui en non, je évidemment, bien sûr, compatriote en Vive La France . Macron zal allicht herverkozen worden. Ik hoop dat hij op het rechte pad blijft en zijn stinkende best blijft doen voor de Fransen en voor Europa.

Ik ben benieuwd of ik met mijn bruine schoenen de volgende ambtstermijn zal kunnen overbruggen. Ik denk het wel. Ik ben zuinig op mijn gerief. Handelaars die schoen- en kleerwinkels uitbaten zouden in bittere armoe leven als ze alleen maar klanten hadden zoals ik.

Er hangt in de kast nog een hip jasje dat ik droeg op een communiefeest van een van de kinderen. De kinderen zijn dertigplus. Er zit een schroeivlek van een sigaret in de kraag. Ik draag het al een tijdje niet meer, maar ooit misschien weer wel.

Pop! The First 20 Hits

Ik heb het hier al eens eerder gezegd en ik zal het waarschijnlijk ooit nog eens herhalen, en onnoemelijk velen zullen het met mij oneens zijn en dat is best, maar Pop! The First 20 Hits van Erasure is de beste (verzamel)cd aller tijden.

Kwam uit in 1992. 30 jaar geleden godsamme. Het verschaft mij een alibi om hier nog eens over te emmeren.

Zanger Andy Bell is zo nichterig dat het soms pijn doet aan de ogen, doch zingen kan hij. Maar de hopman van Erasure is natuurlijk Vince Clarke, de elektropopkoning, die eerder ook al Depeche Mode en Yazoo op de kaart zette. Voor mij hoort Vince Clarke thuis in de eregalerij met de allergrootsten uit de popmuziek.

Wie Kraftwerk, wat Kraftwerk, waar Kraftwerk? De muziek van Kraftwerk is oudemannengereutel zonder hart, zonder ziel en zonder testikels als je die naast de kunstwerkjes van Clarke legt.

Zeg uw afspraak bij de zielenknijper af en schaf Pop! The First 20 Hits aan. Wie hier niet vrolijk van wordt, is helaas pindakaas reddeloos verloren en kan maar beter liever vandaag dan morgen van een brug springen.

Duwen

Weet je wat je nooit meer ziet in het straatbeeld? Auto’s die geduwd worden omdat ze niet willen starten.

Als kind heb ik het vaak gezien. De auto van de buurman, laten we hem Roger noemen, startte niet. Hij trommelde dan enkele duwers op. Omdat iedereen van achter de gordijnen zag wat er gaande was en maar wat graag wilde helpen, waren er alras te veel duwers.

Er was geen plaats genoeg op de kofferbak om al die handen te zetten. Het is te zeggen, plaats voor de handen wel, maar niet voor de rompen waar die handen aan vasthingen. Sommige duwers werden naar de flanken gedreven en oefenden daar een soort semi-zijwaartse kracht uit op het koetswerk. Dan had je als duwer gefaald, behoorde je niet tot de sterke mannen die aan de achterkant mochten duwen. Gênant, heel gênant.

De glorierijkste duwers waren de kerels die zo fel duwden dat hun lichaam helemaal schuin tegen de auto hing, waarna ze, als de motor aansloeg, tegen de grond stuikten. Wie een vuile broek of een gescheurd hemd overhad voor zijn naaste kon rekenen op een halve dag roem.

Er zat bij die duwers altijd een expert autoduwen. Die zei dan tegen de bestuurder van de auto, zeker als het een vrouw betrof, welke handelingen die van achter het stuur moest stellen. De versnellingspook moest in deze of gene stand staan en cruciaal was het moment waarop de chauffeur de sleutel in het contact moest omdraaien om de motor hopelijk te laten aanslaan. Dat mocht niet te vroeg, maar ook niet te laat, of het duwproces moest van nul opnieuw beginnen. Deed de chauffeur dat niet goed, dan nam de expert de plaats in achter het stuur. Faalde die ook, dan kon die rekenen op minstens een halve dag hoon.

Soms gebeurde het dat, als er niet genoeg duwkracht voorhanden was, de chauffeur zelf ook mee duwde. Die liep dan al duwend tegen het portier naast de auto mee en sprong erin op het ogenblik dat het vehikel een beetje vaart had. Best wel stoer. Maar een tikkeltje riskant, want de duwers ontpopten zich in geen tijd tot heuse testosteronbommen. Die duwden wel eens zo hard dat de chauffeur niet snel en vlot genoeg achter zijn stuur geraakte. In een bollende auto jumpen is geen kattenpis.

En je zal het altijd zien, door de stand van de wielen kwam die boom, die daarnet nog compleet ongevaarlijk leek, razendsnel dichterbij. De duwers dropen af, hadden gedaan waarvoor ze gevraagd werden, namelijk duwen, en de chauffeur krabde zich onder zijn pet terwijl hij vloekend zijn ingedeukte motorkap inspecteerde.

Miguel, Lara

Het moet volgens mij weinig gescheeld hebben of de begrafenis van Miguel Van Damme werd rechtstreeks op tv uitgezonden. Moet ik nog uitleggen wie Miguel Van Damme is? Waarschijnlijk niet. Totdat hij de eerste keer in het nieuws kwam omwille van zijn strijd tegen leukemie kende ik hem nochtans niet. U allicht ook niet. De doelman heeft zijn laatste strijd verloren, zoals dat dan heet. Op en naast alle voetbalvelden werd hij geëerd met applaus, vlaggen en spandoeken. Dat is mooi, maar het eerbetoon was zo alomtegenwoordig dat het bijna gênant werd.

Ik zette de tv aan om de laatste drie uur van de Ronde van Vlaanderen te volgen en zag overal langs het parcours roze ballonnen. Het bleek om een steunbetuiging te gaan voor een ziek meisje dat Lara heet. Mooi gebaar die honderden, neen, duizenden ballonnen. Bijna té mooi.

Sympathie tonen voor wie in de shit zit is niet moeilijk. Velen doen het om hun eigen ongeluk te bezweren en af te houden, want als leukemie elders huishoudt, dan blijft die engerd misschien weg van de eigen voordeur.

Men zou iedereen die zijn handen op elkaar zet voor Miguel of een ballon bol blaast voor Lara moeten verplichten – neen, dat kan niet natuurlijk -, dwingend aansporen dan maar, om ook af en toe eens te doneren voor de Stichting tegen Kanker. Anders blijft het maar loos geklap en geblaas. Symboliek zonder daadkracht blijft holle symboliek.

Woorden zijn overal (2)

Ik zit aan mijn rommelig bureau, kijk rond en zie de volgende woorden. Een bloemlezing:

  • screen
  • verzet
  • guylian
  • freebies
  • duo
  • friend
  • blauwe
  • schrappen
  • lichaam
  • losse
  • muur
  • info
  • nodig
  • original
  • bib
  • scherts
  • share
  • olympus
  • contrex
  • zoo

Redelijk saai lijstje, mijn vorige aflevering bevatte spannender woorden, meen ik mij te herinneren.

Er zijn ook woorden die ik op dit moment niet zie als ik om me heen kijk, zoals ….

  • barbapapa
  • tomatensaus
  • turner
  • gezondheidswandeling
  • krukas
  • apekool
  • aker
  • spencer
  • dood
  • bassie
  • blanquette
  • index
  • kat
  • erasure
  • teddybeer
  • kasticket
  • pruik
  • kleiduifschieten
  • el
  • meervoudigepersoonlijkheidsstoornis

Jesus Christ Baby

Ik heb me altijd afgevraagd waarom zo veel mensen Ice Ice Baby van Vanilla Ice haten. Is het omwille van die blanke rapper, zowat de eerste blanke rapper aller tijden? Is het omdat er een sample in zit van Queen, een band waar je sinds de dood van Freddie niks onaardigs mag over zeggen, laat staan ervan stelen? Ik vind het een geweldig nummer.

Dankzij Ice Ice Baby ontdekte ik onlangs de Christian Parody Songs. Ik moet dit fenomeen nog wat verder bestuderen, wist aanvankelijk niet of die covers dienen als lofzang op het christendom, of dat er met het christendom gelachen werd. Dat laatste had ik betreurd. Jesus Christ Baby lijkt alvast promotie voor de Heer, want is opgenomen in een kerk of kapel. Zalig – no pun intented – vind ik dit. Indien dit had bestaan in mijn jeugd, dan zat ik toentertijd heelder dagen in de kerk in plaats van alleen in het weekend, werd priester en volgde zanglessen om hieraan te kunnen meedoen.

De twee clipjes na elkaar, live en live, en om te vervolledigen nog een derde: de Jim Carrey-versie.

Een crisis en hoe die kan evolueren

Herinner je je de eerste weken, maanden, van de coronacrisis? Hoe iedereen die eensgezind te lijf wilde gaan. Hoe alle neuzen in dezelfde richting wezen. Dat sommige politici jaloers waren op premier Wilmès, een nationale tussenpaus, omdat ze zich als crisismanager mocht profileren en punten scoren. Al snel brokkelde dat beeld helemaal af. En de neuzen wezen hoe langer hoe meer alle richtingen uit. De coronacrisis zorgde uiteindelijk her en der voor familievetes en halve burgeroorlogen.

Met die wetenschap en vele andere uit het verleden in het achterhoofd kunnen we niet anders dan een kanttekening plaatsen bij de jubelende aankondigingen, van onze bevolking en de politieke partijen die hen vertegenwoordigen, dat de Oekraïense vluchtelingen heel erg welkom zijn. Nu is alles nog hosanna, maar ieder weldenkend mens weet nu al dat die teneur zal afzwakken. De vluchtelingen gaan na de oorlog terug naar hun land, zo wordt gezegd. Niemand gelooft dat ze dat niet willen, maar wie wil er terug naar een land in puin dat als dit alles voorbij is nog altijd zal grenzen aan het land van de agressor? Wordt vervolgd, met het nodige gebakkelei, let op mijn woorden.

Dat Europa vrouwen en kinderen opvangt, terwijl de mannen vechten voor hun land, verdient alle lof. Wat een immens verschil met eerdere vluchtelingenstromen uit andere delen van de wereld die hoofdzakelijk uit jonge mannen bestonden. Hadden die dan niets om voor te vechten?

Citaat

De kloof tussen gewone werknemers en topverdieners neemt toe. De vruchten van de technologische vooruitgang gaan naar een kleine groep mensen en dat leidt tot polarisatie in de samenleving. Het kapitalisme van de grote bedrijven laat de meerderheid van de huishoudens in de steek en zorgt voor een ideale voedingsbodem voor populisme. Mensen vinden dat ze toch maar weinig te verliezen hebben en stemmen voor extreme partijen. […] De bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 was nog wel geen oorlog, maar het was toch een opstand. Zie ook de vele betogingen van de gele hesjes, van mensen die zich in de steek gelaten voelen, die niet zelden uitmonden in rellen. Mensen die vinden dat ze in een onrechtvaardige situatie zitten en niets meer te verliezen hebben, zijn tot veel in staat.

(Jan Eeckhout in Knack van 16 februari 2022)

Deed me denken aan dit bericht dat ik hier ooit postte en aan fragmenten uit het interview dat ik onlangs gaf aan Roer. Jan Eeckhout, econoom, verwoordt het exact zoals ik het ook aanvoel.

Hoe erg en schrijnend en weerzinwekkend het ook is wat zich momenteel afspeelt in Oost-Europa, wat ons te wachten staat over afzienbare tijd zal van een andere orde zijn dan het geweld van een despoot die een territorium opeist waarvan hij meent dat het het zijne is. Als ‘de horden’, zoals ik ze graag noem, of ‘mensen die niets meer te verliezen hebben’, zoals Eeckhout ze noemt, de macht van het getal zullen hebben verworven, is het hek van de dam.

Poëzierapport – Niets verdwijnt

Er wordt wel eens gezegd dat ik de oprichter ben van de legendarische poëzierecensiewebsite Poëzierapport. Dat is waar, die credits komen mij en mij alleen toe.

Er wordt ook wel eens gezegd dat ik de doodgraver ben van datzelfde Poëzierapport. Ook dat is waar. Eigenlijk is het VFL de boosdoener, maar laten wie die oude koe maar in de gracht houden.

Ik heb wel eens het gevoel dat men mij de doodgraverij verwijt. Nochtans, veel literatuursites van de jaren nul zijn verdwenen. Hoe heetten die ook alweer? De Gekooide Roos, Komkommer en Kwel, Onlijn, De Klos, Epibereren…

En niet te vergeten de vroege Meander. Al die gedichten die ik destijds publiceerde op Meander in het tijdperk van wijlen de alleraardigste Joop Leibbrand zijn allemaal weg. Archief? Doen ze niet aan. Of alleen maar vanaf een bepaalde datum.

Aan Poëzierapport werkten een aantal mensen mee. Ik neem aan dat die de door hen geschreven recensies bewaard hebben. Ze zijn vrij die te delen of te verspreiden.

Wie mij kent weet dat ik niet graag iets weggooi. Zelfs een kasticketje van de supermarkt blijft in mijn portefeuille zitten tot het helemaal onleesbaar is.

Wie een recensie wil die destijds op Poëzierapport is verschenen, moet die mij maar vragen. Keuze genoeg. Hieronder nog eens het door het toenmalige VFL allerminst naar waarde geschatte titanenwerk van Poëzierapport.

Een aantal van die stukken heb ik verzameld in het prachtige, maar helaas blijkbaar niet meer leverbare Dansen tot na sluitingstijd.

Alle recensies op een rijtje, alfabetisch op voornaam:

A. Marja – Ergens halverwege zweven
Adriaan Jaeggi – Het is hier altijd laat van licht
Al Galidi – De herfst van Zorro
Alexis de Roode – Geef mij een wonder
Alexis de Roode – Stad en land
André van der Veeke - Blauw als ijs
Anne Büdgen – Ze hapte van een tomaat
Anne van Amstel - Het oog van de storm
Anne Vegter - Eiland berg gletsjer
Anneke Claus – Bonzai!
Annemieke Gerrist – Waar is een huis
Anton Korteweg - Voor mannen is ’t niet erg
Anton van Wilderode – Nagelaten gedichten
Armando - Ze kwamen
Arnoud Rigter - Opwenteling
Arnoud van Adrichem – Een veelvoud ervan
Arnoud van Adrichem – Vis
Astrid Lampe – Park Slope
Astrid Lampe – Spuit je ralkleur
Bart Meuleman – hulp
Bart Meuleman – omdat ik ziek werd
Bart Moeyaert & Elisabeth Broekaert – Vlees is het mooiste
Bart Stouten – Een Boek van Tijd
Bart Stouten – Happy Christmas, Happy New York
Benne van der Velde – Dit harnas van kippenvel
Benno Barnard – Het tongbotje
Benno Barnard - Krijg nou de lyriek
Bergman – Nagelaten werk
Bernard de Bruyckere – De nieuwe keizer spreekt
Bernard Dewulf – Blauwziek
Bernard Wesseling  Focus
Bernhard Christiansen - Nu daarentegen
Bernlef – Dwaalwegen
Bob Van Laerhoven (samenst.) – Er is overal meer ginder dan hier
C. Buddingh’ – Buddingh’ gebundeld
C.O. Jellema – Een web van dromen
Carel ter Linden – Om een zin
Catharina Blaauwendraad - Niet ik beheers de taal
Cees Nooteboom – Tumbas
Chaja Polak – Verslag van een onaanvaarde dood
Charles Ducal – Alle poëzie dateert van vandaag (Gedichtendagessay)
Charles Ducal – Toegedekt met een liedje
Chrétien Breukers – Tongebreek & Niemendal
Claude van de Berge - White-out
Coen Peppelenbos - Vallende mannen
Cyriel – Vrouwen
Daniël Dee – Koffiedik zingen
Daniël Dee – Vierendeel
Danny Degenaar – Eternelle lust geen bollen
David Troch - laat[avond]taal 
De Jeugd van Tegenwoordig - Handboek der jeugd
Delphine Lecompte – De dieren in mij
Delphine Lecompte – Verzonnen prooi
Dennis Gaens – Ik en mijn mensen
Diana Ozon - Bronwater
Dimitri Antonissen – Schrap me
Dimitri Verhulst - Liefde, tenzij anders vermeld
Diverse auteurs – Boest
Diverse auteurs – Flarf, een bloemlezing
Diverse auteurs – Het huis is groter aan de binnenkant
Diverse auteurs - Oog in oog, Dichters in de Prinsentuin -
Driek van Wissen - De dichter des vaderlands (zijn mooiste gedichten, gekozen door Jean-Pierre Rawie)
Ed Smet – Pessoa loopt door de straten van New York
Eddy van Vliet – Verzamelde gedichten
Ellen Deckwitz - De steen vreest mij
Els Moors – Er hangt een hoge lucht boven ons
Erik Jan Harmens – Gospels en psalmen
Erik Jan Harmens - Underperformer
Erik Jan Harmens (samenst.) – Ik ben een bijl
Erik Lindner - Tafel 
Erik Lindner – Terrein
Erik Menkveld – Prime time
Erik Metsue - Woekering
Erik Solvanger – Slijp het sternum
Erwin Mortier – Voor de stad en de wereld
Ester Naomi Perquin – Namens de ander 
Ester Naomi Perquin – Servetten halfstok
Eva Cox - een twee drie ten dans 
Eva Gerlach – Het gedicht gebeurt nu
Eva Gerlach – Het punt met mij is dat ik alles kan
Eva Gerlach – Stapvoets
F. Starik – Songloed
F. Starik – Victoria
F. van Dixhoorn – Twee piepjes
F.L. De Laere – Secuur
Floor Buschenhenke – Eiland op sterk water
Florence Tonk – Anders komen de wolven
Frank Koenegracht - Lekker dood in eigen land
Frank Pollet – aLDiDa
Frank van Pamelen – Ikea en andere verzen
Frédéric Leroy – gedichten
Frédéric Leroy – Lucifer en het grote belang (van kleine rituelen)
Frederik Lucien De Laere - Paniek in het circus
Froukje van der Ploeg – Kater
G.M. Berelaf - Het harnas
Geert Jan Beeckman – Diep in het seizoen
Gerrit Komrij - Fata morgana
Gerrit Komrij (red.) – Clubsandwich (2 delen)
Gerrit Kouwenaar – Vallende stilte
Gerrit Krol – De industrie geneest alle leed
Guido Lauwaert - Mijn tweede stem
Guus Middag (inl.) - Het kleinste gedicht
Gwy Mandelinck – Schemerzones
H. H. Ter Balkt – Onder de bladerkronen
Hagar Peeters – Loper van licht
Hagar Peeters - Wasdom
Halil Gür – Stamppot voor iedereen
Hanna Kirsten - Elders wonen
Hans Groenewegen - En gingen uit sterven
Hans van Willigenburg – Objectief verzuipen
Hanz Mirck – Archiefvernietiging
Heleen Bosma - Oostenwind
Hélène Gelèns – zet af en zweef
Hendrik Carette – Gestolen lucht
Henk Bernlef, Remco Campert, Theo Loevendie - CC, een correspondentie 
Henk van der Waal & Erik Lindner – De kunst van het dichten (essays)
Henk van Zuiden - Slaapkus
Herlinda Vekemans – Versneden
Herman Gorter - Verzen
Herta Müller - De rokkenjager en diens bijdehante tante
Hester Knibbe – Bedrieglijke dagen
Hester Knibbe – De buigzaamheid van steen
Hester Knibbe - Het hebben van schaduw
Hester Knibbe – Oogsteen
Het Liegend Konijn 1 /2009
Het Liegend Konijn 2 / 2008
Het Liegend Konijn 2 / 2009
Het Liegend Konijn 2 / 2010
Hilde Pinnoo – Zonder testament
Huisdichter Cornelis! - Over waaierloze wegen
Ilja Leonard Pfeijffer – De man van vele manieren
Ilja Leonard Pfeijffer - In de naam van de hond (de grote gedichten) 
Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries (red.) - De 100 allermooiste gedichten van de Europese poëzie
Ilse Starkenburg - In plaats van alleen
Ingmar Heytze -  Nietzsche schrijft een laatste vers
Ingmar Heytze – Elders in de wereld
Ivo de Wijs & Theo Danes – Olympische verzen
J. C. van Schagen - Ik ga maar en blijf 
J. Slauerhoff – Verzamelde gedichten
J.A. Dèr Mouw - Je bent de wolken en je bent de hei 
Jaap Robben – De nacht krekelt
Jaap Robben – Zullen we een bos beginnen?
Jabik Veenbaas – De zon, het smalle bed, mijn lichaam
Jan Baeke - Iedereen is er
Jan Cremer - Verloren gedichten
Jan H. Mysjkin - Rekenkunde van de tastzin
Jan Lauwereyns - De smaak van het geluid van het hart (Gedichtendagessay)
Jan van meenen - Weerwerk
Jane Leusink – Erato
Jane Leusink – Mos en gladde paadjes
Jan-Willem Anker – Donkere arena
Jean-Pierre Rawie - Verzamelde verzen
Job Degenaar - Vluchtgegevens 
Johanna Geels - Detox
John Burnside - Het bal in de inrichting
Joke Van Leeuwen / Bob Takes – Hoe is ‘t
Joost Zwagerman - Roeshoofd hemelt
Jozef Deleu – Groot Verzenboek
Jozef Deleu - Onbeschut 
Judith Herzberg - Soms vaak
Jules Deelder - Vrijwel alle gedichten & Zonder dollen
Karel Wasch – Begane grond
Kasper Peters - Hellevaartsdagen
Kasper Peters - Kanaalkoorts 
Kees Klok – In dit laagland
Kila & Babsie - Stereo
Kluger Hans 3
Koenraad Goudeseune - Dichters na mij
Koenraad Goudeseune – Zen uit eigen werk
Krijn Peter Hesselink - De uitputting voorbij
Kurt De Boodt – Waarop de klok ontwaakt
L. Th. Lehmann – Laden ledigen
Leo Vroman – De mooiste gedichten
Leonard Nolens – Dagboek van een dichter
Leonard Nolens – Een dichter in Antwerpen
Leonard Nolens – Laat alle deuren op een kier
Leonard Nolens - Woestijnkunde
Leonard Nolens - Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen
Lianne Sasja van Kalken – Bar
Lieke Marsman – Wat ik mijzelf graag voorhoud
Lies Van Gasse – Sylvia
Lies Van Gasse & Peter Theunynck - Waterdicht
Liesbeth Lagemaat – Een grimwoud in mijn keel
Liesbeth Lagemaat - Handlanger – Het witte kind
Lucas Hirsch - tastzin 
Lucas Hüsgen - Deze rouwmoedige schoonheid 
Lucienne Stassaert - In aanraking
Luuk Gruwez - Allemansgek
Luuk Gruwez – Lagerwal
Maaike Meijer - M. Vasalis, een biografie
Maarten De Pourq en Xavier Roelens (samenst.) - Op het oog (21 dichters voor de 21e eeuw)
Maarten Doorman – Blindegang ster
Maarten Inghels – Tumult
Maarten Inghels - Waakzaam
Mara Grimm (red.) - Lyrisch over eten
Marc Cosyns - Laatstleden / Jongstleden
Marc Tritsmans – Studie van de schaduw
Marc Tritsmans – Warmteleer
Marcel Obiak - Een eeuwig eind 
Marcel van Maele – Over woorden gesproken
Margreet Schouwenaar - Valtijd
Maria van Daalen – De wet van behoud van energie
Mark Boog – Er moet sprake zijn van een misverstand
Mark Insingel – Iets
Mark van Tongele – Met de plezierboot mee
Marleen de Crée – Hinkelspel
Marleen de Crée - Vita vita 
Martijn Benders - Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem
Martijn den Ouden – Melktanden
Martin Reints – Ballade van de winstwaarschuwing
Martin Reints – Lopende zaken
Maud Vanhauwaert - Ik ben mogelijk
Max Temmerman - Vaderland
Meindert Talma - Laat het orgel jammeren
Menno Wigman - De droefenis van copyrettes 
Menno Wigman – De wereld bij avond & Het gesticht
Menno Wigman - Dit is mijn dag
Micha Hamel - Alle enen opgeteld
Mieke van den Berg en Dirk Idzinga - De sluier weggevallen, Truus Gerhardt: biografie en verzamelde gedichten
NoN – Waanwezig
Norbert de Beule – Ebdiep
Onno Kosters - Callahan en andere gedaanten
Onno Kosters – De grote verdwijntruc
Onno Kosters / Dick Groot – Anatomie van het slik
Pablo Neruda - Boek der vragen
Pat Donnez – Het is een mooi leven (zolang je niet bestaat)
Patrick Cornillie - Stapvoets verkeer
Patty Scholten - De ziel is een pannenkoek
Paul Bogaert – de Slalom soft
Paul Demets - De bloedplek
Paul Verbruggen – Er is iets om de dingen heen
Peer Wittenbols - Kop van het hoofd
Peter de Groot – Een nieuwe God / De nieuwe regels
Peter du Gardijn – Onder de dieren
Peter Ghyssaert - Ezelskaakbeen
Peter Ghyssaert – Kleine lichamen
Peter Swanborn – Tot ook ik verwaai
Peter Theunynck - Naar een nieuw zeeland
Peter Theunynck – Traangasmaatschappij
Peter W.J. Brouwer - Landdieren
Piet Gerbrandy – Drievoudig feilloos vals
Piet Gerbrandy – Morgen ben ik vrij
Piet Gerbrandy - Smijdige witheid
Pieter Boskma – Het violette uur
Pim te Bokkel – de dingen de dingen de dans en de dingen
Pim te Bokkel – Wie trekt de regen aan?
Pom Wolff – Je bent erg mens
Ramsey Nasr – Onze-Lieve-Vrouwe-Zeppelin, Antwerpse gedichten
Reine de Pelseneer – Doorgrond
Reinout Verbeke - De achterkant van flatgebouwen
Remco Campert - Een oud geluid
Remco Campert – Nieuwe herinneringen
Remco Ekkers - De Alice voorbij
René Karels - Mijn aardse leven vol moeite en strijd, Raden Mas Noto Soeroto, Javaan, dichter, politicus, 1888 - 1951
René van Loenen - Mooi voetenwerk
Renée Luth - Pingpongtong
Rense Sinkgraven - Bombloesem
Rense Sinkgraven - Sloop de stad met tedere woorden
Revolver 136 – Japan, het stille water
Rikkert Zuiderveld - Adam zaait radijzen
Rob Schouten - Vuil goed
Robin Block – Bestialen
Rodaan Al Galidi – De laatste slaaf
Rodaan Al Galidi – Digitale hemelvaart
Rogi Wieg – De kam
Roland Jooris – Als het dichtklapt
Roland Jooris – De contouren van het verstrijken
Ronny De Schuyter & Peter Theunynck (samenst.) - 100 lekkere gedichten
Rozalie Hirs – [Speling]
Rozalie Hirs - Geluksbrenger 
Ruben van Gogh – Klein Oera Linda
Rutger Kopland - Een man in de tuin
Rutger Kopland - Toen ik dit zag 
Ruth Lasters – Vouwplannen
Sacha Blé - Zie maar
Samuel Vriezen – 4 zinnen
Sander Koolwijk – Onder dak
Sasja Jansen – Wie wij schuilen
Sasja Janssen – Papaver
Steven Graauwmans – Reservisten van maandag
Stijn Vranken – Vlees mij!
Sven Cooremans – Erlangen 7
Sylvie Marie - Toen je me ten huwelijk vroeg
Ted van Lieshout - Driedelig paard
Thomas Möhlmann – De vloeibare jongen
Tjitske Jansen – Het moest maar eens gaan sneeuwen
Tonnus Oosterhoff - Leegte lacht
Tonnus Oosterhoff – Ware grootte
Toon Tellegen - Schrijver en lezer
Toon Vanlaere – De rok van de archeologe
Tsead Bruinja - Batterij
Tsead Bruinja – De geboorte van het zwarte paard
Tsead Bruinja – Overwoekerd
Tsead Bruinja en Hein Jaap Hilarides (red.) - Droom in blauwe regenjas / Dream yn blauwe reinjas
Van der Graft - Oevertaal, gevolgd door het essay ‘Onder de wolk’
Vic van de Reijt - Elsschot, Leven en werken van Alfons de Ridder
Victor Manuel Mendiola (samenst. en inl.) / Stefaan van den Bremt (vertaling) – Anders gezongen, Bloemlezing uit de Mexicaanse poëzie 1945-2003
Victor Schiferli - Verdwenen obers
Vrouwkje Tuinman – Receptie
Vrouwkje Tuinman - Wat ik met de sleutel moet
Wiel Kusters – Zielverstand
Wietske Loebis – Cavia’s begin september
Wiljan van den Akker – De afstand
Wiljan van den Akker - Hersenpap
Willem Barnard – Een zon diep in de nacht
Willem Thies – Na de vlakte
Willem Vermandere – Van Blanche tot Blankeman
Wim Brands – Neem me mee, zei de hond
Wim Brands – Ruimtevaart
Wouter Godijn - De karpers en de krab
Wouter Godijn – Kamermuziek of de weg naar de onverschilligheid
Xavier Roelens – Er is een spookrijder gesignaleerd
Yerna Van Den Driessche – Reconstructie