EK Voetbal (1)

Over enkele dagen start het Europees Kampioenschap voetbal. Het is het tweeëntwintigste groot toernooi, EK’s en WK’s samen, dat ik bewust meemaak. Dat zijn er veel. Dit is het eerste in een onpaar jaar, door de gekende omstandigheden. Ik was als kind blijkbaar rapper geïnteresseerd in popmuziek dan in voetbal. Het WK van 1974 en het EK van 1976 zijn geheel aan mij voorbijgegaan. Argentinië 1978 herinner ik mij wel: de langharige Argentijnen, het afstandsschot van Arie Haan, Peru, met sterspeler Cubillas, dat er op een dubieuze manier werd uitgeknikkerd, of het thuisland een handje hielp, was dat het? De grimmige sfeer tijdens de finale en hoe dat veld eruitzag, alsof de papierophaler er zijn lading had verloren.

Wat nog? Even snel uit het hoofd door die tweeëntwintig toernooien scrollen. 1980. Na school naar huis fietsen om Ceulemans en Wilkins te zien scoren. Enkele dagen later de finale. Swat Van der Elst, Vandereycken, laatste minuut winnende goal voor Duitsland van Hrubesch, die nota bene bij Standard speelde, ja toch? 1982: Rossi. Maar ook Falcao, Socrates, Eder. 1984: Veel ‘Belgen’ bij de Denen, ploegmaten, maar die bewuste dag in Frankrijk verbeten tegenstanders. Vandereycken gooit de tas van een verzorger weg terwijl die – ik geloof – Morten Olsen verzorgt, of was het Preben Larsen, lastigaard, nijdigaard, gehaat door iedereen die geen Lokeren-supporter was, maar wát een voetballer. Vertimmerde Belgische ploeg na het omkoopschandaal. De Greef en Lambrichts opgeroepen, niet goed genoeg om de geschorste titularissen te vervangen. 5-0 tegen onze doos van de Fransen. Platini. EK 1984 is gelijk aan Platini. Wie hem alleen maar heeft gekend als indommelende en sjoemelende voetbalbobo kan nauwelijks geloven dat dit ooit een ballerina op noppen was. En die langharige krullenbol in de spits naast hem, hoe heette die ook weer? Rocheteau of zoiets.

1986, Mexico. De hand van God, de show van Pfaff. België-USSR, beste wedstrijd aller tijden en neen, Ceulemans stond niet buitenspel bij dat doelpunt. Belanov. De kopslag van Demol. Papin, Brugse trots bij de Fransen. Leo Van der Elst, broer van die andere, weet hoe je een strafschop moet nemen als je nog amper op je benen kunt staan van de zenuwen: keihard rechtdoor, ogen open of dicht, maakt niet uit. 1988: Van Basten, Vieri – neen, Vialli moet dat zijn – met dat raar plukje haar aan de ene kant van zijn hoofd. 1990? Even denken … o ja, natuurlijk, het best voetballende Belgisch elftal ooit, met Ceulemans niet in de basisploeg, maar dat duurde niet lang. Het drama David Platt, na foutje van Franky Van der Elst, geen familie. Foutjes, iedereen heeft het altijd over foutjes. Voetbal is geen spel voor robots, wat zou het voorstellen zonder foutjes?

1992. Herinner ik me niet en ik weiger het op te zoeken. 1994. Go West, naar het Westen dus, Go West, gaan we met de bus? Zullen daar op het plein ook witte lijnen zijn? Albert, Preud’homme, Joske Weber. 1996? Geen idee. 1998: Frankrijk met zweetkop Zidane en Ronaldo, de dikke. 2000: EK in de Lage Landen. Kopstoot van zweetkop in Italiaanse maag. Belgen eruit in de groepsfase. Nederland waardeloze strafschopnemers. 2002: Japan en Zuid-Korea. Tijdens de middagpauze in de Riley kijken naar België-Tunesië op groot scherm. De wedstrijd wordt geprojecteerd in spiegelbeeld verdorie. Prendergast. 2004: even nadenken, Bierhoff? 2006: sterk Spanje? 2008: black-out. 2010: waka waka, ga erheen en je zult in een doodskist terugkeren, zei een journalist. 2012… wacht even, ik heb ergens onderweg het EK in Oostenrijk en Zwitserland over het hoofd gezien en ik moet ook nog het EK in Polen en Oekraïne ergens in kwijt geraken. 2014: Brazilië, Divock wie? 2016: supporters moeten stoppen aan de grens met Frankrijk, hun bierblikjes leeggieten en mogen dan verder rijden om in Rijsel Wales te zien winnen, haha. 2018: als Meunier een tweede geel pakt in de tweede wedstrijd, dan zit hij zijn straf uit in de overbodige match tegen Engeland en speelt hij de halve finale, en wordt dat misschien een andere wedstrijd. Net zo goed gingen we eruit tegen Japan of tegen Brazilië. Frankrijk was beter, laten we dat voor eens en voor altijd aanvaarden. Ik erger me aan de auto’s met tricolore spiegelhoesjes en vlaggetjes. Het is maar goed dat we geen wereldkampioen werden. Ik supporter voor mijn land, met plezier en overtuiging, maar als half België de zatte onnozelaar begint uit te hangen, dan mag voor mijn part het spelletje worden afgefloten.

Schiet me nog iets te binnen? 1992, natuurlijk, Danish Dynamite. Van het strand geplukte Denen die invallen op het EK voor het oorlogszuchtige Joegoslavië, en het EK nog winnen ook. Nog namen? Toto Schillaci, Higuita en Valderama – spel ik die namen goed? voor één keer kan het mij geen lor schelen -, Roger Milla, de pistoolschoten van die Zweed die nog bij Mechelen heeft gespeeld, neen, niet Ingesson, die andere. Kenneth en nog iets. Ik was even ingedommeld, schiet wakker en zie lang na middernacht Roberto Baggio klaar staan om een penalty te nemen. Hij mist, Brazilië kampioen. Roberto Baggio, wat een speler, maar wie kent die nog? Davor Suker. Romario en Bebeto. Roemenen met geel geverfd haar die de wedstrijd verliezen. Een wedstrijd verliezen is niet prettig, een wedstrijd verliezen met geverfd haar is gênant. O, nog iets belangrijks vergeten: Griekenland en Portugal wonnen ook ooit een EK. Hoe dichter bij het heden, hoe minder ik mij herinner. Is dat de aderverkalking die komt opzetten?

Vincent en Romelu

Vincent Kompany in Extra Time. Frank Raes en zijn gasten keken naar hem alsof ze water zagen branden, alsof God zelve bij hen aan tafel zat. Peter Vandenbempt, die de kunst beheerst een prachtige kwade grimas op zijn gezicht te toveren, was de enige die God een beetje probeerde te kietelen, maar God weerde de kietelhandjes gepikeerd af, omdat hij zichzelf God acht, omdat slippendragers dat hem hebben wijsgemaakt. Vincent Kompany zou uitsteken passen in Herman Brusselmans’ columnreeks over overschatte mediafiguren. De media hebben van Kompany iemand gemaakt die hij niet is. In het begin van zijn carrière stond hij garant voor op tijd en stond een fatale flater in de verdediging en in Hamburg begon hij aan een tweede carrière die zijn voetballoopbaan overschaduwt, namelijk die van ziekenboegklant. Hij hield er de bijnaam ‘man van glas’ aan over, wat eigenlijk niet klopt, want als je tegen een glazen beeld schopt kun je je grote teen lelijk bezeren. Mogelijks was de titel ‘man van papier-maché’ al door iemand anders ingenomen. In Manchester liep het lekker, moet ik eerlijkheidshalve toegeven, kan moeilijk anders als je door tien topspelers wordt omringd, dan groeit een voetballer een beetje mee met de rest van het team. En als je weet dat Noel Gallagher in de tribune zit, dan moet het lukken om nog wat meer champagne supernova aan je spel toe te voegen. Kompany bij de Rode Duivels? Ik zie veel afwezigheid wegens in de lappenmand. Kompany trainer-speler bij Anderlecht: de mauvais blancs stuntelden als nooit tevoren en haalden beduidend meer punten zonder dan met hun grote tere roerganger. Nu Kompany alleen nog trainer is van Anderlecht, zitten ze daar met een immens groot probleem. Hoe hem galant te ontslaan wanneer Anderlecht over enkele maanden ergens halverwege de rangschikking bungelt en we het gefluit van de fans er zullen moeten bij denken, want de klankregisseur, dat is hij die de decibels produceert die anders door het publiek worden voortgebracht, zal het niet aandurven om dat gefluit en gejoel waarheidsgetrouw uit zijn speakers te laten knallen. Soit, de volgende demarche van Vince is de gooi naar ergens een burgemeesterschap of een ander politiek mandaat. Op die positie kun je pas echt geblesseerd geraken. Houd de zak ijs maar klaar. Of als ambassadeur van Côte d’Or, want alsof de duivel ermee gemoeid is, ben ik tijdens het schrijven van dit stukje een lat chocolade aan het verorberen en wat merk ik in het halfduister van mijn schrijfhok? Vincent op de wikkel van een reep Puur Truffé, met verder het opschrift Vincent’s Favourite. I kid you not. Een aardige bijverdienste, want heeft le pauvre Vincent niet een paar mislukte investeringen in de koffiebranche goed te maken? Gaat hij nu ook het meest gerenommeerde chocolademerk ter wereld naar de filistijnen helpen?

Een vraag die al de hele week door mijn kop speelt. Hoeveel miljoenen zou Romelu Lukaku ervoor over hebben om die fatale fase tijdens de finale van de Europa League ongedaan te maken? Veel, heel veel. Misschien wel zoveel dat heel Centraal-Afrika er gedurende een jaar drie voedzame maaltijden per dag kan van verorberen. Arme Romelu. Ik bewonder hem om zijn gedrevenheid. Op het WK van 2014 in Brazilië nog tweede of derde spits na Benteke en Origi. Verguisd door analisten omdat hij geen bal kon aannemen, omdat hij niet goed liep in de zestien. Maar Romelu had een doel en dat doel was groter worden dan zijn idool Didier Drogba en eenmaal dat doel bereikt – want Drogba, zeg nu zelf, kent iemand die nog? – lag er al een volgend doel klaar, de beste Belgische spits aller tijden worden, maak daar in één ruk door maar de beste spits van de wereldbol en alle andere planeten van. Ik houd van sportvedetten met een flinke dosis arbeidsethos. Ik houd van sportvedetten die goed zijn, vervolgens beter willen worden en uiteindelijk de beste en daar keihard voor werken. Mannen die na de training nog een uitgebreide individuele training afwerken. Romelu is zo iemand, schijnt het. Dat werpt vruchten af. Goed werk loont, dat is maar verdomd eerlijk ook. Daarom is het zonde dat Romelu bij die omhaal van die Sevilla-speler stond te slapen en het leer domweg in eigen doel devieerde. Weg eerste grote prijs. Romelu liet de ceremonie protocollaire aan zich voorbijgaan. Hoopje ellende. Als het een troost mag zijn, niemand zegt dat Inter Milaan wel de beker had gewonnen zonder die ongelukkige actie van Romelu, maar het is logisch dat hij zich de zondebok waant. Romelu zal hier sterker uitkomen. Of hij gaat dezelfde weg op als zijn idool Drogba. Dat zal zonder grote voetbalprijs wis en zeker zo zijn. Je mag nog scoren zoveel je wilt, zonder prijzenkast val je tussen de plooien van de geschiedenis. Romelu wie?

Over de Brabançonne en de sekte van Mia

Ik zal me met dit stukje niet populair maken, niet zozeer omwille van het eerste deel, over de Brabançonne, maar vooral met het tweede deel over Mia van Gorki.

Wie enkele dagen geleden onze koning zag op tv zal gemerkt hebben dat er iets scheelde met de autocue. De ogen van onze vorst flitsten van links naar rechts en van rechts naar links alsof hij naar een tennismatch aan het kijken was. Zijn toespraak werd ingeleid door een streepje nationaal volkslied, zo komisch traag gespeeld dat ik even dacht dat er een sketch uit Tegen De Sterren Op zou volgen.

Mijn vroegere muziekleraar, meester Salembier, had geen hoge pet op van de Brabançonne. Hij noemde het marsmuziek voor iemand met een houten been. Het is geen mooi volkslied, wat geheel past bij een land dat geen volk is. Dat volkslied is ook een van de redenen, wens ik even de overdrijvende toer op te gaan, waarom we nooit Europees of Wereldkampioen voetbal zullen worden. In belangrijke wedstrijden tegen trotse volkeren zijn we al verloren voor er een bal is getrapt. Terwijl de mobiele camera de line-up afloopt, zie je dat sommige spelers meezingen (de generatie van bondscoach Leekens, toen het moest), sommige niet meezingen (de generatie van Leekens’ opvolger Wilmots, die stoer verkondigde dat voetballers geen zangers zijn), en dan heb je er nog een aantal die uit een soort van zich-geen-houding-weten-te-geven doen alsof ze meezingen. Verdeeldheid is de voorbode van verlies.

Gentenaars zingen Mia van Gorki uit het raam om het Corona-leed te verzachten, parafraseer ik uit de krant. Wat is dat toch met die Gentenaars en dat Mia van hun afgod Luc De Vos? Mogen we het blijven kwelen van die zeurderige hymne op plaatsen waar Gentenaars elkander treffen, zoals de Ghelamco-arena, of elkaar niet treffen of halvelings treffen zoals in de huidige crisissituatie, stilaan een ergerlijke hype noemen? De meeste Gentenaars kennen maximaal drie nummers van Gorki. Dat zijn MiaAnja en Lieve Kleine PiranhaAnja, met die verwijzing naar de Hollandse schlager De Laatste Dans, is geen onaardig, krachtig nummer. Lieve Kleine Piranha is een degelijke Vlaamse rocker. Mia daarentegen is in hetzelfde bedje ziek als de muziek van Milow, Het Zesde Metaal en consorten. Ik zie telkens als ik You Don’t Know van Milow hoor, om dat nummer als voorbeeld te nemen, Chiro-jongens en -meisjes of scouts, in een cirkel gezeten, het lied uit hun keeltjes wringend, terwijl de vendelleider zijn Spaanse gitaar mismeestert.

In het sketchprogramma Wat als! werd Mia ooit belachelijk gemaakt in een straatinterviewscène met in de hoofdrol Koen De Graeve. Het was maar om te lachen natuurlijk, want met de bij zijn overlijden terstond heilig en zalig verklaarde Luc De Vos en zijn Mia mag niet werkelijk gespot worden. Het Vlaamse afkooksel van Zomergasten heet Alleen Elvis blijft bestaan, wat vier woorden zijn uit de tekst van Mia. Vermoedelijk een bedenksel van een VRT-medewerker die tot de Mia-sekte behoort. Voor mijn part had het programma Einstein had een tepelpiercing mogen heten, qua diepzinnigheid moet dat niet onderdoen. De Vlaamse muziekprijzen heten MIA’s en dat mag dan officieel de afkorting zijn van Music Industry Awards, het zal wel geen toeval zijn dat die naam expliciet verwijst naar het nummer dat elk jaar opnieuw door radioluisteraars wordt verkozen als beste Nederlandstalige lied ooit. Dat zal nog lang zo blijven, want ze zijn met velen, de Mia-fanatici.

Het ritme van de koers

Een koersliefhebber beleeft de jaarcycli op het ritme van de wielerkalender. Door de gevolgen van de pandemie, wordt dat ritme dit jaar verstoord. In een virusvrije wereld zou vandaag de amuse-gueule Nokere Koerse verreden worden.

Voor de wielerfan eindigt de winter als de laatste cyclocross wordt betwist en het Vlaamse wegseizoen een aanvang neemt. Met Milaan-San Remo is de lente definitief in het land. De vier zondagen van april, de wreedste maand voor de klassieke renners, zijn voorbehouden aan achtereenvolgens de Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, de Amstel Gold Race en Luik-Bastenaken-Luik. De Tour de France betekent hoogzomer, die eindigt – ik overdrijf, de Tour eindigt ver in juli, dan is het nog volop zomer, maar het voelt aan alsof de zomer dan al het einde nadert – de dag dat de renners de Champs-Elysées oprijden. De Clasica San Sebastian valt in de wielrenluwe maand augustus waardoor de half en half koersliefhebber deze wedstrijd wel eens durft te missen. Dan, als menig blad afscheid neemt van zijn tak, is het uitkijken naar het WK, de laatste echte smulpartij van het wielerjaar. Lombardije is een heerlijke pousse-café, maar draagt al de tristesse van de woedende herfst in zich. Vervolgens is de tijd daar dat de veldrijders weer door de modder klieven, het visitekaartje van een nieuwe winter.

En zo gaat het maar door, jaar na jaar na jaar. Het kan vriezen begin april, het kan dooien, het kan terrasjesweer zijn, er kan sneeuw liggen, maar de Ronde van Vlaanderen gaat door de eerste zondag van april. Basta. Maar niet dit jaar. Het wielerklimaat is ontregeld, het echte klimaat was dat al (beweren sommigen).

Wielerbeelden zijn kapstokken waaraan herinneringen ophangen. Ik was als kleine jongen met mijn ouders bij mijn grootmoeder aan moeders zijde, toen Frans Verbeeck tegen Fred zei dat Merckx vijf kilometer per uur te snel reed. ‘Snel’ zei hij en niet ‘rap’ zoals velen denken. Diezelfde kleine jongen was, alweer met zijn ouders op alweer een zondag (denk ik), een snikhete, bij zijn oom en tante op de boerderij toen Lucien Van Impe in zijn bolletjestrui een gooi deed naar het geel en naar zijn eerste – enige weten we nu – Tourzege. Nog een voorbeeldje uit de losse pols? Ik was op een familiefeest en verliet met enkele andere mannen de zaal, om in een belendende kroeg nog net te zien hoe Maurizio Fondriest de regenboogtrui pakte. Gebeurtenissen, veelzeggend of nietszeggend, hechten beter aan de hersenschors als er een wielerbeeld aan vastkleeft.

Geldt ook voor andere sporten. Ik zag bij wederom een andere oom en tante – ja, ik heb of had er nogal wat – hoe de Rode Duivels, die toen nog niet zo heetten, een pak voor de broek kregen van Cruijff en co. Ik zoek het op en weet dat het op zondag 25 april 1976 moet zijn geweest. 5-0 en niet 8-1 of 10-1 zoals ik dacht, want heel af en toe durven die herinneringen mij ook wel eens om de tuin te leiden. 8-1 en 10-1 zullen scores zijn van andere wedstrijden, ergens diep weggemoffeld in mijn hoofd (10-1: België-San Marino?). Ik weet niet of wij in 1976 thuis al kleuren-tv hadden. Het zou kunnen van niet, want nooit in mijn leven zag ik oranje dat meer oranje was dan toen die truitjes van de spelers van het Nederlands elftal. Ik herinner mij ook de bewondering van mijn nonkels voor die ‘Ollanders’ en het hoongelach voor onze landgenoten. Nochtans waren, als ik de opstellingen er even bij neem, onze nationale sjotters ook geen sukkelaars.

Was het dat felle oranje dat de sportinteresse in de 11-jarige jongen die ik toen was geweldig aanwakkerde? In elk geval, enkele maanden later, datzelfde jaar 1976, begonnen in Montreal de Olympische Spelen. Er zijn geen Olympische Spelen die ik mij beter herinner dan die van 1976.