Hoorne in Zomergasten (2) – De commentaren

Na mijn gefingeerd optreden in Zomergasten regende het commentaren op de sociale media als daar zijn Faecesboek, Twittercafé en Instegrèèèèm. Zei ik ‘na’? ‘Tijdens’ moet dat zijn natuurlijk. Mensen kijken niet meer aandachtig tv, maar zitten met de smartphone in de aanslag commentaar te geven op wat ze maar half gezien of gehoord hebben. Zelf heb ik de aflevering niet bekeken. Ik houd nu eenmaal niet van mijn beeltenis op film of op foto en evenmin van mijn stemgeluid. Ik zou ook te veel tobben over had ik sommige dingen beter niet gezegd en andere dan weer wel. Een greep uit de commentaren:

“Move over, Janine, je zit op mijn stoel! Hoorne is van mij, takkewijf.”

“Komt dat zien: vette Vlaamse potvis aangespoeld bij de VPRO!”

“Philip wie?”

“Pet Shop Boys, really?”

“Eindelijk iemand die de dingen durft te zeggen zoals ze zijn.”

“Waar kan ik zo’n knuffelbeer bestellen?”

“Hoorne nam het woord ‘woke’ bij het nekvel en veegde er zijn reet mee af. Love you, man!”

“Beste zomergast van dit seizoen!”

“Na een kwartier weggezapt… ik krijg dit kwartier van mijn leven nooit meer terug.”

“Gewoon ziekelijk, die grap over Disneyland Middle East.”

“Arrogante zak! Boerenlul! Varken! Sodemieter op!”

“Zat Kanye nog maniok te stampen in Ouagadougou in plaats van met zijn blingbling te rammelen in LA. Vergeef mij, Heer, ik heb gelachen om een heel foute grap over het kolonialisme.”

“Heerlijk om dankzij de gast de Belgische comedian Gunther Lamoot te leren kennen.”

“Hoorne, de sleutelbewaarder van Fort Europa?”

“Het is gemakkelijk om tegen bedrijfswagens te zijn als je zelf per jaar amper 1.000 kilometer rijdt.”

“Baby’s die vandaag geboren worden, zullen opgroeien in de hel op aarde? Ik houd een slag om de arm.”

“‘Erkennen begint bij herkennen’, wat een mooie uitspraak was dat van Hoorne. Ik frees die in een metalen plaat en hang ze op boven mijn bureau.”

“Omdat Hoorne’s ego er niet in paste, werd er voor deze laatste aflevering uitgeweken naar een grotere studio.”

“Is dit nu een altruïst, een fascist, een conservatist, een ideologist, een nihilist, een communist, een ecologist, een anarchist, een humanist of een raren tist?”

“Geen speld tussen te krijgen.”

“Haalt zichzelf voortdurend onderuit. Teert op relativisme en zelfspot. Makkelijk zat.”

“Zopas mijn lidmaatschap bij de VPRO opgezegd.”

“De Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn worden iets oostelijker opnieuw opgetrokken. Hadden we meteen alles kunnen laten zoals het was. Wat een verkwisting van bouwmaterialen.”

“We moeten inderdaad allemaal een beetje meer grijs worden in plaats van zwart of wit.”

“Reactionaire groene jongen zingt De Internationale in lederhosen?”

“De hele avond als betoverd zitten toekijken naar deze laatste gast van het seizoen. Ik had al drie keer mijn slipje uitgewrongen en toen moest het eerste fragment nog worden aangekondigd.”

“Ik had het gevoel te kijken naar iemand die om de haverklap een ander masker op zet.”

“Het absolute dieptepunt van meer dan 60 jaar Nederlandse televisie.”

Hoorne in Zomergasten (1) – Het gemijmer

Ik heb deze zomer geen enkele Zomergasten, het befaamde praatprogramma op de Nederlandse tv, gezien. Als ik de gast niet ken, en dat was voor alle gasten het geval behalve voor Hans Klok, dan kan ik mij moeilijk motiveren om daar zo lang naar te kijken. Terwijl het natuurlijk net omgekeerd zou moeten zijn, dat ik iets of iemand wil leren kennen die ik voorheen niet kende. Dat is bizar en eigenlijk ook niet, dat mensen teruggrijpen naar wat ze kennen. Concertgangers willen dat de artiest of de band de hits speelt die ze al kennen. Op zich is dat een tikkeltje vreemd, wat je kent hoef je toch niet nog eens en nog eens te horen. Daartegenover staat dat de meeste mensen het niet kunnen opbrengen om een film twee of meerdere keren te zien, dat dan weer wel.

Welke fragmenten zou ik kiezen indien ik een Zomergasten-aflevering zou mogen vullen?

De gasten zijn meestal experts in een bepaald vakgebied. Ze kiezen fragmenten die dit benadrukken en ook de film die ze mogen kiezen, en die na het gesprek wordt getoond, sluit daar veelal bij aan.

Ik ben expert in niets, ken van alles een beetje. Misschien verwacht men dat ik iets kies wat met poëzie, fotografie of – beroepshalve dan – sociale zekerheid te maken heeft. Daar gaat mijn voorkeur niet naar uit. Heel waarschijnlijk zou ik kiezen voor minstens één fragment met humor, minstens één met muziek en minstens één filmfragment. Het zou een heel fijn tijdverdrijf zijn om van die drie onderwerpen lijstjes aan te leggen en dan na heel wat schrappen tot een keuze te komen.

Maar hoe link je dan die keuzes aan jezelf. In de Zomergasten met Hans Theeuwen enkele jaren geleden, werd een aantal fragmenten getoond die hij gekozen had, en toen de toenmalige moderator na het fragment even diep ademhaalde om lekker uitgebreid op een fragment in te gaan, zei Theeuwen iets in de trant van ‘mooi hé, leuk hé, wat moet ik daar nog meer over zeggen, je hebt het gezien, is dat niet voldoende?’

Neen, de moderator en bij uitbreiding de kijker thuis overtuigen leuk te vinden wat ik leuk vind, is niet voldoende. Er moet een breed maatschappelijke context zijn. Ik ben wel maatschappelijk betrokken, dat heb ik op dit weblog al vaak laten zien, maar moet ik daarmee per se op tv, daar heeft de NPO toch genoeg praatprogramma’s voor met echte experts.

Wis en zeker zou ik in mijn enthousiasme op een onbewaakt moment een foute grap vertellen. ‘Philip,’ zou Janine Abbring dan vragen, nadat we een dik kwartier over de vluchtelingenproblematiek hebben gepraat, ‘wat is dan voor jou de oplossing van het migratievraagstuk?’ En dan antwoord ik, weliswaar ongemeend, maar dat weet de kijker thuis niet: ‘Lekke bootjes?’ Zo gaat dat, met timide types als ik. Als die een grap maken, is het er dikwijls ver over, als een soort tegengewicht voor hun timiditeit. Een rel van formaat? Ik word geslacht op de sociale media? Neen, gelukkig, de eindredactie heeft de wansmakelijke grap, oef, weggeknipt.

In een volgende aflevering van Hoorne in Zomergasten trekken we naar het Twittercafé om eens te lezen wat de kijker zoal vond van mijn passage bij de VPRO. Maar eerst is er morgen terug een ‘Thank God It’s (Black) Friday’.

Ilja Leonard Pfeijffer in Zomergasten

Ik heb genoten van de aflevering van Zomergasten met Ilja Leonard Pfeijffer. Die heb ik in drie schuifjes uitgesteld bekeken. Uitzendingen uitgesteld bekijken is eigenlijk niet goed voor mij, want dan wil ik de hele tijd terugspoelen omdat ik een flard zin niet goed gehoord heb of nog eens opnieuw wil horen. Of een fragment nog eens een tweede keer wil zien. Het lastigst is het als ik bij fragmenten drie dingen tegelijk moet lezen: de ondertiteling, de bijschriften bij opgevoerde personen, die altijd veel te kort onderaan het beeld worden getoond, en tekst in het beeld zelf. Vooral bij jachtige muziekdocumentaires is het een hele klus en spoel ik ettelijke keren terug. Muzikanten, platenbonzen, managers, producers, noem maar op, worden in een snel tempo geïntroduceerd. Ik wil dan altijd exact weten, of beter: lezen, wie dat zijn en wat ze doen. Wordt iemand later nog eens aan het woord gelaten, dan verschijnen naam en functie niet meer opnieuw, want dat werd al getoond en de kijker wordt verondersteld dat te onthouden, maar vaak vergeet ik het van zodra ik het gelezen heb en dan spoel ik maar terug tot ik weer weet wie dat ook weer was en wat hij doet of deed. Door de snelle montage worden in een hels tempo shots van hitlijsten, albumhoezen, concertaffiches et cetera getoond, ik wil het allemaal zien, lezen bedoel ik, en dan is er dus ook nog de ondertiteling. Ik heb me voorgenomen om zoveel mogelijk naar het Engels te luisteren en de ondertiteling te negeren, maar da’s niet altijd eenvoudig omdat er wel eens wat slang of streektaal wordt opgedist. Uitgesteld kijken is voor mij dus een beetje een prettige kwelling. Over een aflevering van Zomergasten, die op zich al een lange zit is, doe ik uitgesteld anderhalve keer zo lang als ze in werkelijkheid duurt. Pfeijffer is de enige zomergast die ik dit jaar zag, omdat ik de meeste andere gasten niet kende en geen zin had ze te leren kennen. Wel heb ik van bepaalde gasten de keuzefilm opgenomen. Cloud Atlas, de keuzefilm van Pfeijffer, had ik al eerder gezien. Het is een fantastische film, heel apart, een film die nog lange tijd door je hoofd spookt, zo’n film die je ofwel de beste vindt die je ooit zag of die je hartgrondig haat, en als een film of enig ander kunstding zo’n extreme reacties oproept, zit het meestal snor. Na alles wat aan bod kwam in het interview kon deze aflevering bijna niet anders eindigen dan met Cloud Atlas.

Ik ken vooral Pfeijffer de dichter en de essayist. Zijn proza heb ik niet gelezen, maar ik ben van plan het te gaan doen. Toen ik zo’n kleine twintig jaar geleden het literaire toneel betrad, was Ilja Leonard Pfeijffer, die toen nog zijn naam anders schreef, meen ik mij te herinneren, de baarlijke duivel voor een kransje anekdotische dichters. Pfeijffer is namelijk van mening dat een gedicht geen goed gedicht kan zijn als het zonneklaar is wat er staat, als de woorden een logisch verband vormen en meteen bij de lezer binnenkomen. Die stelling werd door nogal wat dichters niet gedeeld en dat leidde toentertijd tot polemiekjes op literaire internetfora, heel kinderachtig eigenlijk als ik daar nu aan terugdenk. Pfeijffer was in Zomergasten beminnelijker dan ik me ooit kon voorstellen en hij zei ook de hele tijd rake dingen. Toen het even over de nazisympathieën van Lucebert ging, stelde hij dat persoon en werk voor hem altijd van elkaar gescheiden moeten zijn. Natuurlijk is dat zo, maar ik was blij dat iemand het voor miljoenen kijkers in Nederland en Vlaanderen nog eens klinkklaar poneerde. Als we alleen nog maar boeken gaan lezen en films kijken en kunstwerken bezichtigen van lieden die qua moraliteit aan onze zijde staan, dan wordt de wereld een nog meer gepolariseerde plek. Dat zei Pfeijffer niet, dat zeg ik, of beter, hij zei het wel, maar dan anders geformuleerd. De beeldfragmenten waren zorgvuldig gekozen. Pfeijffer kon en wilde er heel wat over vertellen. Het enige deel van het interview dat een beetje uit de toon viel, zelfs ietwat gênant overkwam, was het veel te lang uitgesponnen luikje over zijn als kind zelfverzonnen taal. Ik weet niet hoever de spontaneïteit van een dergelijk interview in prime time reikt, maar hoe dan ook kwam het naturel over en voorzag Pfeijffer de fragmenten van boeiend commentaar. Heel anders dan enkele jaren terug Hans Theeuwen, die de fragmenten liefst de fragmenten liet zijn en op de vraag waarom hij die wilde tonen het antwoord vaak schuldig bleef en zei ‘nou ja, kijk zelf maar’. Ook dat moet kunnen, er hoeft niet altijd een waarom te zijn, maar dat is een beetje nefast voor een interviewprogramma, ook al was die keer met Hans Theeuwen een uitstekende editie, alleen al omdat het Hans Theeuwen was. Ook de presentatrice, die ik ooit zag stuntelen in de Zomergasten met Louis Van Gaal, was bij Pfeijffer op dreef, omdat ze zich zichtbaar op haar gemak voelde bij die grote Nederlands-Italiaanse knuffelbeer.

Ik heb geen Facebook, geen Twitter, ik lees geen Nederlandse kranten, er zal wel kritiek geweest zijn, positief en natuurlijk ook negatief, zuur en onredelijk, op de verschijning van Pfeijffer in Zomergasten, maar dat heb ik dus allemaal niet gelezen en ik wil het ook niet lezen. Wars van alle oordelen of vooroordelen of wat dan ook, kan ik alleen maar zeggen dat Ilja Leonard Pfeijffer in Zomergasten een heel aangename televisieavond was, die voor mij omwille van het bestaan van een terugspoelknop langer heeft geduurd dan voor menig andere kijker.

Over de Brabançonne en de sekte van Mia

Ik zal me met dit stukje niet populair maken, niet zozeer omwille van het eerste deel, over de Brabançonne, maar vooral met het tweede deel over Mia van Gorki.

Wie enkele dagen geleden onze koning zag op tv zal gemerkt hebben dat er iets scheelde met de autocue. De ogen van onze vorst flitsten van links naar rechts en van rechts naar links alsof hij naar een tennismatch aan het kijken was. Zijn toespraak werd ingeleid door een streepje nationaal volkslied, zo komisch traag gespeeld dat ik even dacht dat er een sketch uit Tegen De Sterren Op zou volgen.

Mijn vroegere muziekleraar, meester Salembier, had geen hoge pet op van de Brabançonne. Hij noemde het marsmuziek voor iemand met een houten been. Het is geen mooi volkslied, wat geheel past bij een land dat geen volk is. Dat volkslied is ook een van de redenen, wens ik even de overdrijvende toer op te gaan, waarom we nooit Europees of Wereldkampioen voetbal zullen worden. In belangrijke wedstrijden tegen trotse volkeren zijn we al verloren voor er een bal is getrapt. Terwijl de mobiele camera de line-up afloopt, zie je dat sommige spelers meezingen (de generatie van bondscoach Leekens, toen het moest), sommige niet meezingen (de generatie van Leekens’ opvolger Wilmots, die stoer verkondigde dat voetballers geen zangers zijn), en dan heb je er nog een aantal die uit een soort van zich-geen-houding-weten-te-geven doen alsof ze meezingen. Verdeeldheid is de voorbode van verlies.

Gentenaars zingen Mia van Gorki uit het raam om het Corona-leed te verzachten, parafraseer ik uit de krant. Wat is dat toch met die Gentenaars en dat Mia van hun afgod Luc De Vos? Mogen we het blijven kwelen van die zeurderige hymne op plaatsen waar Gentenaars elkander treffen, zoals de Ghelamco-arena, of elkaar niet treffen of halvelings treffen zoals in de huidige crisissituatie, stilaan een ergerlijke hype noemen? De meeste Gentenaars kennen maximaal drie nummers van Gorki. Dat zijn MiaAnja en Lieve Kleine PiranhaAnja, met die verwijzing naar de Hollandse schlager De Laatste Dans, is geen onaardig, krachtig nummer. Lieve Kleine Piranha is een degelijke Vlaamse rocker. Mia daarentegen is in hetzelfde bedje ziek als de muziek van Milow, Het Zesde Metaal en consorten. Ik zie telkens als ik You Don’t Know van Milow hoor, om dat nummer als voorbeeld te nemen, Chiro-jongens en -meisjes of scouts, in een cirkel gezeten, het lied uit hun keeltjes wringend, terwijl de vendelleider zijn Spaanse gitaar mismeestert.

In het sketchprogramma Wat als! werd Mia ooit belachelijk gemaakt in een straatinterviewscène met in de hoofdrol Koen De Graeve. Het was maar om te lachen natuurlijk, want met de bij zijn overlijden terstond heilig en zalig verklaarde Luc De Vos en zijn Mia mag niet werkelijk gespot worden. Het Vlaamse afkooksel van Zomergasten heet Alleen Elvis blijft bestaan, wat vier woorden zijn uit de tekst van Mia. Vermoedelijk een bedenksel van een VRT-medewerker die tot de Mia-sekte behoort. Voor mijn part had het programma Einstein had een tepelpiercing mogen heten, qua diepzinnigheid moet dat niet onderdoen. De Vlaamse muziekprijzen heten MIA’s en dat mag dan officieel de afkorting zijn van Music Industry Awards, het zal wel geen toeval zijn dat die naam expliciet verwijst naar het nummer dat elk jaar opnieuw door radioluisteraars wordt verkozen als beste Nederlandstalige lied ooit. Dat zal nog lang zo blijven, want ze zijn met velen, de Mia-fanatici.