Dichters van bij ons – 27 januari 2022

Aan onderstaande affiche kan ik weinig toevoegen. In de Poëzieweek zal het weer bulken van de poëzieactiviteiten overal te lande, maar in Wevelgem moet je wezen.

Alle publicerende dichters van de gemeente – ja, alle drie – staan op de affiche. Drie dichters, evenveel stemmen.

Kenner Alain Delmotte zal vragen stellen en de dichters zullen ze beantwoorden. Er zal gelachen worden, er zal allicht niet gehuild worden. Maar je weet het nooit.

Ik zal oud werk lezen, ik zal nieuw werk lezen. Vuurspuwen en tapdansen zal ik niet doen. Collegae Deraedt en Messely ook niet, vermoed ik. Maar zoals ik al zei, je weet het nooit.

Een publiek, liefst zo groot mogelijk, een goede geluidsinstallatie en voor elke dichter een glaasje water op de onderste plank van de katheder om tussen de enjambementen even te gorgelen, en vooruit met de geit.

Mijn superfan, de geachte Manu S., zal er zijn. Superfan? Jawel, superfan. Niet superman, superfan. Misschien lees ik wel zijn lievelingsgedicht (Het dikke meisje en de ziener, pagina 10), maar misschien ook niet. Zei ik al dat je het nooit weet?

Alle vragen zullen beantwoord worden op 27 januari in de Bib in het Park. Pal in het centrum van de gemeente staat een kerk, negentig meter naar het westen toe staat een kasteel, naast dat kasteel ligt een park, in dat park staat de bib.

Don’t be square, be there. Schrijf in, u zult het zich niet beklagen.

Fototentoonstelling Roeselare: K-Trolle

Dat mijn eerste grote expositie doorgaat in K-Trolle te Roeselare mag geen verrassing heten. Ik stond er al een aantal keer op het podium tijdens poëzieavonden ingericht door Obsidiaan. Noem K-Trolle geen kroeg, het is een cultuurcafé, de uitvalsbasis van een vzw die tal van activiteiten inricht. Neen, noem K-Trolle geen kroeg, kroeg doet denken aan lallende tooghangers en een vloer die plakt van het bier, en dat is K-Trolle helemaal niet. Je treft er een divers publiek aan.

De ruimte is bijzonder smaakvol ingericht. K-Trolle is een feest voor de ogen. Wat ik persoonlijk ook fijn vind, is dat K-Trolle groot genoeg is om er rustig plaats te nemen, zonder dat andere bezoekers in je rug beuken of in je nek ademen. Op frisse avonden brandt er een weldadig haardvuur. Behalve de uitgebreide drankenkaart is er ook een kleine menukaart.

Wie de website van K-Trolle bezoekt, komt op de homepagina terecht en ziet daar een kerel ietwat dromerig en somber de lens in kijken. Dat is Jurgen, de patron. Schrik niet als u tijdens uw bezoek aan K-Trolle wordt aangesproken door een goedlachse, kortgeknipte, baard- en snorloze, aardige vent met een twinkel in zijn ogen. U zult hem niet herkennen, maar het is dezelfde Jurgen. Hij en zijn team zullen u met alle egards ontvangen.

En in de bovenzaal hangen mijn foto’s.

Voor wie van ver komt, K-Trolle en mijn tentoonstelling zijn perfect te combineren met een bezoek aan het vernieuwde wielermuseum KOERS of een verkwikkende wandeling in het Provinciedomein Sterrebos met zijn prachtig kasteel. Wie graag shopt kan terecht in de nabijgelegen winkelstraten.

Post uit Haarlem

Dit zijn nu echt wel de allerlaatste exemplaren van mijn zevende en voorlopig laatste dichtbundel Het dikke meisje en de ziener. Wie er nog één wil kan die bij mij bestellen via de contactpagina in het menu bovenaan. Wie liever bestelt bij de uitgeverij, kan dat doen bij de uitermate aardige heer Franc Knipscheer, gerenommeerd boekenmaker van In de Knipscheer. Of u loopt met uw mondmasker op even langs bij uw lokale boekhandelaar.

Dan toch niet de laatste als ze nog kunnen besteld worden bij uitgever en boekhandel? Ja, bijna toch wel. Zo gaat dat met boeken, je denkt dat die voor de eeuwigheid zijn en plots is er niet een nog te krijgen. Daarom heb ik snel nog mijn poot gelegd op deze 15 exemplaren.

Ceci ce n’est pas Philip

Ik heb heel weinig foto’s van in mijn prille kindertijd. Veel is bij mijn ouders verloren gegaan, zomaar, weg. Dat is jammer, maar aan de andere kant, wat weg is is weg. Het rare is dat een aantal van die foto’s die er niet meer zijn haarscherp op mijn netvlies gebrand staan. Ik op de arm van mijn moeder aan de voordeur van het woonhuis van de boerderij, allebei met onze ogen halfdicht tegen de zon in kijkend, zomer en middaguur – in de jeugdherinneringen van een mens is het altijd zomer en middag – of ik in mijn kakstoel aan diezelfde voordeur. Ik kijk nooit naar foto’s van vroeger, maar het is wel leuk om ze te hebben om er nooit naar te hoeven kijken. Die drie foto’s die bovenaan dit weblog staan als een soort banner, zijn in hun onaangetaste vorm voor mij niet prettig om zien. Ik heb ze beklad omdat ik er anders maar uitzie als iemand die ik ooit ben geweest maar er niet meer is, om de afstand tussen mezelf en die jongens te vergroten, om van hen iemand anders te maken, wat ze in wezen ook zijn. Ik worstel al mijn hele leven met het concept tijd. Neen, worstelen is een verkeerd woord. Worstelen, haha, worstelen, zei ik worstelen? Ik zal mij bezighouden met worstelen. Nog liever zal ik in de beenhouwerij een worst stelen dan dat ik zal worstelen. Neen, niet beginnen zeveren, Hoorne, dit is een ernstige aangelegenheid. Ik bedoel, ik ben mij erg bewust van wat tijd is. De tijd die verstreken is, kan toch niet weg zijn, denk ik soms wel eens in al mijn naïveteit. Naïveteit, ik vind dat een mooi woord. Veel mensen zeggen naïviteit in plaats van naïveteit. En weet je wat? Beide zijn correct. Maar ik vind naïveteit beter hoewel ik naïviteit ook prachtig vind. Je moet het eens uitspreken alsof het een Russisch woord zou zijn, najivjetjit. Veel mensen zeggen ook ietsiepietsie in plaats van ietsepietsie. Hier geef ik absoluut de voorkeur aan ietsepietsie. Jijitsepjijitse. Ik meende zelfs dat ietsiepietsie niet correct was, maar dat is het wel. Zou dat een aanpassing kunnen zijn in een recente uitgave van de Van Dale omdat het zó vaak werd gebruikt dat mijnheer Van Dale het voortaan toch goed rekent? Want een taal leeft, dat hoor je wel eens zeggen, dat een taal leeft. Een taal heeft een hart net zoals u en ik en als die verdraaide taal morgen onder een tientonner sukkelt, dan zitten we met een dode taal, kunnen we met zijn allen weer Latijn, Oudgrieks of Eyak gaan spreken. Maar we hadden het over de tijd. Er moet toch iets of iemand zijn die alles, elke seconde van ieder mens, elk wezen dat ooit heeft geleefd, archiveert. Dat komt ervan als je leeft in een era van servers, clouds en databases, dan ga je zo idioot beginnen denken over dingen, denken dat je dingen, zelfs de tijd, kunt vastgrijpen. Gearchiveerd, niet om de hele tijd die laden vol met vergane tijd open te trekken en erin te snuisteren, maar om de mogelijkheid te hebben ze ooit eens open te trekken, wetend dat je dat toch niet zal doen, niet wil doen.

Alles is een en al machteloosheid en verwarring. Waarom wordt een mens geboren en moet hij dan weer sterven. Dat is toch een nuloperatie. Stel, je stapt in je auto, de klok staat op 8:06, je start de motor en rijdt naar het werk. Goed en wel op de baan merk je ineens dat je lunch nog op de keukentafel ligt. Neen, erger, je hebt je mondmasker vergeten. Je rijdt terug naar huis om je mondmasker op te halen. Je stapt in de auto, de klok staat op 8:22. Je bent terug waar je 16 minuten geleden was. Wel, die 16 minuten tussen die twee tijdsaanduidingen, dat is de allegorie van een mensenleven. Op een horloge met wijzers komt dit nog beter tot zijn recht. De kleine wijzer is bijna niet van plaats veranderd, maar die grote stond toen je de eerste keer vertrok nog bijna helemaal bovenaan en de tweede keer is hij een flink end naar beneden getuimeld. Er is, behalve dat die :06 is veranderd in :22 of dat die wijzer is opgeschoven, helemaal niets gebeurd. Alles stond stil, alsof Tika, de dochter van Tita Tovenaar zich ermee had gemoeid. Dit klinkt allemaal als onzin, en waarschijnlijk is het dat ook, maar eenieder die zijn mondmasker of zijn lunch of wat dan ook heeft vergeten en terugkeerde om die op te halen weet perfect wat ik bedoel, hoe vreemd het aanvoelt om zopas door een tijdsblok van je leven te zijn gegaan dat compleet zinloos lijkt. Lijkt, want die 16 minuten, is dat werkelijk verloren tijd of niet? Aan de ene kant wel, ze hadden niet gehoeven. Anderzijds is het dat helemaal niet, veranderen die 16 minuten alles wat er in het leven daarna nog gebeurt. Zeker als je de tweede keer onder een tientonner schuift en je met je eigen ogen in jouw over de straat wegrollend hoofd nog net ziet dat je automobieltje samen met jou koers mag zetten richting eeuwige jachtvelden, sjaanseeliezee zoals de Fransen en de Hollanders dat zo mooi zeggen, de jachtvelden van Tante Sjaan.

Waar wil ik naartoe? Zoals altijd, nergens heen. Ik heb een foto gevonden, kwansuis. Ik bedoel, ik wist dat ik hem had, maar wilde hem niet vinden. Een foto met een scheur in. Dit moet de oudste foto zijn die ik van mezelf heb. Iemand heeft mij op die go-cart gezet alleen maar voor de foto, kan niet anders, want mijn beentjes zijn te kort om aan de pedalen te kunnen. Of iemand heeft mijn stoeltje wat naar achteren geschoven zodat ik na het racen even lekker kon poseren alvorens mijn bolide weer op gang te trappen. Haha, ik racen, ik dacht het niet. In een go-cart kruipen zonder airbag, daar begon deze kleuter niet aan. Het frustrerende van een foto is dat hij ophoudt bij de rand van het beeld. Ik zou die auto helemaal willen zien, die witte auto achteraan. Ik weet nog ongeveer hoe die omgeving er medio de jaren zestig uitzag, maar die auto herinner ik mij niet. Mocht ik u naar de plek brengen waar die foto is genomen en u zeggen ‘hier was het’, u zou mij niet geloven, totaal onherkenbaar. Wat je ziet op het beeld is het kleine grasperkje dat zat ingeklemd tussen het huis van mijn grootmoeder en dat van mijn tante, twee afzonderlijke woningen die in een L-vorm tegen elkaar aan waren gebouwd en met elkaar verbonden. Ik zou het willen zien zoals het was, toen in die tijd, met mijn ogen van nu. En dan? Het zien, oké, stel dat ik het kan zien, en dan? Duizend foto’s nemen om in een lade te stoppen, net zoals ik heb gedaan met het leeggemaakte huis van mijn ouders, het huis waar ik opgroeide, toen ze al verhuisd waren, maar de sleutels nog aan de nieuwe eigenaar moesten overhandigen? Foto’s om te hebben maar hopelijk nooit naar te moeten kijken? Ik kan moeilijk geloven dat ik dat ben, op die go-cart. Hoe onscherp de foto ook is, ik herken in die ogen de ogen van mijn grootmoeder, van mijn tante, van mijn moeder, maar niet van mezelf. Als ik nu eens zou weigeren om te geloven dat ik dat ben, dan is dit gewoon een verkleurde foto van een uk die denkt dat hij een witte ridder of The Stig is. Wel schattig, dat wit, en was ik blond, is dat werkelijk blond? Verfde ik mijn haar in die tijd, ben ik ooit dat soort kerel geweest? Draag ik daar eigenlijk wel een broek? Of was ik toen al dat soort kerel? Grapje hoor. Enfin, voor het gemak en voor mijn zielsrust weiger ik te geloven dat ik dat ben. Die jongen bestaat niet. Straffe gast die het tegendeel kan bewijzen.

Buren bij Kunstenaars 2020

Ik nam met een beperkte selectie van negen foto’s deel aan Buren bij Kunstenaars op 17 en 18 oktober 2020 in het Ontmoetingscentrum van Marke. Slechts negen omdat de ruimte over heel wat exposanten verdeeld moest worden.

Eind dit jaar en begin volgend jaar komt er een grote tentoonstelling in K-Trolle te Roeselare. Meer info in de rechter kolom van dit weblog onder de titel ‘Tentoonstelling Welkom in mijn Wereld‘.

De muziek onder het filmpje is de pianoversie van ‘Down in the Park’ van Gary Numan.

Het leven en hoe het te overleven (19 – de Corona-editie)

In wat voor een wereld leven wij eigenlijk? Deze morgen fietste ik langs een lagere school en ik hoorde hoe een jongetje gepest werd door enkele andere jongens. Ik hoorde nog net roepen: ‘Haha, Timmy heeft geen corona, zijn ouders hebben geen geld om te gaan skiën, hahaha’.

We leven op een soort van Corona-tijdlijn en niemand die weet waar we ons op die lijn bevinden. Aan het begin, in het midden of is het over twee weken allemaal voorbij? Sommigen lachen het weg, anderen hebben hun uitvaart al geregeld. Zo moeten mensen zich ook gevoeld hebben aan het begin van een wereldoorlog. De ene zei: ‘Haha, diene Adolf met zijn gek snorretje, die gaat straks weer gewoon schilderen, haha, sauerkrautfrettende loser.’ Terwijl anderen zeiden: ‘We’re all gonna die!’ De mededeling dat we allemaal gaan sterven klinkt angstaanjagender in het Engels, je hoort er ook meteen een soort van griezelstem bij, vandaar dat ik even de taal van Shakespeare hanteer.

Alle gekheid op een wisser, wordt deze Corona-crisis nu goed of slecht aangepakt door de overheden? Wel, er bestaat niet zoiets als een sluitende aanpak volgens mij. Het is schade beperken en hopen dat het overwaait. Zwitserland verbiedt bijeenkomsten van meer dan 1000 mensen. Dat klinkt wijs, maar als elkeen van die duizend na de bijeenkomst een nieuw groepje van 1000 vervoegt, dan zitten we aan 1 miljoen. Corona is een sinister piramidespel.

Cynici zeggen dat we met te veel op deze aardkloot zijn, dat het niet meer dan normaal is dat de natuur een beetje wiedt links en rechts. Maar ik wil toch liever niet sterven door een virus dat ontstaan is op een onhygiënische Chinese beestenmarkt. Mag het iets eleganter ja?

De titel van deze terugkerende rubriek, die ik een jaar of zo geleden losjes uit mijn koker klutste, krijgt meteen ook een wat wrange bijsmaak, merk ik ineens. Blijven ademen, Philip, blijven ademen.

Fototentoonstelling REALITY AND BEYOND de hele maand maart te Brugge

opname zonder titel-018Vanaf maandag 2 maart kunt u terecht in het centrale gedeelte van het Vormingplus-huis te Sint-Pieters Brugge om mijn fotografisch werk te bezichtigen.

De voorbije maanden dacht ik na over hoe ik mezelf als fotograaf kan omschrijven. Op de evenementenwebsite Uit in Vlaanderen staat: ‘In overwegend kleurrijke tinten zet Philip Hoorne de realiteit naar zijn hand, maakt haar dromerig en smukt haar op. Hoorne is een fotograaf die schildert met zijn fototoestel en daarbij gretig gebruik maakt van de digitale hulpmiddelen die hij ter beschikking heeft.’

opname zonder titel-006Ik maak esthetische, artistieke beelden. Bij voorkeur redelijk groot van formaat. Ideaal om in uw woonkamer op te hangen. 

Vorig jaar, tijdens het verdedigen van mijn thesis en afstudeerproject zei ik tegen de jury: ‘Ik kijk niet zó naar fotografie, maar zó.‘ Bij de eerste  bewoog ik mijn armen voor me uit naar één punt toe. Bij de tweede  strekte ik mijn armen wijd open. Fotografie is voor mij een speeltuin die aan alle zijden onbegrensd is. Met de foto die uit mijn camera rolt, kan ik alle kanten uit vooraleer tot een eindresultaat te komen. Het is telkens weer een intensieve en boeiende zoektocht naar het beste eindbeeld. Ik start ergens en weet niet waar ik zal uitkomen. Eigenlijk is het helemaal hetzelfde als het schrijven van een gedicht.

Elke foto die ik maak is een pièce unique. De foto’s van de tentoonstelling zijn te koop. Wie een foto koopt, krijgt van mij de schriftelijke garantie dat het werk nimmer wordt gereproduceerd. Ik vind die uniciteit vanzelfsprekend. Eigenlijk is het de grootste eer die een beeldend kunstenaar te beurt kan vallen, dat iemand zegt: ik wil wat u gemaakt heeft dicht bij mij zodat ik het elke dag kan zien.

Vormingplus Brugge, Sint-Pieterskerklaan 5, is elke weekdag open van 9u. tot 17u. en van 18u. tot 22u.30, en op zaterdag van 9u. tot 12u. Er zijn brochures voor de bezoekers. Tevens is er een brievenbusje waarin u een boodschap voor mij kan achterlaten, want gezien de lange duur van de expositie en de gulle openingsuren kan ik er onmogelijk altijd zijn om iedere bezoeker persoonlijk welkom te heten, hoewel ik dat graag zou willen. Wie wenst te weten wanneer ik er wel ben, mag mij mailen middels de contactpagina op dit weblog.

Meer info vindt u hier en wie een Facebook-account heeft kan ook hier terecht.

Fototentoonstelling REALITY AND BEYOND – Vormingplus Brugge

Op maandag 2 maart opent mijn fototentoonstelling REALITY AND BEYOND in de lokalen van Vormingplus Brugge.

Bent u ook zo iemand die vooraleer zich op weg te begeven eerst Google Earth, Google Maps, Google Streetview en Google Naftepompen raadpleegt? Wel, het goede nieuws is dat Vormingplus Brugge zijn stek heeft in Sint-Pieters Brugge. U hoeft er het bijtijds drukke centrum van Brugge niet voor in, maar rijdt er via de expresweg lekker omheen. Geen gedoe met parkeermeters. No stress.

opname zonder titel-029-4Wat is mijn connectie met Vormingplus Brugge? Ik gaf of geef er heel sporadisch een schrijfcursus voor Wisper, waarvan Vormingplus Brugge een partnerorganisatie is, en ik begeleid er het destijds door mij opgerichte Poëzieatelier.

Ik betrad begin juli 2011 voor het eerst het toen nagelnieuwe gebouw van Vormingplus in Sint-Pieters, alwaar ik een dag stage liep bij een Wisper-collega. Ik weet nog dat ik de creatieve vibes die in het gebouw hangen duidelijk voelde. Het is een sobere maar nette locatie met warme houtstructuren, die doormidden wordt gespleten door een lange gang. Links en rechts van die gang liggen de leslokalen. Die hebben een glazen voorzijde zodat je de creatievelingen aan het werk kunt zien. Links vooraan is men aan het boetseren, wat verder rechts is het schilderlokaal, nog verder is er een lezing aan de gang, voorts kalligrafie, dans of zang misschien, kookles in de leskeuken niet te vergeten enzovoort enzovoort. Het is een open en bruisend huis en ik voelde me er meteen thuis.

Vormingplus Brugge, Sint-Pieterskerklaan 5, is elke weekdag open van 9u. tot 17u. en van 18u. tot 22u.30, en op zaterdag van 9u. tot 12u. Mijn foto’s hangen er de hele maand maart. Komt u na 18u., dan kunt u in de bar een drankje nuttigen dat de immer vriendelijke en aimabele barman Peter u zal inschenken.

Meer info vindt u hier en wie een Facebook-account heeft kan ook hier terecht.

 

Kus of ik zoen

Poezie_Kus-of-ik-zoen_vp-scaled ‘Ballotage’ uit mijn eerste bundel Niets met jou staat in de thematische Rainbow Poëzie-bloemlezing Kus of ik zoen.

Ik merk bij het openslaan van het boek dat het leeslint de bladzijde aanduidt waar mijn gedicht staat. Iemand heeft hier aandacht voor gehad, zich beziggehouden met per verzonden auteursexemplaar het leeslint aan te brengen daar waar het werk staat van de geadresseerde. Dat vind ik aardig en attent.

Poëzieweek: Aardenburg, Brugge, Harelbeke

Wie mij kent weet dat ik geen opschepper ben, integendeel, dat ik de neiging heb om wat ik doe neer te halen en te minimaliseren, dat ik de eerste ben om mezelf in te fluisteren dat ik me maar niet moet inbeelden dat ik wat voorstel, dat ik voortdurend leef met het besef dat ik nog een resem ademtochten heb uit te stoten vooraleer ik met mijn dikke kop onder de zoden wordt gestopt, maar desalniettemin was het heuglijk vast te stellen, zowel in Casa Portiera te Aardenburg als in Postbar te Brugge hoezeer het publiek van mijn gedichten houdt. Ik heb natuurlijk zeven bundels waaruit ik kan kiezen en nieuw werk, dat ik niet eens heb bovengehaald gisteren en eergisteren. Ik heb aardige mensen ontmoet: organisatoren, dichters, luisteraars, lezers. Ook fijn: nooit eerder heb ik na lezingen zoveel bundels verkocht als in Aardenburg en Brugge.

Een dissonant was dat een gewaardeerde dichter van het Poëzieatelier Brugge die gisteren ook moest aantreden in Postbar, met haar fiets is gevallen op de gladde steentjes van de Brugse binnenstad en naar de spoeddienst van het ziekenhuis is overgebracht. Maar het laatste nieuws dat mij gisterenavond bereikte is hoopgevend. Ik vind Brugge een fantastische stad, maar bij miezerig weer worden de klinkertjes inderdaad glibberig. Een mens zou zich al eens de vraag stellen: wat is er mis met hier en daar een streepje asfalt?

Morgen proclamatie poëziewedstrijd Harelbeke. Ik schreef en lees het juryverslag voor van de jongerencategorie en Herman Leenders dat van de volwassenen. We wisselen elk jaar om, volgend jaar doe ik dan weer de categorie +26 en Herman de -26. Derde jurylid Sylvie Marie kan er helaas nooit bij zijn wegens andere verplichtingen. Morgen is het ook precies 1 jaar geleden dat mijn dichtbundel Het dikke meisje en de ziener werd voorgesteld, eveneens in Harelbeke. Zo snel gaat de tijd dus. De kans is reëel dat er in 2020 een volgende bundel verschijnt. Wie dit weblog grondig leest, weet ook wat mogelijks de titel zal zijn. Mensen vragen me wel eens hoe ik het klaarspeel om naast een voltijdse baan die bundels en andere publicaties uit te brengen, en nu ook nog dat fotografiegedoe. Het antwoord daarop is heel eenvoudig: dingen die je graag doet kosten geen energie, maar geven net energie.