Het leven en hoe het te overleven (35)

KnipselpOp de rug van een muziekcassette die ik in een kast terugvind, staat vermeld dat dit op de B-kant staat: ‘Steve Winwood / Pitti Polak / Fischer-Z’. Ik herinner mij dat er op die cassette een of twee nummers staan van Steve Winwood en ook een stuk of twee van Fischer-Z. Welke nummers van Pitti Polak, daar heb ik geen flauw benul van. Ik herinner mij de hit Poor, Stupid and Ugly, maar het zou mij verbazen dat die erop staat, want ik vond dat nummer niet echt geweldig. Het komt wel vaker voor dat ik van een band de grootste hit niet zo goed vind, maar een of meerdere andere songs wel. Ik ben bijvoorbeeld niet dol op Do You Really Want To Hurt Me, maar wel op The Church Of The Poisened Mind en op It’s A Miracle. Ik ben niet dol op Wake Me Up Before You Go Go, maar wel op Young Guns (Go For It!), Club Tropicana en I’m Your Man. Ik ben niet dol op Enola Gay maar wel op Tesla Girls, Secret en We Love You. Wat mij er doet aan denken dat ik ooit eens een stukje aan OMD moet wijden, want die twee kerels met hun ietwat ouderwetse uitstraling, die ik destijds voor het eerst zag in het RTBF-popprogramma ‘Génération 80’ (waar ze volgens mij Electricity en Enola Gay speelden) hebben toch wel een handvol sterke nummers afgeleverd. De drie die ik hier noemde, Tesla Girls, Secret en We Love You zijn drie wereldnummers.

Bij eenieder die tijdens een theater- of filmvoorstelling om de haverklap naar het felle licht van zijn of haar smartphone kijkt, of zit te babbelen, te giechelen, te roezemoezen, te snuiten of te stinken zal ik voortaan denken: ach, was jij maar een kamerplant.

Terug naar Pitti Polak, de Belgische groep rond zangeres Petra Polak. Zo’n groep waarvan je amper nog weet dat hij ooit heeft bestaan. Laat duizend willekeurig gekozen Belgen in tien minuten tijd zoveel mogelijk namen van Belgische groepen uit de vorige eeuw opschrijven, en ik zou wel eens willen zien hoeveel, of beter hoe weinig, er Pitti Polak op hun blaadje hebben staan. Won Ton Ton zullen sommigen nog hebben, of Nacht und Nebel, gekend van de meest slaapverwekkende Belgische hit ooit (Beats Of Love). The Machines, ja, genoteerd, Scooter en Tjens Couter, fijn zo, Machiavel, amai, dat je die nog weet zeg. In groten getale zullen voorkomen, de usual suspects zoals De Kreuners, The Kids, Lavvi Ebbel, Luna Twist, allemaal schitterende bands, daar niet van. En heeft er iemand Pitti Polak opgeschreven? Ja, die ene man daar in de hoek, hij die ook Octopus, Madou en Luc Vankessel nog wist. Is Luc Vankessel een groep? Vooruit maar, we rekenen het goed. Ik beken, voor ik die cassette vond had ik ook over Pitti Polak heen gekeken. Waar wil ik naartoe? Nergens, ik zit hier lekker achter mijn klavier. Of toch, ik stap even naar mijn rek met lansen en breek er een voor de muziek van Pitti Polak. Niet minder dan zeven nummers van Pitti Polak vond ik op die cassette. Eat your heart out, Steve Winwood en Fischer-Z . Hoe zou ik de muziek van Pitti Polak omschrijven in mijn gebrekkig muzikaal jargon? Afgeborstelde, verzorgde Belgische pop, clean as a whistle, mooie stem, aardige teksten, heerlijke background vocals, simpelweg goede muziek, gemaakt door een groep zonder ambitie, die het verdient om van onder het stof te worden gehaald. It’s a pity if you don’t know Polak Pitti.

Hier hoort een YouTube-link naar een nummer van Pitti Polak bij, maar het rare is dat wat ik op die cassette bewaarde allemaal even goed vind. Geen uitschieters. Zoek het dus zelf maar uit op YouTube, jullie kennen de weg.

Ik ga snel even door de kwestie Congo. Koning Filip schrijft aan de president van Congo dat het hem spijt wat lang geleden is gebeurd. Dat is niet genoeg, zegt Congo, excuses moeten we hebben, want als we excuses hebben, dan kunnen we jou van alles de schuld geven en dan komen we met een factuur aandraven. Op dinsdag 30 juni zat in het middagjournaal een wijze in België residerende Congolees, die dat nog even scherp stelde. Het brave contemporaine België moet dus in de geldbuidel tasten of anders krijgen we Congolese woede over ons heen. Dan gaan die Congolezen nieuwe bustes van Leopold II vervaardigen zodat ze die nog eens kunnen bekladden of van hun sokkel trekken, want al de oude hebben ze inmiddels vernield. Oké, spijt is passief en impliceert geen schuldbekentenis, excuses doen dat wel, maar wat zei die gekleurde wijze in het journaal verder nog? Dat Congo een kleptocratie is (een land met een uiterst corrupt machtsbestel). En – hij had nog een tweede voet om in te schieten – dat de Congolezen nu veel slechter af zijn – lees: armer – dan bij de afkondiging van de onafhankelijkheid, toen de Belgen het land verlieten. Wat is de oplossing voor het probleem Congo? Eén: de kleptocratie uitschakelen. Twee: de Congolezen verantwoordelijk maken voor hun welvaart en welzijn zonder dat ze de hele tijd in bedelmodus schieten. Drie: als we dan toch een cheque uitschrijven, dan goed opvolgen wat er met onze centen gebeurt.

Vooruit dan maar. 69 weergaven in vijfeneenhalf jaar tijd. Nul duimpjes omhoog en nul duimpjes omlaag. Onbekend maakt onbemind, om dat te veranderen zijn er bloggers.

Over de Brabançonne en de sekte van Mia

Ik zal me met dit stukje niet populair maken, niet zozeer omwille van het eerste deel, over de Brabançonne, maar vooral met het tweede deel over Mia van Gorki.

Wie enkele dagen geleden onze koning zag op tv zal gemerkt hebben dat er iets scheelde met de autocue. De ogen van onze vorst flitsten van links naar rechts en van rechts naar links alsof hij naar een tennismatch aan het kijken was. Zijn toespraak werd ingeleid door een streepje nationaal volkslied, zo komisch traag gespeeld dat ik even dacht dat er een sketch uit Tegen De Sterren Op zou volgen.

Mijn vroegere muziekleraar, meester Salembier, had geen hoge pet op van de Brabançonne. Hij noemde het marsmuziek voor iemand met een houten been. Het is geen mooi volkslied, wat geheel past bij een land dat geen volk is. Dat volkslied is ook een van de redenen, wens ik even de overdrijvende toer op te gaan, waarom we nooit Europees of Wereldkampioen voetbal zullen worden. In belangrijke wedstrijden tegen trotse volkeren zijn we al verloren voor er een bal is getrapt. Terwijl de mobiele camera de line-up afloopt, zie je dat sommige spelers meezingen (de generatie van bondscoach Leekens, toen het moest), sommige niet meezingen (de generatie van Leekens’ opvolger Wilmots, die stoer verkondigde dat voetballers geen zangers zijn), en dan heb je er nog een aantal die uit een soort van zich-geen-houding-weten-te-geven doen alsof ze meezingen. Verdeeldheid is de voorbode van verlies.

Gentenaars zingen Mia van Gorki uit het raam om het Corona-leed te verzachten, parafraseer ik uit de krant. Wat is dat toch met die Gentenaars en dat Mia van hun afgod Luc De Vos? Mogen we het blijven kwelen van die zeurderige hymne op plaatsen waar Gentenaars elkander treffen, zoals de Ghelamco-arena, of elkaar niet treffen of halvelings treffen zoals in de huidige crisissituatie, stilaan een ergerlijke hype noemen? De meeste Gentenaars kennen maximaal drie nummers van Gorki. Dat zijn MiaAnja en Lieve Kleine PiranhaAnja, met die verwijzing naar de Hollandse schlager De Laatste Dans, is geen onaardig, krachtig nummer. Lieve Kleine Piranha is een degelijke Vlaamse rocker. Mia daarentegen is in hetzelfde bedje ziek als de muziek van Milow, Het Zesde Metaal en consorten. Ik zie telkens als ik You Don’t Know van Milow hoor, om dat nummer als voorbeeld te nemen, Chiro-jongens en -meisjes of scouts, in een cirkel gezeten, het lied uit hun keeltjes wringend, terwijl de vendelleider zijn Spaanse gitaar mismeestert.

In het sketchprogramma Wat als! werd Mia ooit belachelijk gemaakt in een straatinterviewscène met in de hoofdrol Koen De Graeve. Het was maar om te lachen natuurlijk, want met de bij zijn overlijden terstond heilig en zalig verklaarde Luc De Vos en zijn Mia mag niet werkelijk gespot worden. Het Vlaamse afkooksel van Zomergasten heet Alleen Elvis blijft bestaan, wat vier woorden zijn uit de tekst van Mia. Vermoedelijk een bedenksel van een VRT-medewerker die tot de Mia-sekte behoort. Voor mijn part had het programma Einstein had een tepelpiercing mogen heten, qua diepzinnigheid moet dat niet onderdoen. De Vlaamse muziekprijzen heten MIA’s en dat mag dan officieel de afkorting zijn van Music Industry Awards, het zal wel geen toeval zijn dat die naam expliciet verwijst naar het nummer dat elk jaar opnieuw door radioluisteraars wordt verkozen als beste Nederlandstalige lied ooit. Dat zal nog lang zo blijven, want ze zijn met velen, de Mia-fanatici.