‘De katte’ ingesproken

U herinnert zich allicht nog, of helemaal niet, dat ik in het raam van een Gezelle-happening in 2019 een gedicht schreef in het West-Vlaams met als titel De katte. Een ode aan de kat, het mooiste, meest mysterieuze en wonderbaarlijke dier der schepping.

Ik kreeg aardige reacties op het gedicht en heb het daarom toentertijd ingelezen in een videofragment dat u hier aantreft. Videofragment is een groot woord, want het beeld is zwart. Ik heb dit ingelezen op mijn fototoestel met de dop erop. Ooit moet ik dit eens opnieuw doen, en beter, indien ik mijn centen wil verdienen als vlogger. Maar het voordeel van zwart is dan weer dat je er zelf een filmpje bij kunt verzinnen. Fantasie, weet je wel.

Of ik had u kunnen wijsmaken dat dit werkelijk een echt filmpje is, dat helaas een beetje donker uitvalt omdat het gemaakt is ’s nachts bij Nieuwe maan en er een gitzwarte kat in figureert, Blackie genaamd.

Voor zij die het West-Vlaams niet machtig zijn, de Nederlandse vertaling hieronder.

de kat

de kat ligt op haar mat
ze speelt met mijn pantoffel
en passeert er buiten een muis of een rat
het kan haar weinig schelen
katten doen wat ze willen

ze ligt languit neer en kijkt me smerig aan
wil jij een dode rat?
wel koop dan een geweer

eens in de bomen kruipen zoals de apen
maar voor de rest luieren en slapen
een kat legt zich overal neer
op de vensterbank op de trap en op de grond
je komt haar tegen in elke kamer waar je maar gaat
je loopt opletten dat je er niet op staat

maar kijk nu toch wel heb je van zijn leven
ze ligt met haar dikke buik op de afstandsbediening van de tv
ze heeft kattenkwaad uitgehaald ik zie het aan haar oren
er zitten krassen op de fauteuil een achteraan en een van voren
en ze heeft ook aan de deur gekrabd
maar je kan er niet kwaad op zijn dat is haar natuur

al wat jij doet mijn zoetje het is jou vergeven
jij vleier met jouw schoon gezichtje
jij bent en blijft mijn beste maatje

en doet er jou iemand kwaad
begin dan maar te miauwen en te krabben
krom je rug
spuw in zijn gezicht
en recht jouw staart
wie een kat pijn doet
is een groot stuk krapuul

toen god jou schiep had hij echt wel een hele goede dag
zo schoon hij was fier op zichzelf en was helemaal van slag
je mag het gerust weten
jij bent het mooiste dier van de aarde en alle andere planeten

maar soms soms loer ik naar jou over het boek dat ik zit te lezen
en ik vraag mij dan af: zie jij mij nu even graag
als ik jou graag zie
of lach je mij vierkant uit in mijn gezicht

Uit de losse pols enkele tips en aandachtspunten bij het schrijven van een gedicht

Hoe schrijf je een goed gedicht? Er bestaat geen handleiding dat het zus of zo moet. Gelukkig maar dat er geen handleiding bestaat voor het schrijven van poëzie. Zo’n handleiding zou volgens mij garant staan voor een beroerd dichterschap. Wie de handleiding volgt, zou een deeltje worden van een hele lange eenheidsworst. Daarin onderscheid poëzie zich van het ontstoppen van een wc of het in elkaar zetten van een opbergkast. Dat doe je best wél planmatig. Allemaal goed en helder, maar hoe doe ík het? Wel, het begint met één woord of met enkele woorden die elkanders gezelschap opzoeken, spontaan en ongedwongen, of net wel gedwongen. Daar bouw ik op voort tot er iets staat wat nog niet goed is. Vervolgens lees ik wat er staat opnieuw en opnieuw en opnieuw, en schaaf ik telkens wat bij tot ik tevreden ben. Ik ben streng voor mezelf. Van alle gedichten die ik schreef is slechts een minderheid gepubliceerd. Die gestrengheid heeft ervoor gezorgd dat ik bij het doorbladeren van mijn bundels, wat ik nooit doe, zelden het schaamrood op mijn wangen krijg. Zeg ik met blozende wangen.

Ik begeleid, daar had ik het hier onlangs nog over, sinds 2013 het Poëzieatelier Brugge. Dichters schrijven gedichten en krijgen feedback van mezelf en van elkaar, daar komt het in het kort op neer. De dichters van het atelier hebben elk een eigen stem. Dat mag, meer zelfs, dat moet. Wat zeker niet de bedoeling is van het Poëzieatelier is dat al die dichters, tien per werkjaar, allemaal eender gaan schrijven. Dat zou een totaal verkeerde aanpak zijn. Het doel bestaat erin dat ze binnen hun eigen stem en stijl een gunstige evolutie doormaken en zelfinzicht verwerven in hoe ze hun dichterschap verder ontwikkelen, wat ook effectief gebeurt.

Ik heb ooit eens uit de losse pols enkele tips en aandachtspunten bij het schrijven van een gedicht op een rijtje gezet voor de deelnemers van het Poëzieatelier (en voor mezelf). Impulsief, in een willekeurige volgorde, zonder ook maar enige waarheid in pacht te hebben:

Zorg ervoor dat elk woord een voltreffer is. Durf wat overtollig is te schrappen.

Zoek en overweeg synoniemen (www.synoniemen.net).

Overweeg inversie, d.i. woorden van plaats verwisselen.

Idem voor gehele regels of strofen. Schuif ermee tot ze op hun beste plaats staan.

Maak het gedicht sterker door het in de verleden of de tegenwoordige tijd te zetten. Test beide uit.

Klopt het perspectief, d.i. het vertelstandpunt? Test perspectieven uit.

Bekt het gedicht goed? Heb aandacht voor ritme, metrum en klankkleur.

De lezer beschikt enkel over de woorden die er staan. Tot informatie die nodig is voor een goede lezing van het gedicht, maar die je ongeschreven laat of niet insinueert, heeft de lezer geen toegang. Lees je gedicht vanuit het standpunt van de lezer. Maar maak het niet uitleggerig.

Het gedicht mag mysterieus en moeilijk te doorgronden zijn, maar dat is niet hetzelfde als verwarrend.

Vermijd taalfouten!

Wees consequent met hoofdletters en interpunctie.

Zorg voor een mooi ogende bladschikking. Heb aandacht voor enjambementen.

Een gedicht is niet in één keer af. Lees en herlees het met tussenpozen en schaaf tot het 100% naar jou zin is.

Laat je gedicht lezen door anderen, bij voorkeur mensen die voeling hebben met poëzie. Adviezen die je nuttig lijken, neem je mee, de andere negeer je = altijd winst.

Er zijn poëziekenners die beweren dat je, nadat het gedicht stilaan vorm krijgt, eens moet nagaan of de regel waar het allemaal mee begon niet beter verwijderd wordt. Ik heb dit altijd een gekke tip gevonden, maar proefondervindelijk weet ik dat het in bepaalde gevallen klopt. Je start met iets en dan gaat het gedicht plots een heel andere kant uit, waardoor dat oorspronkelijke iets niet meer past in het geheel.

Dit zijn tips voor wie al wat op zijn blad heeft staan. Een soort van checklist. Voor wie vertrekt van een blanco blad is de belangrijkste tip dan weer: schrijf, schrijf en schrijf. Verzamel materiaal, woorden dus. Waar je die haalt maakt niks uit, de mogelijkheden zijn oneindig want woorden zijn overal, zichtbaar in de werkelijkheid of onzichtbaar in je hoofd. Voor mensen die vaak de trein nemen, leg die krant of dat boek terzijde, houd een notitieboekje en pen bij de hand, observeer, laat je gedachten de vrije loop bij wat je ziet en noteer. Kan boeiend materiaal opleveren.

Wat is voor mij een sterk gedicht? Heel eenvoudig. Voor werk van anderen geldt deze regel: als ik het gedicht na het lezen meteen opnieuw wil lezen en nog eens en misschien een derde maal, dan is het voor mij een sterk gedicht. Voor mijn eigen gedichten hanteer ik deze regel: als ik popel om ze door anderen te laten lezen of ze ergens gepubliceerd te zien, dan zit het snor.