Buren bij Kunstenaars – 15 & 16 oktober

Ik neem deel aan Buren bij Kunstenaars op 15 en 16 oktober in het Ontmoetingscentrum van Marke. Het is een groepstentoonstelling. Hieronder alle namen van de deelnemers en hun discipline.

Een groepstentoonstelling is niet alleen leuk voor de kunstenaar, die een locatie krijgt aangeboden, maar ook voor u, de bezoeker. Als u individuele kunstenaars bezoekt bij hen thuis of in hun atelier, dan moet u uw dag goed plannen. Reken snel een uurtje per kunstenaar en dan moet u zich tussendoor nog verplaatsen van locatie naar locatie. In het OC van Marke krijg je een stuk of 30 kunstenaars in één klap. En dat dankzij de Culturele Werkgroep Marke.

Ik stel foto’s tentoon die vorig jaar te zien waren in K-Trolle te Roeselare. Wie daar kwam kijken, heeft het dus al gezien, maar is natuurlijk nogmaals welkom. Wie Roeselare gemist heeft, krijgt hier een nieuwe kans.

Ik nam al eens deel in 2020. Hier een impressie.

====================
Advertentie

Fototentoonstelling Roeselare: ik heb me vergist, ik ben toch geen luie fotograaf

Mijn foto’s zien hangen, allemaal samen, aan muren, en erover praten met mensen, en al pratend met mensen erover nadenken, heeft mij nieuwe inzichten gegeven over mijn eigen werk.

Ik noem mezelf graag een luie fotograaf. Dat is omdat ik mezelf graag neerhaal, omdat ik mezelf graag bespot, net zoals ik mezelf graag een luie dichter en schrijver noem. Ik zal uitleggen waarom ik geen luie fotograaf ben, integendeel, ik werk me de pleuris aan mijn beelden, maar omdat ik het graag doe, voel ik de inspanning niet. Wat een mens graag doet, kost geen energie, maar verschaft net energie.

Hoe heb ik het geleerd in de avondschool fotografie, waar ik zes jaar opleiding heb gevolgd? Wel, daar werd beweerd, en terecht, dat als je een foto maakt je er maar beter voor kunt zorgen dat die foto tijdens het schieten al zo goed mogelijk is, zodat je er achteraf niet te veel moet aan prutsen in Lightroom, Photoshop of gelijkaardige programma’s. Om die reden zeulen fotografen meestal een rugzak met body’s, lenzen, flitsers, filters, een groot statief, gorillapods enzoverder enzovoort met zich mee.

Een klassiek fotograaf neemt, laat ons zeggen, tweehonderd foto’s, gooit er daarvan honderdnegentig weg, op zicht, wegens onderbelicht, overbelicht, dubbelop, slechte compositie, storende elementen in beeld en noem maar op. Vervolgens worden de tien resterende door Lightroom en Photoshop gehaald. Hooglichten, schaduwen, helderheid, kleuren, contrast… worden bijgewerkt. De foto wordt rechtgetrokken en bijgesneden, vlekjes worden verwijderd, er wordt wat vignettering op gezet en klaar is kees. Veel fotografen hebben een hekel aan dat computerwerk en doen wat hen is geleerd, namelijk de foto meteen zo goed mogelijk schieten. Dit zijn de fotografen van de heldere, scherpe lijn, de prachtige realistische portretten, de adembenemende realistische natuurbeelden, de flitsende realistische sportfoto’s, de intrigerend realistische straatfotografie et cetera.

Ik maak dromerige, schilderachtige beelden zoals het onderstaande. Mijn twee fototoestellen zijn heel erg basic. Het tweede heb ik gekocht, alleen maar omdat het in een jaszak past. Ik heb geen extra materiaal bij me. Ik schiet foto’s en maak me niet druk om de kwaliteit van het geschoten beeld. Zonder mijn leesbril op kan ik op het display van mijn camera zelfs niet zien hoe goed of hoe slecht het beeld is, dat zie ik pas op het scherm van mijn pc. Ik heb voldoende pixels nodig voor een eventuele vergroting, maar de pure, schoolse fotokwaliteit zal mij worst wezen. Tot hier ben ik een luie fotograaf. Ik doe maar wat. Ik zie door het treinraam iemand wandelen langs de rails, ik zoom in en druk af. Maakt me niet uit of de trein rijdt of stilstaat, of mijn hand trilt of niet. Ik zie thuis wel wat ik heb verzameld en wat ik ermee kan aanvangen. Ik gooi ook veel weg, maar hanteer andere criteria dan klassieke fotografen. Te licht, te donker, onscherp, korrelig… zijn geen criteria om een foto weg te gooien, integendeel.

Daar waar de klassieke fotograaf na een kwartiertje computeren zijn resterende tien foto’s op orde heeft, begint voor mij dan pas het werk. Ik kijk naar een beeld dat ik gemaakt heb en vraag me af wat de mogelijkheden zijn om er iets van te maken. Veel is mogelijk, heel veel, te veel soms. Elke foto ontwikkelen tot een kunstwerkje is een odyssee, waarbij ik voortdurend moet kiezen welke weg ik insla. Ga ik voor deze bewerking of voor een andere? Kiezen is winnen of verliezen, en meestal de twee tezelfdertijd, of kan leiden tot een resem eindresultaten waaruit ik dan toch weer moet kiezen. Ik zeg wel eens dat ik schilder met mijn fototoestel, dat is larie natuurlijk, maar het klinkt zo mooi. Wat ik doe met mijn fototoestel kan elke kleuter die over twee handen beschikt. Wat ik werkelijk doe is digitaal ambachtswerk. De tijd die ik steek in een beeld, om het te leiden naar een bevredigend resultaat, is immens, maar omdat ik tijdens een scheppingsproces de klok niet in gaten houd, besef ik dat niet eens. Ik ben geen luie fotograaf, dat is bij deze rechtgezet.

Fototentoonstelling Roeselare: over halfweg

Nog tot en met de laatste dag van deze maand zijn in K-Trolle te Roeselare een 25-tal van mijn foto’s te zien. Cultuurcafé K-Trolle is open op vrijdag, zaterdag en zondag van 16u. tot zeker 23u.

Na drie van de vijf weekends mag ik zonder schroom verkondigen dat de tentoonstelling een succes is. Veel bezoekers en alleen maar positieve reacties.

Door de belichting op de werken is het niet eenvoudig om ze zonder reflectie te fotograferen. Toch een poging gedaan om deze drie te vangen.

Fototentoonstelling Roeselare: de waardevolle mening van de bezoeker

Mijn fototentoonstelling ‘Reality and beyond / De werkelijkheid voorbij’ is bijna halfweg. Twee weekends zitten erop, nog drie te gaan. Ik had aangename gesprekken met bezoekers. ‘Zijn dat foto’s?’ is een af en toe gestelde vraag. Maar de originaliteit van mijn werk wordt geprezen, dat mag ik zonder schroom zeggen. De commentaren zijn heel positief.

Het is schilderen met het fototoestel (en met de nabewerkingstechnieken) wat ik doe, ik kan het eigenlijk niet beter omschrijven. Paintography zou ik het willen noemen, maar die term bestaat al, al betekent het iets helemaal anders.

Bezoekers wijzen vaak spontaan hun lievelingsfoto’s aan. Dat mag, daar ben ik zeer blij om. Beach Cabins wordt heel dikwijls aangewezen. Het beeld is 90 op 60 cm groot. Mijn foto’s komen het best uit op groot formaat, vind ik zelf.

Fototentoonstelling Roeselare: K-Trolle

Dat mijn eerste grote expositie doorgaat in K-Trolle te Roeselare mag geen verrassing heten. Ik stond er al een aantal keer op het podium tijdens poëzieavonden ingericht door Obsidiaan. Noem K-Trolle geen kroeg, het is een cultuurcafé, de uitvalsbasis van een vzw die tal van activiteiten inricht. Neen, noem K-Trolle geen kroeg, kroeg doet denken aan lallende tooghangers en een vloer die plakt van het bier, en dat is K-Trolle helemaal niet. Je treft er een divers publiek aan.

De ruimte is bijzonder smaakvol ingericht. K-Trolle is een feest voor de ogen. Wat ik persoonlijk ook fijn vind, is dat K-Trolle groot genoeg is om er rustig plaats te nemen, zonder dat andere bezoekers in je rug beuken of in je nek ademen. Op frisse avonden brandt er een weldadig haardvuur. Behalve de uitgebreide drankenkaart is er ook een kleine menukaart.

Wie de website van K-Trolle bezoekt, komt op de homepagina terecht en ziet daar een kerel ietwat dromerig en somber de lens in kijken. Dat is Jurgen, de patron. Schrik niet als u tijdens uw bezoek aan K-Trolle wordt aangesproken door een goedlachse, kortgeknipte, baard- en snorloze, aardige vent met een twinkel in zijn ogen. U zult hem niet herkennen, maar het is dezelfde Jurgen. Hij en zijn team zullen u met alle egards ontvangen.

En in de bovenzaal hangen mijn foto’s.

Voor wie van ver komt, K-Trolle en mijn tentoonstelling zijn perfect te combineren met een bezoek aan het vernieuwde wielermuseum KOERS of een verkwikkende wandeling in het Provinciedomein Sterrebos met zijn prachtig kasteel. Wie graag shopt kan terecht in de nabijgelegen winkelstraten.

Knoeien met Photoshop

In Knack van 6 januari 2021 staat op pagina 94 en 95 een foto van Laurens Sweeck in zijn trui van Belgisch kampioen veldrijden, een trui die hij enkele dagen later moest afstaan aan Wout van Aert. De foto trekt mijn aandacht. Er is iets met die foto.

Sweeck zit op zijn fiets en bevindt zich in een donker, winters bos. Hij kijkt quasi frontaal in de camera. Een donker bos, maar toch baadt de renner in overvloedig licht. Ha, tuurlijk, hoog tegen de linker rand van de foto, achter de rug van de renner, schijnt een felle winterzon.

Wacht eens even. Sweeck wordt van schuin vooraan belicht, zijdelings bijna. Ook de boomstammen rondom Sweeck worden vanuit die hoek belicht. Dat is behalve aan het licht ook goed te merken aan de schaduwen. Maar de zon zit achter de renner en achter de bomen. Dit klopt niet.

Wat heeft de fotograaf hier uitgespookt? Hij hanteert een externe flitser die links van hem staat, los van de camera. Met dat flitslicht wordt Laurens Sweeck uitstekend belicht. Meer dan uitstekend, bijna te ruim, want het licht valt tot heel hoog tegen de boomstammen. Ik moet aan de kijker tonen waar dat licht vandaan komt, moet de fotograaf gedacht hebben. En waar komt het licht in een bos vandaan? Van de zon.

Maar Sweeck wordt van opzij belicht en de zon schijnt van achter Sweeck. Dus eigenlijk, als de fotograaf ons wil laten geloven dat het licht op de renner van de zon afkomstig is, schijnt die zon van buiten de foto, van achter de fotograaf. Dat is een probleem, want om die zon aan de kijker te tonen, moet je die ergens in de foto kunnen plaatsen. Waarom zeg ik ‘kunnen plaatsen’? Omdat ik meen dat de zon die we zien niet de echte zon is, maar een lichtbol die met een fotobewerkingsprogramma in de foto is aangebracht. De zon werpt immers geen schaduwen, alleen de flitser van de fotograaf doet dat.

Licht dat invalt van aan de zijkant, de zon die schijnt vanuit de achtergrond. Dit is zo over the top dat ik moeilijk kan geloven dat een professioneel fotograaf dergelijke ‘fouten’ per abuis begaat. Compositorisch is de foto ronduit sterk. Sweeck, in die prachtige trui, fraai belicht, duikt op tussen twee schuine boomstammen die hem als een ereboog overkoepelen. Ineens valt mijn oog op de dikke boomstam rechts. Ai, wat is daarmee aan de hand? Had ik eerst niet gezien. Ofwel is dit een hele rare boom ofwel is dit Photoshop-knoeiwerk van hoog niveau.

Hoe dan ook, Sweeck zal content geweest zijn met de foto. En op deze foto gaat het alleen om Laurens Sweeck, de rest is decor. Dat er aan dat decor niet heel erg succesvol geprutst is, zal door minder dan 1 lezer op 100 worden opgemerkt.

P.S. De foto staat op de website van Knack, maar in landschapsformaat in plaats van portretformaat. De artificiële zon is weggeknipt. Er zijn alleen nog maar een paar stralen te zien en omdat het in dit formaat niet duidelijk is waar die stralen vandaan komen, komt de onzichtbare zon hier wel geloofwaardig over. De boom met de gekke knik rechts is wel nog zichtbaar.

Welkom In Mijn Wereld —> oktober 2021

De tentoonstelling ‘Welkom In Mijn Wereld’ in cultuurcafé K-Trolle te Roeselare, die werd verplaatst van april naar december/januari, wordt om de gekende reden nogmaals verplaatst.

In samenspraak met Jurgen, de sympathieke patron van K-Trolle, is de keuze gevallen op de maand oktober, die vijf weekends telt.

Onderstaande flyer mag de pedaalemmer in. Er is nog tijd voor een nieuwe.

Ceci ce n’est pas Philip

Ik heb heel weinig foto’s van in mijn prille kindertijd. Veel is bij mijn ouders verloren gegaan, zomaar, weg. Dat is jammer, maar aan de andere kant, wat weg is is weg. Het rare is dat een aantal van die foto’s die er niet meer zijn haarscherp op mijn netvlies gebrand staan. Ik op de arm van mijn moeder aan de voordeur van het woonhuis van de boerderij, allebei met onze ogen halfdicht tegen de zon in kijkend, zomer en middaguur – in de jeugdherinneringen van een mens is het altijd zomer en middag – of ik in mijn kakstoel aan diezelfde voordeur. Ik kijk nooit naar foto’s van vroeger, maar het is wel leuk om ze te hebben om er nooit naar te hoeven kijken. Die drie foto’s die bovenaan dit weblog staan als een soort banner, zijn in hun onaangetaste vorm voor mij niet prettig om zien. Ik heb ze beklad omdat ik er anders maar uitzie als iemand die ik ooit ben geweest maar er niet meer is, om de afstand tussen mezelf en die jongens te vergroten, om van hen iemand anders te maken, wat ze in wezen ook zijn. Ik worstel al mijn hele leven met het concept tijd. Neen, worstelen is een verkeerd woord. Worstelen, haha, worstelen, zei ik worstelen? Ik zal mij bezighouden met worstelen. Nog liever zal ik in de beenhouwerij een worst stelen dan dat ik zal worstelen. Neen, niet beginnen zeveren, Hoorne, dit is een ernstige aangelegenheid. Ik bedoel, ik ben mij erg bewust van wat tijd is. De tijd die verstreken is, kan toch niet weg zijn, denk ik soms wel eens in al mijn naïveteit. Naïveteit, ik vind dat een mooi woord. Veel mensen zeggen naïviteit in plaats van naïveteit. En weet je wat? Beide zijn correct. Maar ik vind naïveteit beter hoewel ik naïviteit ook prachtig vind. Je moet het eens uitspreken alsof het een Russisch woord zou zijn, najivjetjit. Veel mensen zeggen ook ietsiepietsie in plaats van ietsepietsie. Hier geef ik absoluut de voorkeur aan ietsepietsie. Jijitsepjijitse. Ik meende zelfs dat ietsiepietsie niet correct was, maar dat is het wel. Zou dat een aanpassing kunnen zijn in een recente uitgave van de Van Dale omdat het zó vaak werd gebruikt dat mijnheer Van Dale het voortaan toch goed rekent? Want een taal leeft, dat hoor je wel eens zeggen, dat een taal leeft. Een taal heeft een hart net zoals u en ik en als die verdraaide taal morgen onder een tientonner sukkelt, dan zitten we met een dode taal, kunnen we met zijn allen weer Latijn, Oudgrieks of Eyak gaan spreken. Maar we hadden het over de tijd. Er moet toch iets of iemand zijn die alles, elke seconde van ieder mens, elk wezen dat ooit heeft geleefd, archiveert. Dat komt ervan als je leeft in een era van servers, clouds en databases, dan ga je zo idioot beginnen denken over dingen, denken dat je dingen, zelfs de tijd, kunt vastgrijpen. Gearchiveerd, niet om de hele tijd die laden vol met vergane tijd open te trekken en erin te snuisteren, maar om de mogelijkheid te hebben ze ooit eens open te trekken, wetend dat je dat toch niet zal doen, niet wil doen.

Alles is een en al machteloosheid en verwarring. Waarom wordt een mens geboren en moet hij dan weer sterven. Dat is toch een nuloperatie. Stel, je stapt in je auto, de klok staat op 8:06, je start de motor en rijdt naar het werk. Goed en wel op de baan merk je ineens dat je lunch nog op de keukentafel ligt. Neen, erger, je hebt je mondmasker vergeten. Je rijdt terug naar huis om je mondmasker op te halen. Je stapt in de auto, de klok staat op 8:22. Je bent terug waar je 16 minuten geleden was. Wel, die 16 minuten tussen die twee tijdsaanduidingen, dat is de allegorie van een mensenleven. Op een horloge met wijzers komt dit nog beter tot zijn recht. De kleine wijzer is bijna niet van plaats veranderd, maar die grote stond toen je de eerste keer vertrok nog bijna helemaal bovenaan en de tweede keer is hij een flink end naar beneden getuimeld. Er is, behalve dat die :06 is veranderd in :22 of dat die wijzer is opgeschoven, helemaal niets gebeurd. Alles stond stil, alsof Tika, de dochter van Tita Tovenaar zich ermee had gemoeid. Dit klinkt allemaal als onzin, en waarschijnlijk is het dat ook, maar eenieder die zijn mondmasker of zijn lunch of wat dan ook heeft vergeten en terugkeerde om die op te halen weet perfect wat ik bedoel, hoe vreemd het aanvoelt om zopas door een tijdsblok van je leven te zijn gegaan dat compleet zinloos lijkt. Lijkt, want die 16 minuten, is dat werkelijk verloren tijd of niet? Aan de ene kant wel, ze hadden niet gehoeven. Anderzijds is het dat helemaal niet, veranderen die 16 minuten alles wat er in het leven daarna nog gebeurt. Zeker als je de tweede keer onder een tientonner schuift en je met je eigen ogen in jouw over de straat wegrollend hoofd nog net ziet dat je automobieltje samen met jou koers mag zetten richting eeuwige jachtvelden, sjaanseeliezee zoals de Fransen en de Hollanders dat zo mooi zeggen, de jachtvelden van Tante Sjaan.

Waar wil ik naartoe? Zoals altijd, nergens heen. Ik heb een foto gevonden, kwansuis. Ik bedoel, ik wist dat ik hem had, maar wilde hem niet vinden. Een foto met een scheur in. Dit moet de oudste foto zijn die ik van mezelf heb. Iemand heeft mij op die go-cart gezet alleen maar voor de foto, kan niet anders, want mijn beentjes zijn te kort om aan de pedalen te kunnen. Of iemand heeft mijn stoeltje wat naar achteren geschoven zodat ik na het racen even lekker kon poseren alvorens mijn bolide weer op gang te trappen. Haha, ik racen, ik dacht het niet. In een go-cart kruipen zonder airbag, daar begon deze kleuter niet aan. Het frustrerende van een foto is dat hij ophoudt bij de rand van het beeld. Ik zou die auto helemaal willen zien, die witte auto achteraan. Ik weet nog ongeveer hoe die omgeving er medio de jaren zestig uitzag, maar die auto herinner ik mij niet. Mocht ik u naar de plek brengen waar die foto is genomen en u zeggen ‘hier was het’, u zou mij niet geloven, totaal onherkenbaar. Wat je ziet op het beeld is het kleine grasperkje dat zat ingeklemd tussen het huis van mijn grootmoeder en dat van mijn tante, twee afzonderlijke woningen die in een L-vorm tegen elkaar aan waren gebouwd en met elkaar verbonden. Ik zou het willen zien zoals het was, toen in die tijd, met mijn ogen van nu. En dan? Het zien, oké, stel dat ik het kan zien, en dan? Duizend foto’s nemen om in een lade te stoppen, net zoals ik heb gedaan met het leeggemaakte huis van mijn ouders, het huis waar ik opgroeide, toen ze al verhuisd waren, maar de sleutels nog aan de nieuwe eigenaar moesten overhandigen? Foto’s om te hebben maar hopelijk nooit naar te moeten kijken? Ik kan moeilijk geloven dat ik dat ben, op die go-cart. Hoe onscherp de foto ook is, ik herken in die ogen de ogen van mijn grootmoeder, van mijn tante, van mijn moeder, maar niet van mezelf. Als ik nu eens zou weigeren om te geloven dat ik dat ben, dan is dit gewoon een verkleurde foto van een uk die denkt dat hij een witte ridder of The Stig is. Wel schattig, dat wit, en was ik blond, is dat werkelijk blond? Verfde ik mijn haar in die tijd, ben ik ooit dat soort kerel geweest? Draag ik daar eigenlijk wel een broek? Of was ik toen al dat soort kerel? Grapje hoor. Enfin, voor het gemak en voor mijn zielsrust weiger ik te geloven dat ik dat ben. Die jongen bestaat niet. Straffe gast die het tegendeel kan bewijzen.

Foto van de week: Performance

Beter kan een zwart-wit foto niet zijn. Korrelig en toch scherp als een mes. Kijk naar het contrasterend motiefje in de jurk van deze Cruella De Vil-achtige rockgodin. Duizenden mensen aanschouwden het spektakel, maar slechts één iemand stond op de juiste plaats om deze foto te schieten, recht, maar dan ook loodrecht voor deze diva, en dat is de maker van dit beeld. Bemerk ook de spotlichten boven haar hoofd, de vierogige robotkop met aan weerszijden een ronde poot, die als een beschermengel boven haar zweeft. Of haar vanuit de lucht in de rug bedreigt, dat kan ook.

Foto van de week: Meeuw is koning

Storm woedt in alle hevigheid. De meeuw, die machtige, onverstoorbare, ietwat arrogante vogel, zit onverzettelijk op een brugpijler. De brugpijler vibreert, maar Meeuw koekeloert naar de wereld om hem heen als zat hij bij hem thuis in Meeuwenland lekker in zijn fauteuil. Het tempeest zoals het nooit eerder heeft getempeest, maar hoog in het zwerk valt al een blauw gat te bespeuren, een ontsnappingsroute voor wie bang is van storm. Niet deze meeuw. Een hoogvlieger in de collectie van Studio Kunsthart.

Foto van de week: Meeuwen nabij de Leie in Kortrijk

Dit is een favoriet van mij in de shop van Studio Kunsthart. Meeuwen die aanschuiven als kinderen op de springplank in het zwembad. Er zit symboliek in dit beeld die de kijker er zelf in mag stoppen. Leg deze foto voor aan een leraar fotografie en heel waarschijnlijk zal de gelige omgeving – de witbalans, voor de kenners – een bezwaar vormen, maar dat is enkel een bezwaar voor wie naar fotografie kijkt met een in theorieën vastgeroeste visie op fotografie. Dat gele contrasteert prima met het wit van de meeuwen. Er mag niets anders wit zijn in dit beeld dan de meeuwen. Moet de wereld daarom een beetje geler worden, dan moet dat maar. Bovendien gaat van die gele schijn een zekere ongezonde dreiging uit. Smog? Wie zal het zeggen. Van dat gifgroen ook trouwens. In de achtergrond ligt de stad Kortrijk. De tuibrug die u ziet is de Noordbrug, die twee stadsdelen met elkaar verbindt. Links achter de brug ligt Buda-eiland, rechts loop je het hart van de stad tegemoet. De meeuwen staan vertrekkensklaar aan de uitcheckbalie. Nochtans is Kortrijk best een mooie stad, doch deze meeuwen hebben andere plannen. Bemerk de prachtig opgeklapte, haast transparante vleugel van de meeuw die alvast adieu zwaait.

Foto van de week: Ronde van Frankrijk

Dwangarbeiders van de weg werden ze ooit genoemd. Iedere afgelegde kilometer het equivalent van een emmer steenkool uit de mijnschacht. De coureurs hebben het vandaag iets makkelijker dan hun illustere voorgangers, maar zelfs in flashy wieleroutfit gestoken blijft het een aparte stiel. Uit bovenstaande foto is alle flash verwijderd. Studio Koers maakt van wielrenners terug dwangarbeiders.

Pont des Trous, Tournai / Gatenbrug, Doornik

IMG_4233

Ik heb nieuwe foto’s opgeladen in de shop van Studio Kunsthart. Eén van die foto’s is de foto die u hierboven aantreft. Wat u ziet is de Pont des Trous  (De Gatenbrug) in Tournai (Doornik). De foto heb ik genomen op maandag 13 februari 2017 om 18u.58 tijdens een uitstap met de fotografieklas, module Architectuur, van het CVO 3 Hofsteden, tegenwoordig CVO Scala geheten.

De Pont des Trous, een beschermd monument dat dateert van het einde van de 13de eeuw, was de oudste gatenbrug in Europa. Was? Inderdaad, was. De brug over de Schelde is, tot grote woede en verontwaardiging van velen, afgebroken ten behoeve van de binnenscheepvaart. Er zijn omstandigheden die de pijn een beetje verzachten. De brug werd in het verleden al gerestaureerd, veel stenen uit de 13de eeuw zaten er wellicht niet meer in. En er komt een nieuwe brug, waarvan ik op het net een ontwerp zie dat laat uitschijnen dat die de oude qua stijl redelijk goed zal benaderen. Maar hoe dan ook, wat u ziet op mijn foto is voor altijd weg. Iets wat voor altijd weg is, ik kan daar hoe langer hoe minder mee om.

Tegen de ver-kleurdoos-isering van de open ruimte

Een Gentse straatartieste valt in de prijzen met een muurschildering, las ik op 11 februari op de website van de VRT. Mooi geschilderd, maar hoeft dit echt? Moet dit zo reusachtig groot? In het nieuws vandaag, dit vreselijke werk. Ik voel diepe plaatsvervangende schaamte voor de kunstenaar en ben blij dat ik niet op die muur moet kijken. Natuurlijk mochten de Broeltorens in dit gedrocht niet ontbreken, want we zijn immers in Kortrijk. Net zoals het natuurlijk maar passend zou zijn dat we alle Brusselse muren vol kladden met Atomiumbollen en de Brugse muren met belforten en kantklossende dametjes met zo een geinig wit kapje op hun kop. Een hand die teder een andere hand vasthoudt, ja, een dergelijk origineel beeld hebben we echt nog nóóit van ons leven gezien. Enkele woorden patois mochten evenmin ontbreken. ‘Toope tegoare’, daar zullen de toeristen die de Stad Kortrijk van heinde en verre wil lokken alvast enig ontcijferwerk aan hebben. En Thomas Maris, kledderaar van dienst, is blijkbaar fan van Kraftwerk. Als we allemaal onze favoriete zangertjes en zangeresjes in het straatbeeld gaan vereeuwigen, dan wordt het een mooie boel. Het ergste van al is, dat staat op die muur en dat gaat er niet meer af. Het is niet iets wat je na de zomer terug wegneemt en in de kast legt.

Het moge duidelijk zijn dat ik een hekel heb aan de graffiti die je overal – onder het mom van een ode aan de zorgsector of wat dan ook, elke reden is blijkbaar goed genoeg – op muren, op bruggen, langs spoorwegbermen enzovoort ziet opdoemen. Graffiti versterkt het marginale karakter van een straat of wijk. Maar veel gemeentebesturen willen hip en leuk en tof zijn en laten die kliederaars begaan, moedigen hen zelfs aan. 

Onze steden en gemeenten zijn niet altijd mooi, soms zijn ze zelfs ronduit lelijk. Maar erger dan lelijkheid is lelijkheid wegmoffelen onder nieuwe lelijkheid. Wat is er mis met een effen bakstenen muur of onbezoedeld grijs beton? Is de mooie rode bakstenen muur zwart van de uitlaatgassen, reinig die dan. Brokkelt de muur hier en daar wat af? Herstel de muur. Maar laat er geen aap met een verfborstel in zijn poot op los!

Wat is er mis met een monotone straat die eruit ziet als een monotone straat of een zeedijk die een zeedijk is en niet een openbare expositieruimte. Monotonie, saaiheid en leegte betekenen rust. Als we ons plaatjes voor de geest halen van het mooie Vlaanderen, dan zien we de Damse vaart met die oneindige bomenrijen, dan zien we de vlakke polders waar land en lucht elkaar raken, dan zien we een ongerept strand, de purperen hei, zandvlakten in de Kempen. Hoge, grote, felle kunstwerken hebben wat mij betreft geen plaats in de open ruimte. Het is al erg genoeg met wat je ziet aan banners, boardings, neonreclames en aanplak- en uithangborden. Kunstenaars hoeven echt niet mee te werken aan de ver-kleurdoos-isering van de open ruimte.

Ja maar, Hoorne, jij maakt zelf foto’s waar het kleur van afspat toch? Ja, dat is waar, maar mijn werk hangt niet in de open ruimte en het is niet permanent ergens aanwezig. Je hangt het aan een muur en als je het beu bent neem je het terug af en berg je het op. De enige manier om die muur aan WZC De Pottelberg terug in ere te herstellen is die te overschilderen in een effen, rustgevende kleur, maar dat zal niet gebeuren zeker?

Fototentoonstelling REALITY AND BEYOND de hele maand maart te Brugge

opname zonder titel-018Vanaf maandag 2 maart kunt u terecht in het centrale gedeelte van het Vormingplus-huis te Sint-Pieters Brugge om mijn fotografisch werk te bezichtigen.

De voorbije maanden dacht ik na over hoe ik mezelf als fotograaf kan omschrijven. Op de evenementenwebsite Uit in Vlaanderen staat: ‘In overwegend kleurrijke tinten zet Philip Hoorne de realiteit naar zijn hand, maakt haar dromerig en smukt haar op. Hoorne is een fotograaf die schildert met zijn fototoestel en daarbij gretig gebruik maakt van de digitale hulpmiddelen die hij ter beschikking heeft.’

opname zonder titel-006Ik maak esthetische, artistieke beelden. Bij voorkeur redelijk groot van formaat. Ideaal om in uw woonkamer op te hangen. 

Vorig jaar, tijdens het verdedigen van mijn thesis en afstudeerproject zei ik tegen de jury: ‘Ik kijk niet zó naar fotografie, maar zó.‘ Bij de eerste  bewoog ik mijn armen voor me uit naar één punt toe. Bij de tweede  strekte ik mijn armen wijd open. Fotografie is voor mij een speeltuin die aan alle zijden onbegrensd is. Met de foto die uit mijn camera rolt, kan ik alle kanten uit vooraleer tot een eindresultaat te komen. Het is telkens weer een intensieve en boeiende zoektocht naar het beste eindbeeld. Ik start ergens en weet niet waar ik zal uitkomen. Eigenlijk is het helemaal hetzelfde als het schrijven van een gedicht.

Elke foto die ik maak is een pièce unique. De foto’s van de tentoonstelling zijn te koop. Wie een foto koopt, krijgt van mij de schriftelijke garantie dat het werk nimmer wordt gereproduceerd. Ik vind die uniciteit vanzelfsprekend. Eigenlijk is het de grootste eer die een beeldend kunstenaar te beurt kan vallen, dat iemand zegt: ik wil wat u gemaakt heeft dicht bij mij zodat ik het elke dag kan zien.

Vormingplus Brugge, Sint-Pieterskerklaan 5, is elke weekdag open van 9u. tot 17u. en van 18u. tot 22u.30, en op zaterdag van 9u. tot 12u. Er zijn brochures voor de bezoekers. Tevens is er een brievenbusje waarin u een boodschap voor mij kan achterlaten, want gezien de lange duur van de expositie en de gulle openingsuren kan ik er onmogelijk altijd zijn om iedere bezoeker persoonlijk welkom te heten, hoewel ik dat graag zou willen. Wie wenst te weten wanneer ik er wel ben, mag mij mailen middels de contactpagina op dit weblog.

Meer info vindt u hier en wie een Facebook-account heeft kan ook hier terecht.

Fototentoonstelling REALITY AND BEYOND – Vormingplus Brugge

Op maandag 2 maart opent mijn fototentoonstelling REALITY AND BEYOND in de lokalen van Vormingplus Brugge.

Bent u ook zo iemand die vooraleer zich op weg te begeven eerst Google Earth, Google Maps, Google Streetview en Google Naftepompen raadpleegt? Wel, het goede nieuws is dat Vormingplus Brugge zijn stek heeft in Sint-Pieters Brugge. U hoeft er het bijtijds drukke centrum van Brugge niet voor in, maar rijdt er via de expresweg lekker omheen. Geen gedoe met parkeermeters. No stress.

opname zonder titel-029-4Wat is mijn connectie met Vormingplus Brugge? Ik gaf of geef er heel sporadisch een schrijfcursus voor Wisper, waarvan Vormingplus Brugge een partnerorganisatie is, en ik begeleid er het destijds door mij opgerichte Poëzieatelier.

Ik betrad begin juli 2011 voor het eerst het toen nagelnieuwe gebouw van Vormingplus in Sint-Pieters, alwaar ik een dag stage liep bij een Wisper-collega. Ik weet nog dat ik de creatieve vibes die in het gebouw hangen duidelijk voelde. Het is een sobere maar nette locatie met warme houtstructuren, die doormidden wordt gespleten door een lange gang. Links en rechts van die gang liggen de leslokalen. Die hebben een glazen voorzijde zodat je de creatievelingen aan het werk kunt zien. Links vooraan is men aan het boetseren, wat verder rechts is het schilderlokaal, nog verder is er een lezing aan de gang, voorts kalligrafie, dans of zang misschien, kookles in de leskeuken niet te vergeten enzovoort enzovoort. Het is een open en bruisend huis en ik voelde me er meteen thuis.

Vormingplus Brugge, Sint-Pieterskerklaan 5, is elke weekdag open van 9u. tot 17u. en van 18u. tot 22u.30, en op zaterdag van 9u. tot 12u. Mijn foto’s hangen er de hele maand maart. Komt u na 18u., dan kunt u in de bar een drankje nuttigen dat de immer vriendelijke en aimabele barman Peter u zal inschenken.

Meer info vindt u hier en wie een Facebook-account heeft kan ook hier terecht.