Het voor de Belgen succesvolle WK Wielrennen bij de profs in Wollongong nu al voor u samengevat

Mee schuiven in elke ontsnapping.

Eten en drinken en andermans bord leeg eten.

Geen trap te veel geven.

Remco gaat op 45 km van de aankomst.

Eten en drinken en andermans bord leeg eten.

Geen trap te veel geven.

Remco wordt gegrepen.

Eten en drinken en andermans bord leeg eten.

Geen trap te veel geven.

Beginnen trappen als zot.

Wout in stelling brengen.

Wout maakt het af (in een klein groepje).

Hoe moeilijk kan het zijn?

===================

Advertentie

De traag- en snelheid van de tijd

In de prachtige tv-serie It’s a sin vraagt Jill aan Colin of hij, tijdens zijn bezoek aan New York, wat informatie wil zoeken over die nieuwe, verschrikkelijke ziekte die aids heet. Want in heel Londen, nochtans geen dorpje van niemendal, is er geen informatie te vinden en huisartsen ketsen vragen over het onderwerp af. De serie speelt zich af aan het begin van de jaren tachtig.

Het fragment verbouwereerde mij. Heb ik in die tijd ooit de indruk gehad dat informatie, wat voor informatie dan ook, niet beschikbaar was? Ik dacht het niet. Welke informatie trouwens? We deden het met wat we hadden.

In de Middeleeuwen waren ridders, edelmannen, kunstenaars… maandenlang onderweg van Vlaanderen naar pakweg Italië. En bij vertrek wisten ze niet of ze zouden terug geraken of door roversbenden om het hoekje worden geholpen. Hoelang duurt het nu om van Brussel naar Rome te vliegen? Twee uur en een klets. De wereldzeeën bevaren? Zelfde verhaal. Maanden, jaren onderweg. Nu sta je in een dag in Nieuw-Zeeland en dat vindt wie er heen moet veel te lang, dat komt door die vervelende tussenstops.

Het moet een heel end na september 1979 geweest zijn, want ik kende hem voordien niet, dat mijn schoolkameraad Geert V. dat boek in mijn handen stopte. Er was in Engeland van alles gaande op het vlak van muziek. Ik had de term ‘punk’ al wel gehoord en kende allicht ook de muziek, maar de scène kreeg pas een gezicht toen ik het boek opensloeg. Meisjes en jongens met veiligheidsspelden door hun lip, gekleed in lederen outfits met heel veel overbodige ritsen. Piekjeshaar, halsbanden met pinnen, T-shirts met schreeuwerige prints, legerbottines, visnetgewaden, de hele reutemeteut.

Hoezo, er was van alles gaande? Was het al niet over zijn hoogtepunt heen toen we hier dachten dat het nieuw was? De LP Never mind the bollocks, here’s the Sex Pistols kwam uit in oktober 1977. We waren verdorie twee, drie jaar achter.

Tegenwoordig is alle informatie meteen beschikbaar. Als Remco weer eens de gymnast uithangt, terwijl hij eigenlijk een wielrenner hoort te zijn, en in Italië over een reling duikt, dan staat dat filmpje, terwijl Remco nog aan het recht krabbelen is, al op Twitter. Zelfs wie geen Twitter heeft, zoals ik, weet en ziet dat terstond, want de nieuwssites nemen het per direct over.

De mens(heid) holt te snel en wie te snel holt, moet even terugschakelen, of gaat op zijn bek.

Remco

Deze morgen in de rij bij de bakker stond op anderhalve meter voor mij een man en nog eens anderhalve meter voor hem stond een andere man. De twee kenden elkaar en bleken koersliefhebbers te zijn. Plots sneden ze hét gespreksonderwerp van de dag aan, namelijk de val van Remco Evenepoel in de Ronde van Lombardije. Dat gesprek ging als volgt.

Heb je het gezien zaterdag? Remco Evenepoel heeft een 10 gescoord op de brug met ongelijke leggers. Schone salto was dat.

Haha ja, eerst voetballer, dan renner en nu turner.

Toen ze hem naar boven droegen op die berrie met die oranje kussentjes tegen zijn kaken, dacht hij maar één ding: kom ik hier schoon in beeld voor op mijn Instagram?

Dat zijn de jonge gasten van tegenwoordig hé, die willen de hele tijd in de picture komen.

Hij overdrijft, vind ik. Heb je hem gezien op zijn ziekenhuisbed met een klakske van de Wolfpack op zijn kop, en maar zeggen dat hij zou gewonnen hebben en dat hij sterker dan ooit gaat terugkomen, we moeten dat nog allemaal zien.

Het is in ieder geval een streep door zijn rekening. Geen Giro, geen WK, seizoen gedaan.

Was dat hem niet die tijdens de corona vijftig keer in stilte de Muur van Geraardsbergen opreed? In stilte, ja mijn gat zeg, met zijn mama die de hele tijd stond te filmen en met ik weet niet hoeveel camera’s rond hem. ’t Is een showmanneke, niet meer en niet minder, met zijn docu ‘Ik ben Remco’ en zo, hij moet zien dat ze niet tegen hem gaan beginnen rijden. Weet je nog, op Twitter ruzie maken met Bettiol en nog meer van die fratsen. Dat hij eerst een beetje van een palmares bij mekaar koerst, San Juan en de Algarve en de Ronde van Polen, dat noem ik geen palmares. En vorig jaar San Sebastian, toen al de andere coureurs efkens geen goesting meer hadden.

’t Is waar, ’t is nog geen Roger de Vlaeminck of Tom Boonen of Gilbert, maar ja, hij is nog jong, we moeten dat wat tijd geven.

Hij moet opletten dat hij niet eindigt gelijk Frank Vandenbroucke. 

Er was toch voor de eerste keer wat kritiek. José De Cauwer zei dat hij te laat begonnen is met koersen, dat hij wat basis mist, dat hij geen goeie daler is, dat hij dat moest geleerd hebben toen hij klein was.

Wat José zegt is waar, hij was gelost in die afdaling, hij kon als enige van de kopgroep niet mee met Nibali. De Giro of de Tour ga je niet winnen als je niet kunt dalen. En er komen altijd nieuwe goeie renners bij: Pogacar, Hirschi, noem maar op. 

En Van Aert niet vergeten.

Voilà, ge pakt de woorden uit mijn mond.

En toen bestelde de eerste man een groot bruin gesneden en vier gesuikerde sandwiches.