Greg Van Avermaet, Rio, 2016

Zaterdag wordt in Tokio de olympische wegrit gereden en is Greg Van Avermaet olympisch kampioen af, tenzij hij zichzelf opvolgt. Hoewel, olympisch kampioen blijf je eigenlijk levenslang, maar de gouden helm zal hij niet meer dragen.

De wegrit in Rio de Janeiro is een van de meest beklijvende koersen die ik ooit heb gezien. Het parcours was zo zwaar dat iemand als Peter Sagan, toen nog een sterkere Sagan, zijn kat stuurde. Geen spek voor zijn bek. Onrechtstreeks wilde hij daarmee zeggen dat types als Van Avermaet daar ook niks te zoeken hadden.

Op de laatste helling van de dag moest Van Avermaet lossen, maar hij kon de achterstand beperken. Nadat twee van de drie koplopers risico’s namen in de afdaling en het decor in vlogen, kwam de Pool Majka alleen op kop. Hij leek op weg naar goud tot Van Avermaet samen met de altijd strijdvaardige Jakob Fuglsang de achtervolging inzette. De lange weg naar Copacabana leverde een bloedstollende finale op. Van Avermaet maakte het af in de spurt.

De sportzomer van 2020

Het zal niemand verbazen dat ik een sportliefhebber ben. De sportwereld is namelijk ook een soort van schijnwereld. Gevonden vreten dus voor een dichter/fotograaf die in zijn werk ook met graagte een loopje neemt met de werkelijkheid zoals die zich aan onze ogen ontrolt.

Neem nu tennis bijvoorbeeld. Dat is niets anders dan twee mannen (of twee vrouwen of vier mannen of vier vrouwen of een evenredig over beide geslachten gemengd viertal) die over een net een balletje naar elkaar slaan met behulp van een koekenpan met gaatjes. Als je met die gedachte in je achterhoofd naar het spelletje kijkt, dan heeft het iets redelijk ridicuuls. Er is rond die eenvoudige handeling, die door topspelers qua snelheid en techniek tot in de perfectie is verfijnd, een hele cultus ontstaan. En, niet onbelangrijk, wie er goed in is, in het terugslaan van dat balletje over het net, kan er heel rijk van worden.

Als je alle sporten ontdoet van het glamoureuze jasje en de poespas die er omheen hangt, dan merk je dat het eigenlijk simpele spelletjes zijn: in groepsverband proberen een bal in een kooi te trappen terwijl een andere groep dat tracht te beletten, een balletje in gaten in de grond mikken, hard met de fiets rijden, pijltjes naar een rond blok hout gooien, met behulp van een hele rechte tak harde ivoren ballen mikken in gaten die zijn aangebracht in een tafel, een bal in een korf of in een ring waaraan een net hangt gooien enzovoort enzovoort.

Ik heb altijd een dubbel gevoel gehad bij de poespas die rond het hele sportgebeuren hangt. Ik houd niet echt van eindeloze voor- en nabeschouwingen en omkaderende blablabla, en aan de andere kant toch ook weer een beetje wel. Ik mag graag kijken naar bijvoorbeeld Extra Time met voetbalbeest Filip Joos, of De Kleedkamer, en eerder heb ik hier al de loftrompet gestoken over Wereldrecord met Maarten Vangramberen.

Dat die poespas stilaan een eigen leven is gaan leiden, wordt in deze tijd, waarin alle sportevenementen zijn afgelast, overduidelijk. Er valt nul komma nul sport te beleven, maar er is wel elke dag sportnieuws in het journaal. Non-nieuws. En nu er geen echte sportwedstrijden zijn, verzint men wel een afkooksel. Zo vindt morgen de Ronde van Vlaanderen op rollen plaats. Dertien renners zullen de laatste 32 km van de Ronde rijden in hun eigen woonkamer, op de rollen. Met commentaar van Michel en José. Dit zou een sketch kunnen zijn in De Ideale Wereld, maar het gaat echt gebeuren. De kijkcijfers zullen fenomenaal zijn, want dit wordt hopelijk een eenmalige gebeurtenis in de vaderlandse sportgeschiedenis. Memorabel tot het einde van mijn tijd, net zoals de befaamde Nederland-België in de vrieskou op weg naar Mexico, net zoals de onvergetelijke België-Sovjet-Unie op datzelfde WK in Mexico – wie toen in zijn bed is gekropen omdat het al zo laat was, omdat er de dag nadien een examen moest afgelegd worden of omdat de Belgen er tot dan toe niks van bakten en eigenlijk tegen die magistrale Russen geen schijn van kans maakten, heeft het zich al zijn hele leven beklaagd -, net zoals Greg Van Avermaet die in Rio op de laatste helling van de dag krampachtig aanklampte, enkele concurrenten uit de bocht zag vliegen om uiteindelijk tot ieders verbazing Olympisch kampioen te worden, net zoals Mathieu Van der Poel die op onwaarschijnlijke wijze de Amstel Gold Race won, net zoals… vul naar eigen smaak zelf maar aan.

De uitdrukking ‘brood en spelen’ heeft een negatieve bijklank: geef de mensen eten en amusement en ze houden zich koest. Te negatief lijkt mij. Ik zie het meer als een noodzakelijk samengaan van realiteit en fantasie, van de grote, harde echte wereld met de gekunstelde, fantasierijke schijnwereld. Fantasie is nodig en onontbeerlijk, dat wist ik al toen ik als kind allerlei spelletjes uitvond louter voor mijn eigen vermaak.