Equal Idiots

Zij die dit weblog regelmatig bezoeken, weten dat ik hier graag eens een item post over popmuziek ‘van in mijnen tijd’. Die periode strekt zich uit van pakweg 1973, toen ik acht was en me bewust werd van de kracht van muziek, tot pakweg het einde van de vorige eeuw.

Weet ik dan helemaal niks van de evoluties in de popmuziek van de voorbije twintig jaar? Weinig. Ik ga er ook niet naar op zoek. Kendrick Lamar, Angèle, Whispering Sons, Stereophonics, Charlotte Adigéry, Dua Lipa, Billie Eilish, Goose, The War On Drugs, Trixie Whitley, SX… behalve dat ik de namen al eens hoorde of las zeggen ze mij verder niks. Als iemand mij een paar extra levens schenkt, wil ik het allemaal graag leren kennen, maar die extra levens, ik reken er niet op. Ik heb het namenlijstje gemaakt met acts uit de line-ups van Torhout-Werchter van de voorbije jaren. Sorry, Rock Werchter. Correctie, SX zegt me wel iets. Benjamin Desmet van SX is de zoon van Marc Desmet, een oud-leraar van mij en every inch a nice chap.

Bij toeval ontdek ik wel eens iets en als ik erdoor verrukt geraak, dan deel ik dat graag op dit medium. Equal Idiots bijvoorbeeld is een band die rockt als de neten en wat mij betreft een verademing in het hedendaagse Belgische muziekwereldje, dat ik waarschijnlijk niet helemaal terecht, wegens een gebrek aan grondige kennis ervan, een zekere mate van stoffigheid toedicht. Die stoffigheid wordt in mijn brein geëvoceerd door Milow, muziek die ik associeer met de laatste avond van een Chirokamp. Het kampvuur brandt welig en de bruinbroekskes wringen afwisselend Kumbaya en “hits” van Milow uit hun baard-in-de-keel-keeltjes.

De cover van Equal Idiots is stukken beter dan het origineel van blink-182, zo’n typisch Amerikaanse High School-testosteron pop-punkband die wars van enige originaliteit een andere Amerikaanse High School-testosteron pop-punkband imiteert. Wie kent ze niet, de Sum 41’s, The Offspring’s, Good Charlotte’s en Alien Ant Farm’s van deze wereld? Alle spelen ze even snel en slordig. Ze zien er ook allemaal eender uit: petje of mutske op het hoofd – waar anders? – , piekjeshaar, bij voorkeur geblondeerd (indien geen petje of mutske op het hoofd), T-shirt met schreeuwerig opschrift of basketbaltruitje, ijzerwerk in het oor en niet te vergeten de prominent zichtbaar spuuglelijke tatoeages.

Over de Brabançonne en de sekte van Mia

Ik zal me met dit stukje niet populair maken, niet zozeer omwille van het eerste deel, over de Brabançonne, maar vooral met het tweede deel over Mia van Gorki.

Wie enkele dagen geleden onze koning zag op tv zal gemerkt hebben dat er iets scheelde met de autocue. De ogen van onze vorst flitsten van links naar rechts en van rechts naar links alsof hij naar een tennismatch aan het kijken was. Zijn toespraak werd ingeleid door een streepje nationaal volkslied, zo komisch traag gespeeld dat ik even dacht dat er een sketch uit Tegen De Sterren Op zou volgen.

Mijn vroegere muziekleraar, meester Salembier, had geen hoge pet op van de Brabançonne. Hij noemde het marsmuziek voor iemand met een houten been. Het is geen mooi volkslied, wat geheel past bij een land dat geen volk is. Dat volkslied is ook een van de redenen, wens ik even de overdrijvende toer op te gaan, waarom we nooit Europees of Wereldkampioen voetbal zullen worden. In belangrijke wedstrijden tegen trotse volkeren zijn we al verloren voor er een bal is getrapt. Terwijl de mobiele camera de line-up afloopt, zie je dat sommige spelers meezingen (de generatie van bondscoach Leekens, toen het moest), sommige niet meezingen (de generatie van Leekens’ opvolger Wilmots, die stoer verkondigde dat voetballers geen zangers zijn), en dan heb je er nog een aantal die uit een soort van zich-geen-houding-weten-te-geven doen alsof ze meezingen. Verdeeldheid is de voorbode van verlies.

Gentenaars zingen Mia van Gorki uit het raam om het Corona-leed te verzachten, parafraseer ik uit de krant. Wat is dat toch met die Gentenaars en dat Mia van hun afgod Luc De Vos? Mogen we het blijven kwelen van die zeurderige hymne op plaatsen waar Gentenaars elkander treffen, zoals de Ghelamco-arena, of elkaar niet treffen of halvelings treffen zoals in de huidige crisissituatie, stilaan een ergerlijke hype noemen? De meeste Gentenaars kennen maximaal drie nummers van Gorki. Dat zijn MiaAnja en Lieve Kleine PiranhaAnja, met die verwijzing naar de Hollandse schlager De Laatste Dans, is geen onaardig, krachtig nummer. Lieve Kleine Piranha is een degelijke Vlaamse rocker. Mia daarentegen is in hetzelfde bedje ziek als de muziek van Milow, Het Zesde Metaal en consorten. Ik zie telkens als ik You Don’t Know van Milow hoor, om dat nummer als voorbeeld te nemen, Chiro-jongens en -meisjes of scouts, in een cirkel gezeten, het lied uit hun keeltjes wringend, terwijl de vendelleider zijn Spaanse gitaar mismeestert.

In het sketchprogramma Wat als! werd Mia ooit belachelijk gemaakt in een straatinterviewscène met in de hoofdrol Koen De Graeve. Het was maar om te lachen natuurlijk, want met de bij zijn overlijden terstond heilig en zalig verklaarde Luc De Vos en zijn Mia mag niet werkelijk gespot worden. Het Vlaamse afkooksel van Zomergasten heet Alleen Elvis blijft bestaan, wat vier woorden zijn uit de tekst van Mia. Vermoedelijk een bedenksel van een VRT-medewerker die tot de Mia-sekte behoort. Voor mijn part had het programma Einstein had een tepelpiercing mogen heten, qua diepzinnigheid moet dat niet onderdoen. De Vlaamse muziekprijzen heten MIA’s en dat mag dan officieel de afkorting zijn van Music Industry Awards, het zal wel geen toeval zijn dat die naam expliciet verwijst naar het nummer dat elk jaar opnieuw door radioluisteraars wordt verkozen als beste Nederlandstalige lied ooit. Dat zal nog lang zo blijven, want ze zijn met velen, de Mia-fanatici.