Stop met het opvoeren van supporters in het journaal

Als ik naar het journaal kijk, dan is dat zo goed als altijd op een, op de VRT. Als ik twee nieuwsuitzendingen op één dag bekijk, dan zal die tweede op VTM zijn, omdat je moeilijk twee keer naar dezelfde reportages kunt kijken.

Het valt mij de laatste tijd te vaak op dat het journaal op de VRT korter, beknopter en minder gestoffeerd is dan dat op VTM. Op zondagmiddag bijvoorbeeld is er veel kans dat men op een al de samenvattingen van het zaterdagavondvoetbal aansnijdt nog voor het kwart over één is.

Hoewel ik het een verontrustende evolutie vind, wilde ik het daar eigenlijk niet over hebben. Wel over het op tv opvoeren van de ‘gewone man’ die gevraagd wordt te reageren op een nieuwsfeit.

Gisterenmorgen, 28 juli, behaalde Wout van Aert een zesde plaats in de olympische tijdrit. De VRT had een ploeg gestuurd naar een supporterscafé. Daar zaten wat mensen op tuinstoelen en onder parasols te kijken naar Wout op het scherm.

Zo’n reportage verloopt steevast volgens een zelfde stramien. Eerst komen een vijftal shots van supporters die nagelbijtend naar de wedstrijd kijken. Vervolgens vermeldt de commentaarstem het resultaat van de sportprestatie, in dit geval dat Wout van Aert (pas) zesde werd. Het is jammer voor de televisieploeg dat de prestatie wat tegenvalt. De cameraman had maar wat graag deze tent uit de bol zien gaan.

Doch niet getreurd, wat volgt zijn een aantal korte reacties van supporters/cafégangers. Die komen altijd op hetzelfde neer. Ze zeggen dat ze ofwel een dergelijke prestatie niet verwacht hadden of wel verwacht hadden en dat ze apetrots zijn op hun lokale held (indien de prestatie meevalt), of dat ze op meer gehoopt hadden, een beetje ontgoocheld zijn, maar desondanks toch apetrots zijn op hun lokale held (indien de prestatie tegenvalt).

Ik pik nu toevallig de olympische tijdrit uit, maar een dergelijk café-item duikt om de haverklap op in de journaals op alle Vlaamse zenders. Ook de regionale omroep doet mee. Op WTV/Focus zag ik in de sporthal van Ieper zes mensen, waaronder mijn collega, tevens schepen van mijn gemeente, Geert B., kijken naar de Belgian Cats aan het werk tegen Australië.

Drie van de zes mochten hun zegje doen over de wedstrijd. Geert B. had voor de gelegenheid een tricolore vedertooi op zijn hoofd. Summum van dergelijke reportages is wanneer de supporters elkaar tijdens het interview een beetje porren of jennen, elkaar onderbreken of aanvullen. Dat wordt verondersteld leuk te zijn, maar is het niet. In het verslag legt Geert B. op een gegeven moment een sjaal in de nek van zijn buurman terwijl die in beeld wordt geïnterviewd.

Supporteren mag, supporteren moet, maar de nieuwswaarde van wat supporters na een wedstrijd zeggen is nihil. Aan alle zenders: stop daarmee. We weten dat half of heel België naar sportuitzendingen kijkt, ik doe het ook wel eens, maar wat ik daarover te zeggen heb, is totaal irrelevant. Ik heb gezegd.

Judo is een saai pyjamafeestje

Stel je een voetbalwedstrijd voor waarbij beide elftallen de bal op eigen helft rond tikken om dan één luttele keer naar voren te stormen om een doelpunt te maken. Flauw spektakel, maar misschien blijven we wel kijken, om toch die ene aanval niet te missen.

Zo is judo. Twee kampers houden elkanders pyjama minutenlang vast, kijken naar elkaars voeten, rukken voor de vorm eens aan de kraag van de pyjama van hun tegenstander, herschikken hun pyjamavest, nemen elkaar weer vast, zetten een primitief dansje in door met hun grote teen in de knieholte van hun partner te kietelen, omhelzen elkaar, duwen elkaar naar beneden, vallen elkaar in de armen ….

Wat volgt is voor een van de twee of voor allebei een bestraffing door de scheidsrechter, een gele kaart, voor passiviteit, want dit is immers geen cha cha cha of hucklebuck, dit wordt sport genoemd, meer zelfs, judoka’s kunnen over wat ze doen nogal hoog van de toren blazen.

Uiteindelijk, vooraleer ze in elkanders armen in slaap sukkelen – vandaar dus die pyjama’s – of in een diepe coma duiken, is er één van de twee ‘vechtersbazen’ die zich ineens herinnert waarom hij op die mat staat en zijn ingedommelde collega op de vloer gooit. Einde vertoon.

Je kunt met die ongein een olympische medaille winnen, geen drie, maar vier, want brons wordt tweemaal uitgereikt. Was en strijk uw pyjama! Allen daarheen!

Greg Van Avermaet, Rio, 2016

Zaterdag wordt in Tokio de olympische wegrit gereden en is Greg Van Avermaet olympisch kampioen af, tenzij hij zichzelf opvolgt. Hoewel, olympisch kampioen blijf je eigenlijk levenslang, maar de gouden helm zal hij niet meer dragen.

De wegrit in Rio de Janeiro is een van de meest beklijvende koersen die ik ooit heb gezien. Het parcours was zo zwaar dat iemand als Peter Sagan, toen nog een sterkere Sagan, zijn kat stuurde. Geen spek voor zijn bek. Onrechtstreeks wilde hij daarmee zeggen dat types als Van Avermaet daar ook niks te zoeken hadden.

Op de laatste helling van de dag moest Van Avermaet lossen, maar hij kon de achterstand beperken. Nadat twee van de drie koplopers risico’s namen in de afdaling en het decor in vlogen, kwam de Pool Majka alleen op kop. Hij leek op weg naar goud tot Van Avermaet samen met de altijd strijdvaardige Jakob Fuglsang de achtervolging inzette. De lange weg naar Copacabana leverde een bloedstollende finale op. Van Avermaet maakte het af in de spurt.

Honger- en dorststakers

Dreigementen, da’s van het lelijkste wat er bestaat. Het vergt veel moed om aan dreigementen te weerstaan, zeker als die ernstig zijn en een kwestie van leven en dood. Chantage is verfoeilijk, zowel materiële als emotionele chantage.

Stel dat een asielaanvrager een ambtenaar gijzelt en dreigt om die om te brengen als zijn aanvraag niet wordt ingewilligd. Zouden we dat sympathiek vinden? Ik niet en ik hoop u ook niet.

Wat honger- en dorststakers doen is in feite hetzelfde. Toegeven aan hun eisen, een collectieve regularisatie van 400 personen, is de rechtsstaat ondermijnen. Het is nogal logisch dat een staatssecretaris daar niet in meegaat.

Indien hij wel toegeeft, hoe zou dat dan aanvoelen voor asielzoekers met meer gezond verstand, die de wettelijke procedures volgen, zich niet bedienen van chantage en eveneens ongeduldig wachten op een beslissing in hun dossier?

We moeten er alles aan doen om die wanhopige mensen in leven te houden en eenmaal ze er bovenop zijn hen inpeperen dat België een rechtsstaat is, dat hier regels gelden waaraan iedere inwoner van het land zich moet houden.

Ik vraag me af wie, welke organisaties, die mensen aanzetten tot een hongerstaking? Als er iemand overlijdt, dragen zij de meeste schuld.

Kijk aan, nog meer dreigementen, maar van een andere orde. Uit de hele situatie politiek munt willen slaan, hoe verwerpelijk is dat.

Citaat

U moest eens weten hoeveel mensen ik tegenkom die zeggen: ‘Ik snap dat niet meer: al een miljoen jaar wordt er gesproken over mannen en vrouwen en nu mag dat allemaal niet meer.’ We hebben decennialang gepraat over de kerstmarkt, maar plots heet dat wintermarkt. We mogen het niet meer hebben over Zwarte Piet. De impact daarvan op gewone mensen is fenomenaal. De wereld verandert razendsnel, de ongelijkheid neem toe, velen kunnen niet meer mee. Ik snap wel waarom de gekleurde gemeenschappen af willen van Zwarte Piet. Maar ik begrijp ook dat autochtone landgenoten compleet blokkeren als ze horen dat ze eigenlijk een kolonialist en een racist zijn.

Politoloog Carl Devos in Knack van 9 juni 2021

Watersnood gouden kans voor Belgische miljonairs

Al gehoord van Millionairs for Humanity? Het is een groep rijken die smeekt om meer belastingen te mogen betalen. Omdat ze beseffen dat het klein aantal superrijken best bijdraagt om het groot aantal armen te helpen. Vroeg of laat komt er een opstand van de horden, dat weten die rijken. Een groeiende groep middenklassers die afglijdt in de armoede, dat kunnen ze missen als kiespijn.

Millionairs for Humanity telt geen Belgen. Belgische rijken verstoppen zich graag, zoals de befaamde Alexandre Van Damme, topman van AB Inbev, met ooit nog een dikke vinger in de pap bij voetbalclub Anderlecht. De man slooft zich al zijn hele lange rijke leven uit zo weinig mogelijk gefotografeerd te worden, bang als hij dat iemand zijn portemonnee zou stelen middels een home-, car- of andere jacking.

Straks kunnen we allemaal een klein steentje bijdragen om de slachtoffers van de watersnood te helpen en ik zal ook met veel plezier een weliswaar bescheiden gift storten. Artiesten die al anderhalf jaar met de vingers draaien, zullen benefieten organiseren dat het niet schoon meer is. Maar misschien is dit het moment voor de Belgische rijken om ook eens de geldbuidel wijd open te trekken. Ze zullen er geen grammetje kaviaar minder door eten.

Humor niet om te lachen

Even zappen naar de Nederlandse televisie om te zien of daar ook extra journaals zijn over de watersnood.

Jemig, ik schrik me een hoedje. Het is daar blijkbaar nog erger dan bij ons.

Wat goed dat ze die dame kunnen redden en wat goed dat die een helm en een soort van zwempak heeft aangetrokken.

Hé, wacht eens even … (lees verder onder de foto)

… wacht eens even …

… wacht nu eens even …

… die helm …

… dat pak …

… die redders …

Ik zit jandorie te kijken naar een aflevering van Bommetje XL!

(Wat in mijn jeugdjaren Te land, ter zee en in de lucht heette.)

Bad timing noemen ze dat, ofwel zijn ze in Hilversum van mening dat die Limburgers …

Vive Macron! Allo De Croo?

Weet je van welk woord ik stilaan het schijt krijg?

Sensibiliseren.

Terwijl president Macron in Frankrijk onpopulaire maatregelen durft nemen zoals de verplichte vaccinatie voor zorgpersoneel en het invoeren van een gezondheidspas, blijven onze inlandse leiders weifelen en inzetten op – pas op, daar komt het – sensibiliseren.

Onpopulair? Blijkbaar toch niet zo onpopulair, want sinds de aankondiging van de president lopen de Fransen de vaccinatiecentra plat. Iedereen wil een vaccin, om zijn job in de zorg niet te verliezen of om verder te genieten van het uitgaansleven.

Gisteren in het nieuws: ‘Slechts 1 op de 3 terugkerende reizigers houdt zich aan de testverplichting.’ Belgische reizigers welteverstaan.

Zullen we nog een beetje sensibiliseren of gaan we de Belg raken waar het pijn doen, in zijn portemonnee? Retorische vraag was dat. Zullen we eindelijk eens optreden tegen al degenen die er door hun onverantwoordelijk gedrag voor zorgen dat dit virusgedoe nu al anderhalf jaar duurt en terug opflakkert?

Blijft het probleem van de controle. ‘Slimme’ Belgen die zich nergens iets van aantrekken onder het mom van vrijheid blijheid weten dat de controlemechanismen zo lek zijn als een zeef.

Het zijn diezelfde idioten die ervoor zorgen dat de Big Brother-staat dichterbij komt. Zij zijn het die ervoor zullen zorgen dat we over afzienbare tijd allemaal een chip krijgen ingepland waarmee we 7 dagen op 7, 24 uur op 24 getraceerd kunnen worden. Controleprobleem opgelost.

Is het dat wat we willen?

Sparks (2)

Sparks was natuurlijk, behalve de veelzijdige muziek en de uitzinnige teksten, de interactie tussen de broertjes Mael. Russell, de popadonis, en Ron, de onverstoorbare, verveelde creep met Hitler-snorretje (later kantoorklerk-creep in maatpak met strak achterovergekamd haar én Hitler-snorretje.)

In 1978 maakte Sparks een plaat met Giorgio Moroder: N° 1 in Heaven. Ik houd erg veel van het titelnummer, maar het bekendste nummer op de plaat is Beat the Clock.

EK Voetbal (3)

Na een non-match tegen Rusland, weggespeeld te zijn tegen Denemarken, een match die ik heb gemist wegens na een kwartier in slaap gevallen (Finland), na alweer te zijn weggespeeld tegen Portugal en Italië, kon het niet anders dan dat het geluk van de Rode ‘Duivels’ vroeg of laat ten einde liep. De kwartfinale halen was veruit het hoogst haalbare.

Drie jaar geleden in Rusland hadden we ook al alle geluk van de wereld. In het laatste kwart van de wedstrijd twee doelpunten goedmaken tegen Japan, of tegen wie dan ook, dat zal niet gauw meer lukken. Wie de statistieken van de kwartfinale tegen Brazilië bekijkt, weet eveneens dat dat een eenmalig kunstje was. (Eigenlijk een tweemalig kunstje, want de wedstrijd van vorige week tegen Portugal was zeer gelijkend: scoren en dan bang achteruit kruipen). Na de verloren halve finale tegen Frankrijk waren er dan nog die durfden te beweren dat wij eigenlijk die match hadden moeten winnen.

Ik kan nog verder in de tijd teruggaan en beweren dat we op het EK in Frankrijk nooit de groepsfase hadden overleefd als die goal van Zweden niet wordt afgekeurd. Van het WK in 2014 herinner ik mij vooral dat de Belgen als angsthazen speelden tegen Argentinië, want daar stond ene Messi in het elftal, een kerel die voor zijn land op een wereldkampioenschap nog nooit een deuk in een pakje boter heeft getrapt.

Als coach Martinez met zijn Sam the Eagle-wenkbrauwen een persconferentie houdt, dan weet ik wat er zit aan te komen. Roberto Martinez is het soort manager – ken je die types? – die mochten ze een schaap zijn, stikken in hun eigen wol. Elk praatje van hem is goed voor een pak dikke wintertruien. Spreken zonder iets te zeggen en doen alsof het wijze woorden zijn. Brave man, ongetwijfeld, sympathieke spanjool, maar wie het als trainer niet verder heeft geschopt dan Swansea, Wigan en Everton hoort daar eigenlijk Hull, Bristol en Millwall aan te breien, of iets van die aard. Maar moet met zijn pollen van een nationaal elftal blijven.

Niemand van de pers zal durven beweren dat Martinez heeft gefaald, want ook in de pers stikt het van de angsthazen. Nainggolan destijds niet meer oproepen, was dat een goddelijke ingeving of een blunder van formaat? Gezien de Belgen nog nooit een prijs hebben gepakt, zou ik eerder geneigd zijn het laatste te denken. Spits van Sporza dat het gisteren Nainggolan nog eens in herinnering bracht door zijn twee raketten te tonen en hem in Italië te videobellen. Hij droeg een truitje van de Rode Duivels. Het is niet omdat een mens eruitziet als een getatoeëerde weirdo dat hij niet vergevingsgezind kan zijn. En Martinez, die had gisteren natuurlijk rond minuut 60 Carrasco moeten brengen en rond minuut 80 Benteke en/of Batshuayi.

Na het WK van 2018, tijdens de viering op het balkon van het Brusselse stadhuis, zat Kevin De Bruyne binnen, in die mooie zaal, mistroostig op een bankje wat voor zich uit te staren. Toen iemand hem vroeg wat er scheelde, antwoordde hij: ‘Wat valt er te vieren, we zijn derde.’ Ik ben die uitspraak onlangs pas te weten gekomen en ik moet zeggen dat ik de Kevin ineens sympathieker ben gaan vinden. Dat is dé attitude die een prof hoort te hebben. Nog zo’n superprof is Lukaku. Ik hoop voor hem dat hij prijzen pakt met zijn clubs, want met de Duivels zal het noppes zijn. Wie zich ook in de kijker heeft gespeeld is Dries Mertens, niet met zijn voetbalspel, maar als sidekick in ergerlijke filmpjes die zijn aandachtsgeile echtgenote maakte voor de zender Vier, of hoe die tegenwoordig ook mag heten.

O ja, de Rode Duivels hebben veel gekaart in Tubeke, terwijl ze met een half oog keken naar de matchen van de andere landen. Is het teveel gevraagd om eens een maand lang superprof te zijn en de matchen van mogelijke tegenstanders met twee ogen te bekijken? Dan is er nog tijd zat om te kaarten, te snookeren of te gamen. Eden Hazard verdient 120.000 euro per dag. Honderdtwintigduizend euro. Per dag. Als hij twee keer per dag een kakje gaat doen, ondertussen een beetje scrolt op zijn smartphone of de Paris Match leest en netjes zijn poep afveegt, dan heeft hij met die twee drollen het maandloon van een modale werknemer verdient. Indien geconstipeerd wordt dat het maandloon van een geheel arbeidersgezin: papa dokwerker, mama inpakster, zoonlief heftruckchauffeur en dochterlief caissière, allemaal nobele beroepen. Daar kan híj niks aan doen. Dat heeft hij te danken aan de populariteit van het spelletje, maar het blijft pervers dat een kerel die niet graag traint, de voorbije jaren vooral geblesseerd was en hoop en al op dit EK drie goede passes heeft gegeven 120.000 euro per dag in zijn zak steekt.

Ik houd van voetbal maar niet van perversiteiten. En dankzij het EK komt er een vierde coronagolf aan. Ook om die reden is het een goede zaak dat de Belgen eruit liggen en er geen Belgische supporters naar Londen gaan.

EK Voetbal (1)

Over enkele dagen start het Europees Kampioenschap voetbal. Het is het tweeëntwintigste groot toernooi, EK’s en WK’s samen, dat ik bewust meemaak. Dat zijn er veel. Dit is het eerste in een onpaar jaar, door de gekende omstandigheden. Ik was als kind blijkbaar rapper geïnteresseerd in popmuziek dan in voetbal. Het WK van 1974 en het EK van 1976 zijn geheel aan mij voorbijgegaan. Argentinië 1978 herinner ik mij wel: de langharige Argentijnen, het afstandsschot van Arie Haan, Peru, met sterspeler Cubillas, dat er op een dubieuze manier werd uitgeknikkerd, of het thuisland een handje hielp, was dat het? De grimmige sfeer tijdens de finale en hoe dat veld eruitzag, alsof de papierophaler er zijn lading had verloren.

Wat nog? Even snel uit het hoofd door die tweeëntwintig toernooien scrollen. 1980. Na school naar huis fietsen om Ceulemans en Wilkins te zien scoren. Enkele dagen later de finale. Swat Van der Elst, Vandereycken, laatste minuut winnende goal voor Duitsland van Hrubesch, die nota bene bij Standard speelde, ja toch? 1982: Rossi. Maar ook Falcao, Socrates, Eder. 1984: Veel ‘Belgen’ bij de Denen, ploegmaten, maar die bewuste dag in Frankrijk verbeten tegenstanders. Vandereycken gooit de tas van een verzorger weg terwijl die – ik geloof – Morten Olsen verzorgt, of was het Preben Larsen, lastigaard, nijdigaard, gehaat door iedereen die geen Lokeren-supporter was, maar wát een voetballer. Vertimmerde Belgische ploeg na het omkoopschandaal. De Greef en Lambrichts opgeroepen, niet goed genoeg om de geschorste titularissen te vervangen. 5-0 tegen onze doos van de Fransen. Platini. EK 1984 is gelijk aan Platini. Wie hem alleen maar heeft gekend als indommelende en sjoemelende voetbalbobo kan nauwelijks geloven dat dit ooit een ballerina op noppen was. En die langharige krullenbol in de spits naast hem, hoe heette die ook weer? Rocheteau of zoiets.

1986, Mexico. De hand van God, de show van Pfaff. België-USSR, beste wedstrijd aller tijden en neen, Ceulemans stond niet buitenspel bij dat doelpunt. Belanov. De kopslag van Demol. Papin, Brugse trots bij de Fransen. Leo Van der Elst, broer van die andere, weet hoe je een strafschop moet nemen als je nog amper op je benen kunt staan van de zenuwen: keihard rechtdoor, ogen open of dicht, maakt niet uit. 1988: Van Basten, Vieri – neen, Vialli moet dat zijn – met dat raar plukje haar aan de ene kant van zijn hoofd. 1990? Even denken … o ja, natuurlijk, het best voetballende Belgisch elftal ooit, met Ceulemans niet in de basisploeg, maar dat duurde niet lang. Het drama David Platt, na foutje van Franky Van der Elst, geen familie. Foutjes, iedereen heeft het altijd over foutjes. Voetbal is geen spel voor robots, wat zou het voorstellen zonder foutjes?

1992. Herinner ik me niet en ik weiger het op te zoeken. 1994. Go West, naar het Westen dus, Go West, gaan we met de bus? Zullen daar op het plein ook witte lijnen zijn? Albert, Preud’homme, Joske Weber. 1996? Geen idee. 1998: Frankrijk met zweetkop Zidane en Ronaldo, de dikke. 2000: EK in de Lage Landen. Kopstoot van zweetkop in Italiaanse maag. Belgen eruit in de groepsfase. Nederland waardeloze strafschopnemers. 2002: Japan en Zuid-Korea. Tijdens de middagpauze in de Riley kijken naar België-Tunesië op groot scherm. De wedstrijd wordt geprojecteerd in spiegelbeeld verdorie. Prendergast. 2004: even nadenken, Bierhoff? 2006: sterk Spanje? 2008: black-out. 2010: waka waka, ga erheen en je zult in een doodskist terugkeren, zei een journalist. 2012… wacht even, ik heb ergens onderweg het EK in Oostenrijk en Zwitserland over het hoofd gezien en ik moet ook nog het EK in Polen en Oekraïne ergens in kwijt geraken. 2014: Brazilië, Divock wie? 2016: supporters moeten stoppen aan de grens met Frankrijk, hun bierblikjes leeggieten en mogen dan verder rijden om in Rijsel Wales te zien winnen, haha. 2018: als Meunier een tweede geel pakt in de tweede wedstrijd, dan zit hij zijn straf uit in de overbodige match tegen Engeland en speelt hij de halve finale, en wordt dat misschien een andere wedstrijd. Net zo goed gingen we eruit tegen Japan of tegen Brazilië. Frankrijk was beter, laten we dat voor eens en voor altijd aanvaarden. Ik erger me aan de auto’s met tricolore spiegelhoesjes en vlaggetjes. Het is maar goed dat we geen wereldkampioen werden. Ik supporter voor mijn land, met plezier en overtuiging, maar als half België de zatte onnozelaar begint uit te hangen, dan mag voor mijn part het spelletje worden afgefloten.

Schiet me nog iets te binnen? 1992, natuurlijk, Danish Dynamite. Van het strand geplukte Denen die invallen op het EK voor het oorlogszuchtige Joegoslavië, en het EK nog winnen ook. Nog namen? Toto Schillaci, Higuita en Valderama – spel ik die namen goed? voor één keer kan het mij geen lor schelen -, Roger Milla, de pistoolschoten van die Zweed die nog bij Mechelen heeft gespeeld, neen, niet Ingesson, die andere. Kenneth en nog iets. Ik was even ingedommeld, schiet wakker en zie lang na middernacht Roberto Baggio klaar staan om een penalty te nemen. Hij mist, Brazilië kampioen. Roberto Baggio, wat een speler, maar wie kent die nog? Davor Suker. Romario en Bebeto. Roemenen met geel geverfd haar die de wedstrijd verliezen. Een wedstrijd verliezen is niet prettig, een wedstrijd verliezen met geverfd haar is gênant. O, nog iets belangrijks vergeten: Griekenland en Portugal wonnen ook ooit een EK. Hoe dichter bij het heden, hoe minder ik mij herinner. Is dat de aderverkalking die komt opzetten?

De traag- en snelheid van de tijd

In de prachtige tv-serie It’s a sin vraagt Jill aan Colin of hij, tijdens zijn bezoek aan New York, wat informatie wil zoeken over die nieuwe, verschrikkelijke ziekte die aids heet. Want in heel Londen, nochtans geen dorpje van niemendal, is er geen informatie te vinden en huisartsen ketsen vragen over het onderwerp af. De serie speelt zich af aan het begin van de jaren tachtig.

Het fragment verbouwereerde mij. Heb ik in die tijd ooit de indruk gehad dat informatie, wat voor informatie dan ook, niet beschikbaar was? Ik dacht het niet. Welke informatie trouwens? We deden het met wat we hadden.

In de Middeleeuwen waren ridders, edelmannen, kunstenaars… maandenlang onderweg van Vlaanderen naar pakweg Italië. En bij vertrek wisten ze niet of ze zouden terug geraken of door roversbenden om het hoekje worden geholpen. Hoelang duurt het nu om van Brussel naar Rome te vliegen? Twee uur en een klets. De wereldzeeën bevaren? Zelfde verhaal. Maanden, jaren onderweg. Nu sta je in een dag in Nieuw-Zeeland en dat vindt wie er heen moet veel te lang, dat komt door die vervelende tussenstops.

Het moet een heel end na september 1979 geweest zijn, want ik kende hem voordien niet, dat mijn schoolkameraad Geert V. dat boek in mijn handen stopte. Er was in Engeland van alles gaande op het vlak van muziek. Ik had de term ‘punk’ al wel gehoord en kende allicht ook de muziek, maar de scène kreeg pas een gezicht toen ik het boek opensloeg. Meisjes en jongens met veiligheidsspelden door hun lip, gekleed in lederen outfits met heel veel overbodige ritsen. Piekjeshaar, halsbanden met pinnen, T-shirts met schreeuwerige prints, legerbottines, visnetgewaden, de hele reutemeteut.

Hoezo, er was van alles gaande? Was het al niet over zijn hoogtepunt heen toen we hier dachten dat het nieuw was? De LP Never mind the bollocks, here’s the Sex Pistols kwam uit in oktober 1977. We waren verdorie twee, drie jaar achter.

Tegenwoordig is alle informatie meteen beschikbaar. Als Remco weer eens de gymnast uithangt, terwijl hij eigenlijk een wielrenner hoort te zijn, en in Italië over een reling duikt, dan staat dat filmpje, terwijl Remco nog aan het recht krabbelen is, al op Twitter. Zelfs wie geen Twitter heeft, zoals ik, weet en ziet dat terstond, want de nieuwssites nemen het per direct over.

De mens(heid) holt te snel en wie te snel holt, moet even terugschakelen, of gaat op zijn bek.

Eurovisiesongfestival (4)

Wat deed ik de avond van 5 mei 1984? Niet naar het Eurovisiesongfestival kijken, want als ik de namen van de deelnemers overloop, dan zeggen die me weinig of niets. De winnaars in 1984 heetten The Herreys, een Zweedse boysband. Die haalde het met een infantiel nummer met een infantiele titel.

In de jaren die volgden, hoorde ik op een verre radio meerdere keren dat Italiaanse lied. Ik moet telkens eens opgekeken hebben van waar ik op dat moment mee bezig was, om te genieten van dat prachtige duet. Ik heb lang verkeerdelijk gedacht dat het Al Bano & Romina Power waren die het zongen. Een ander Italiaans man/vrouw-duo kende ik niet. Tot een mens ineens beschikt over dat ding dat internet heet en alles, neen niet alles maar toch veel, kan opzoeken en herbekijken.

Alice & Franco Battiato, zo heten de vertolkers van dat schitterende lied, het allermooiste Eurovisiesongfestivallied ooit. U had van mij iets poppy verwacht als mijn favoriet, iets uptempo, maar ik houd van vele muziekjes. ‘I Treni Di Tozeur’ begint met een fraaie intro en die stemmen die in elkaar overgaan. Wat volgt is werkelijk een enig stukje muziek dat in het refrein, dat bulkt van grandeur en tristesse, in een perfecte samenzang naar een hoogtepunt toe werkt. Het gaat over een trein, weet ik veel, maar dat is niet belangrijk. Ik spreek geen Italiaans, de tekst gaat volledig aan mij voorbij. Toch raakt dit lied mij geweldig, en als ik het tien keer na mekaar hoor, dan raakt het mij tien keer even diep.

Ongelooflijk maar waar. Dit stukje schreef ik enkele dagen geleden al. Ik wilde het nu, vandaag, publiceren, zoek nog even op het internet naar andere versies en lees ineens dat Franco Battiato is overleden… op 18 mei 2021. Vandaag.

Olie drijft altijd boven. Ook al won ‘I Treni Di Tozeur’ in 1984 niet, wat eigenlijk compleet onbegrijpelijk is, het groeide uit tot een van de bekendste Italiaanse liederen, en wordt ook vandaag nog geregeld op de Vlaamse radio gedraaid, wat van weinig andere Eurosong-nummers – winnaars of niet-winnaars – kan gezegd worden. Als het in ons land nog vaak op de radio komt, zal dat in andere Europese landen niet anders zijn.

Het Eurovisiesongfestival hoeft voor mij niet te blijven bestaan als het een evenement wordt of al is waar opvallen en scoren om andere redenen dan de muziek de boventoon voert. Maar moge ‘I Treni di Tozeur’ een niet mis te verstane boodschap zijn aan de deelnemende landen. Stuur een keigoed lied, dan maakt het niet uit of je wint of achtste of dertiende wordt. Als het sterk genoeg is, dan zal het de tand des tijds wel overleven, terwijl foute, hippe hypes mogelijk vluchtig succes opleveren en al even vluchtig tussen de plooien van de muziekgeschiedenis vallen om daar voor eeuwig stof te liggen vergaren.

Hieronder ‘I Treni di Tozeur’, 32 jaar na het Eurosongfestival.

Riposare in pace, Franco Battiato.

Bohemian Rhapsody

Bohemian Rhapsody, de film, was onlangs op tv. Ik had hem nog niet eerder gezien en was dan ook zeer benieuwd of de heel hoge IMDB-score en de Oscar voor Rami Malek terecht waren. Ja, dat is zo. Alleen al de manier waarop Malek zijn bovenlip over dat immense bovengebit haalt, net zoals Freddie dat deed, is grandioos. Het is onvoorstelbaar hoe ook de andere bandleden perfect worden neergezet, vooral op het podium. Hoeveel tijd moet er niet aan zijn besteed om dat helemaal goed te krijgen. Soit, je bent acteur of je bent het niet. Alleen de late Roger valt een beetje uit de toon.

Tijdens de discussie of het lange ‘Bohemian Rhapsody’ als single moet worden uitgebracht, roept Freddie ineens dat hij ‘opera’ in zijn muziek wil brengen, hiermee verwijzend naar de titel van de LP ‘A Night At The Opera’. In de film wordt verzwegen dat die titel, net zoals de titel van de opvolger ‘A Day At The Races’ ontleend is aan films van de Marx Brothers.

De carrière van Queen kunnen we verdelen in twee perioden: Freddie met lang haar zonder snor, en Freddie met kort haar en snor. Of voor wie een andere opsplitsing wil: John Deacon vóór zijn vogelnestkapsel, en John Deacon tijdens en na zijn vogelnestkapsel. Die eerste periode is veruit de interessantste. Van de tweede periode onthoud ik alleen maar, als ik heel streng ben, ‘One Vision’, ‘Las Palabras De Amor’ en ‘A Kind Of Magic’.

Ik was 10 toen de single ‘Bohemian Rhapsody’ uitkwam. Het was een bom die viel, maar later is mijn liefde voor het nummer wat bekoeld. Het beste werk van Queen dateert eigenlijk van vóór 1975, van vóór ‘Bohemian Rhapsody’. ‘Now I’m Here’ en ‘Seven Seas Of Rhye’ zijn fantastisch en dat geldt evenzeer voor het minder gekende ‘Brighton Rock’ en ‘Flick Of The Wrist’.

Eurovisiesongfestival (3)

De Belgische inzending voor het Eurovisiesongfestival wordt afwisselend afgevaardigd door de VRT en de RTBF. Hoe werd dat in het verleden zoal aangepakt? Een artiest aanduiden met een liedje, en vooruit met de geit, da’s het eenvoudigste. Eén artiest aanduiden en die verschillende liedjes laten brengen en dan daaruit eentje kiezen. Is ook al gebeurd. Een aantal artiesten twee of drie liedjes laten brengen en daaruit dan een winnaar en een winnend liedje kiezen. Ook. Of er een heuse competitie van maken met preselecties, halve finales en een finale. Veruit de meest spectaculaire werkwijze, zeker als je zorgt voor een jury met uiteenlopende karakters en meningen, met daarin minstens één iemand die nooit een blad voor de mond neemt – laten we dat jurylid Marcel Vanthilt noemen – en een zaal vol opgefokte familieleden, vrienden, buren… die elk woord van elk jurylid trakteren op gejuich of gejoel, al naargelang het hun geliefde kandidaat goed of slecht uitkomt. Voeg daar dan nog een obscure televoting aan toe en het feest is compleet. De televisiekijker heeft ook een stem in het kapittel, meestal minstens evenwaardig aan de stem van de jury. Fons en Arlette, thuis in hun canapé, moeten het gevoel hebben dat zij het zijn, die een Belgische artiest sturen naar het Eurovisiesongfestival in Dublin, Oslo, Rome, Rotterdam of godbetert Jeruzalem.

Televoting is obscuur, omdat niemand precies weet of de registratie van de telefoontjes wel correct gebeurt. Er is een gerechtsdeurwaarder aanwezig, maar is die wel zuiver op de graat? Televoting is niet alleen obscuur maar ook oneerlijk. Je zal als begenadigde nachtegaal, enig kind en een beetje een kluizenaar, want altijd bezig in de studio met keigoede nummers te fabriceren, maar moeten optornen tegen Kwasi Tevoko, Belgische jodelaar van Zambiaanse afkomst, met 11 broers, 16 zussen, 34 nonkels en tantes, en 173 neven en nichten, die allemaal met hun gratis telefoonabonnement van het OCMW de hele avond non-stop bellen om de trots van de familie, die nog geen hoge do van een lage la kan onderscheiden, naar Dublin, Oslo, Rome, Rotterdam of godbetert Jeruzalem te televoten.

Is het eigenlijke Eurovisiesongfestival in wezen een saaie gebeurtenis, bestaande uit een opeenvolging van introducties van de deelnemers – altijd zijn dat grappig bedoelde filmpjes die niet doen wat ze beogen, namelijk grappig zijn – , de liedjes van de deelnemers en ten slotte de puntentelling – altijd met in sommige landen een leuke puntenmededeler die niet slaagt in wat hij beoogt, namelijk grappig zijn, en dan maar afsluit met een complimentje aan het adres van de gastvrouw van het organiserende land, hoe wonderful ze er wel niet uitziet – , dan staat zo’n nationale preselectie wél garant voor vuurwerk. Zo was het ook in het jaar 1999, het fameuze jaar dat, na het afscheuren van het allerlaatste blaadje van de Druivelaar, misschien wel of misschien niet zou overgaan in het jaar 2000, maar niet zonder dat eerst alle computers op aarde op hol zouden slaan en we veel kans maakten dat er ineens pardoes een vliegtuig uit de lucht pardoes op ons hoofd zou vallen.

Als u mij vraagt: Philip, wat is volgens u het beste Belgische Eurosong-lied aller tijden, dan neem ik u mee naar het jaar 1999. Neen, niet ‘Like the Wind’ van de menselijke windmolen Vanessa Chinitor, dat uiteindelijk naar Jeruzalem mocht om daar een amper opgemerkt briesje te laten waaien. Mijn beste Belgische Eurosong-lied ever is er een dat de nationale selectie niet overleefde. In 1999 werd Alana Dante met ‘Get Ready for the Sunsand’ pas derde, tot onvrede van velen, niet in het minst van jurylid Marcel Vanthilt en van mezelf. Tijdens de preselecties en de halve finale gebruikte Alana Dante een ‘machientje’ waarvan ik nog altijd niet precies weet wat het is, een soort stemvervormer die in het nummer heel even werd gebruikt, vermoed ik. Eén jurylid, de hoogst ergerlijke Mark Coenegracht, kraakte haar volledig af en trachtte het publiek wijs te maken dat ze niet zelf zong. In de finale deed ze het zonder dat machientje, ze deed het goed, dat moest Coenegracht ook toegeven, maar hij trapte nog een laatste maal na. Velen waren en zijn er nog altijd van overtuigd dat ‘Get Ready for the Sunsand’, een geweldig uptempo-nummer (vergelijkbaar met Ooh Aah… Just A Little Bit van Gina G, dat in 1996 ook niet won, maar wel een grote hit werd) hoge ogen had kunnen gooien in Jeruzalem. In de plaats daarvan werd het de scheet in de fles ‘Like the Wind’ genaamd. Blijkbaar heeft Vanessa Chinitor 11 broers, 16 zussen, 34 nonkels en tantes, en 173 neven en nichten. Welk telefoonabonnement die hebben is mij niet bekend.

Kijk hieronder naar de finale van de Belgische preselectie. ‘Get Ready for the Sunsand’ komt aan bod vanaf minuut 37:37.

Alles over België op het Eurovisiesongfestival vind je op deze pagina. Onderaan de pagina klikken op de jaartallen voor informatie over de Belgische preselecties.

Eurovisiesongfestival (2)

Ik vroeg me af waarom de hitparade-artiesten niet naar het Songfestival gingen: Queen, Rod Stewart, Status Quo, The Sweet, Mud, The Rubettes, The Bay City Rollers, Alvin Stardust of de halfgare Gary Glitter. Het leek wel alsof er voor het festival in een aparte muzikale vijver werd gevist. Toch brachten de edities van ’74, ’75 en ’76 fraaie winnaars voort met ABBA (‘Waterloo’), Teach-In (‘Ding-a-dong’) en Brotherhood of Man (‘Save your kisses for me’). Veel mensen vinden ‘Waterloo’ nog altijd de ultieme ABBA-hit, maar als ik een lijstje zou maken met mijn 15 favoriete ABBA-hits, dan komt het er niet in voor. Mijn absolute ABBA-favorieten zijn ‘Knowing Me, Knowing You’ en ‘The Name of the Game’. Dit terzijde. Wat Teach-In betreft, er is een Amerikaanse film over een zieke jongen die naar Amsterdam reist om de auteur van zijn lievelingsboek te ontmoeten. In die film zegt een personage tegen een ander iets als ‘There was a Dutch song called Ding-a-dong. It was the favorite song of my father.’ De naam van de film ontsnapt me en ik heb geen zin om hem op te zoeken.

Laat me even doorspoelen naar 1980. Ik ben een puber en al lang niet meer bijster geïnteresseerd in het Songfestival. Vaak zie ik het meer als uitlachtelevisie dan wat anders. België wordt dat jaar vertegenwoordigd door Telex, een Waals synthesizertrio dat met ‘Eurovision’ een parodie brengt op het evenement waar het aan deelneemt. Telex is de luis in de pels, de anti-Europeaan die als verkozene zetelt in het Europees Parlement, de carnivoor in de vegan shop . Het was Telex niet te doen om de punten. Dat de drie heren geselecteerd werden en mochten optreden voor vele miljoenen kijkers in heel Europa was al een overwinning op zich. Telex is tegenwoordig terug brandend actueel met een nieuw compilatiealbum, ‘This is Telex’. Telex is zo’n beetje het Kraftwerk van den Aldi. Pioniers waren ze wel, in eigen land zeker, maar ik word niet wild van hun synth-pop covers van ‘Dear Prudence’ of ‘Ça plane pour moi’. Maar die subversieve act op 19 april – mei is dan toch niet altijd de festivalmaand – 1980 in Den Haag kon ik wel pruimen. Subversief? Toen wel. Als je het optreden echter bekijkt door de ogen van nu, lijkt het als act nogal magertjes. Visueel waren deze jongens geen hoogvlieger. Telex kwam als laatste aan de beurt, als een soort appendix. Het orkest mocht inpakken en ‘synthesizers en noemt u maar op wat er allemaal bij zit’, zoals de commentaarstem op de Nederlandse tv het noemde, namen het over. Op het einde wordt een stukje van ‘Te Deum’, de EBU-tune gespeeld. Het nemen van de foto kan gezien worden als een omkering van de rollen die artiest en publiek vervullen. Heeft het publiek niet genoten van de artiest, de artiest dan toch van het publiek, en dat moet voor het nageslacht worden vastgelegd.

Eurovisiesongfestival (1)

Meimaand is de maand waarin elke vogel een ei legt én van het Eurovisiesongfestival. Het festival is verworden tot een flauw en overbodig afkooksel van het liedjesfestival dat het ooit geweest is. Ik volg het al ruim een decennium niet meer. Als ik de complete lijst met alle deelnemers van alle edities overloop, dan doen de winnaars van de voorbij tien jaar bij mij amper een belletje rinkelen, behalve ‘Euphoria’ van Loreen en natuurlijk – hoe zat dat ook weer precies? – de vrouw met de baard, of neen, de man met de baard die eruit wilde zien als een vrouw… alleszins iets met een avondkleed en veel gezichtsbeharing, Conchita Wurst genaamd. Dix points voor die naam alleen al. Douze points indien het Conchita Bratwurst was geweest, want dat is nog geiniger.

Wanneer werd dit evenement een rariteitenkabinet? Dat moet met de overwinning van Lordi geweest zijn in 2006, vijftien jaar geleden, wat vliedt de tijd toch snel. Ze waren de grap van de dag, maar wonnen. De geloofwaardigheid van het festival lag aan diggelen. Landen wisten niet langer of ze een clown moesten sturen of een zanger(es). Het ging niet meer om de muziek, maar om hoe meer op te vallen dan de andere deelnemende landen. En wie wil opvallen moet nu eenmaal gekke bekken trekken of een blits pakje dragen. Dat zien de media graag, hebben ze iets om over te schrijven. En in de voetsporen van de media volgt gedwee het kijkvee.

Mijn verste herinnering aan een winnaar, een winnares in dit geval, is er een uit het jaar 1972. Ik was 7 jaar. Het lijkt mij weinig waarschijnlijk dat ik heb mogen opblijven tot Vicky Leandros met de bos bloemen zwaaide en als laureate haar lied nog eens opnieuw mocht brengen. Toch kan ik in de jukebox in mijn hoofd het krachtige ‘Après toi’ terstond oproepen. Ik zal de avond van het festival wel in mijn bedje hebben gelegen en Vicky Leandros later hebben gezien, toen ze het nummer bracht in een van de vele televisieshows waarin steevast muzikanten, ter verluchting van het programma, hun opwachting maakten.

In 1973 was ik al een grote jongen van 8 en zat ik zeker wel voor de buis, het zal wel zijn verdorie. Over blitse pakjes gesproken, 1973 is het jaar van ‘Baby, baby’ van Nicole & Hugo. Ik denk altijd dat dit een nummer is van ver voor mijn tijd, dat ik dit onmogelijk live op tv kan gezien hebben. Dat klopt niet, of misschien was ik net even naar het toilet toen N & H hun ding deden, want ik heb een levendige herinnering aan het toch wel fraaie, winnende lied met de intrigerende titel ‘Tu te reconnaîtras’ van Anne-Marie David. Wederom een winnende inzending van Luxemburg, net als het jaar ervoor. Die Letzenburgers moeten gedachten hebben: “änneren ni e Gewënner Team”, wat Luxemburgs is voor “ne changez jamais une équipe gagnante”, wat dan weer Frans is voor “never change a winning team”, wat dan weer Engels is voor “als je niet weet wat never change a winning team betekent, dan ben je waarschijnlijk niet lang naar school geweest”. ‘Weet je wat, wij sturen een doordruk van Vicky Leandros, succes verzekerd,’ dachten ze in het land van de groothertog. Het lukte wonderwel. In 1974 en 1975 stuurde Luxemburg opnieuw een zangeres, maar dat leverde toen slechts een ereplaats op. De formule was uitgewerkt.

Nightcore

Dankzij Finn, de onvergetelijke deelnemer aan de derde aflevering van Popquiz op VTM, leerde ik het fenomeen Nightcore kennen. Van zowat elk bekend popnummer bestaat er een Nightcore-versie, die visueel wordt verpakt in een manga-afbeelding (of moet dat zijn anime-afbeelding?)

Ik schud bedenkelijk het hoofd, maar laat dat geen vernietigend oordeel zijn. Ieder zijn meug. Elk diertje zijn pleziertje. Had ik indertijd ‘Never mind the bollocks…’ laten horen aan mijn vader, dan had die vast ook bedenkelijk zijn hoofd geschud. En had mijn vader, als dat al mogelijk was geweest, ‘Rote Rosen’ van Freddy Breck laten horen aan drie middeleeuwers, dan hadden die ook hun al dan niet ridderlijk hoofd geschud. En hadden drie middeleeuwers hun muzikale kunstjes met vedel, luit en schalmei aan een neanderthaler laten horen, dan had die neanderthaler hen alle drie met zijn knots een klop op hun kop gegeven, de bleke velletjes van hun lijven gestroopt en er door madam neanderthaler een schoon frakske van laten maken voor als er nog eens een ijstijd zat aan te komen.

Nightcore, ik ben er niet wild van. Maar waarschijnlijk is het art Jim, but not as we know it. Twee voorbeelden om één keer en dan nooit meer te beluisteren.

Jim Steinman overleden

Op ‘Bat Out Of Hell’ van Meat Loaf, een iconische plaat en een van de eerste LP’s die ik kocht, staat op de voorzijde van de hoes vermeld: Songs by Jim Steinman.

We kennen Steinman vooral van zijn nummers voor Meat Loaf, Bonnie Tyler en Céline Dion, maar als je even een uurtje de tijd hebt om zijn Wikipedia-pagina te lezen, dan zul je merken dat hij veel meer heeft gedaan dan bombastische popnummers met overvloedige ornamenten, tempowisselingen en meestal lange titels schrijven. Rockmusicals, filmmuziek, samenwerkingen met tal van artiesten… de man is redelijk productief geweest.

Het medelijden dat ik aanvankelijk had met Jim Steinman is dan ook misplaatst. Medelijden omdat deze man achter de schermen, die er in zijn hoogdagen uitzag als een knappere versie van rockgod Jim Morrison, zich altijd maar in de schaduw van iemand anders moest ophouden. Ik herinner me, uit de prachtige documentaire ‘Meat Loaf: In and Out of Hell’ dat Steinman eerder het verlegen type was, een tikkeltje contactgestoord, helemaal in tegenstelling tot de extraverte Meat Loaf. Maar eigenlijk stond hij helemaal niet in de schaduw. Hij ging naar plekken waar ik nooit kwam. Negentig procent van wat hij heeft gemaakt, ken ik niet.

De website van VRT NWS brengt naar goede traditie een tribuut, beknopt maar fraai, aan deze veelzijdige artiest. Ik voeg daaraan toe, de video van twee juweeltjes op ‘Bat Out Of Hell’.

Popquiz

Voor een popquiz mag je mij altijd wakker maken. Wat niet klopt. Ik heb weinig principes, maar één daarvan luidt: een mens die slaapt mag je nimmer ofte nooit wekken, tenzij het huis in brand staat. Wat ik bedoel is: voor een popquiz mag je mij altijd wakker houden middels mijn oogleden te spalken of op de tamboerijn te slaan. Wat ik nog meer bedoel is dat ik graag kijk naar Popquiz maanden heeft de redactie erover gedaan om deze titel te bedenken – op VTM, een snelle quiz, met vinnige rondes. Soms iets te snel voor deze 56-jarige, iets boven de goeie middelmaat uitstekende popkenner. Een lyric aanvullen, shoot! maar geef me drie seconden om dat te doen in plaats van een halve. Hoezeer ik, ouwe jongeling met afkalvend geheugen, mogelijk ten onder zou kunnen gaan in deze flitsende rollercoaster werd in de eerste aflevering uitgebreid gedemonstreerd door Bart Peeters, die de arena betrad als een pas geschoren alpaca en na afloop van het programma werd afgevoerd in een rolstoel, om per direct te worden overgebracht naar de dementieafdeling van het WZC in Boechout, alwaar hij nog altijd verblijft en zijn gevaccineerde medebewoners de gordijnen injaagt door hele dagen She goes na na na na te zingen..

Wat nog meer te vertellen over Popquiz? Matthijs van Nieuwkerk, oud meubilair van DWDD, is helemaal gerestaureerd en opgepoetst, en schittert als nooit voorheen. Visje in het water, al moet hij wel ophouden met ongein zoals de hele studio aansporen om ‘Mia’ van Gorki te zingen. Waarom een geïmporteerde Hollander een Vlaamse quiz laten presenteren, roepen critici. Ach, waarom niet? Het moest iemand zijn die popmuziek ademt en dat doet Matthijs. Wie had het anders moeten doen? Walter Grootaerts? Ben Crabbé? Bart Peeters, die dus niet kan wegens zachte internering? Toch niet een van die mongolen van de familie Coppens? Neen, Matthijs van Nieuwkerk is prima en wordt helemaal kierewiet als de kandidaten hem confronteren met het Vlaams cultureel erfgoed Zeg ne kjir oe loat’est / ‘k è der gin gedag van / Zôt ol achter ntwolvn zyn / ‘k è gin arloiz’an / Zyj ze were kwyt musskien / ‘t goat u ginne zak an / Domistiek en Leevrancier / Buzze en Cauwelier.

Soms passeert er iets waarvan ik denk, hé, dat is een leuk nummer, ik herken het, maar weet niet wie het zingt en ik wil het weten, na de uitzending meteen naar YouTube. Ik kijk naar Popquiz als een student popkunde die zijn kennis wil bijschaven, balpen en cursusblok bij de hand. ‘Bulletproof’ van La Roux bijvoorbeeld.