Woordenwinkel

je mag niet aan de noodrem trekken jongen wie zal er winnen denk je rusland of oekraïne of wordt het een gelijkspel waar is de affectie die je van je ouders had moeten krijgen naartoe ooit zal men ze vinden bij het ruimen van hun graven in een klein envelopje met jouw naam op luidruchtige mensen mogen sterven ingeval van paniek mogen ze hallo fluisteren we zijn te dichtbevolkt in dit huis laten we de vrijheden beknotten tot alleen nog de goeien overblijven alle anderen krijgen een rubberen kogel in hun anus die wordt afgevuurd door een schietgeweer met geluidsdemper en als ze ooit toch nog op natuurlijke wijze hun kak kunnen afvoeren wat redelijk wonderbaarlijk zou zijn dan krijgen ze er eentje van lood die vanaf anaal zijn weg zoekt tot in hun holle hersenpan ik dacht altijd dat bassie en adriaan een clown en een acrobaat waren maar het zijn jachthonden uit pimperzele die het dorp keer op keer kippen- en hanenvrij maken waardoor de inwoners om half vijf ’s nachts zelf kukelukuku moeten roepen daarom als straf bassie een spit in zijn gat en wentelen maar boven een vuur van hout en adriaan gaat in een voorverwarmde oven die daarna op 200 graden wordt ingesteld tot hij lekker gaar kan opgediend worden met aardappelen in de schil en sperziebonen paprika maprika maternoster mapier maal mark mannenkoek er zit een crack in mijn gezicht dat is waar de stront naar binnen komt er zit een spleet in mijn reet dat is waar ik de stront weer naar buiten pers en nooit vergeet hoe de strontschepper heet een vrachtwagen van vos botste met een vrachtwagen van kip een keer raden wie het leven liet dat was de man die zich tussen beide voertuigen ophield omdat hij net op dat moment in het midden van de weg een klavertje zesendertig had ontdekt klavertjes zesendertig brengen zoals iedereen weet geen geluk ik zal sterven zonder ooit begrepen te hebben is dat erg elk ogenblik op welke plek dan ook keert nooit meer terug er is geen tweede kans zoals hier en nu het is een datum in mijn leven en naast mij glijdt tussen lokeren en sint-niklaas een landschap voorbij daarnet keek ik in de verlichte woonkamer van een huis dat voorbijflitste ik meende iemand gezien te hebben maar omdat ik niet kan terugspoelen zal ik nooit zeker weten of ik wel degelijk iemand zag en wie dat dan wel was dat is niet de reden dat ik zal sterven zonder te begrijpen maar het helpt niet bootjes op het water eenden met een snater een pater voor een pater zorgen voor later de ballen van een kater een latijns woord is mater abeloos big ben en eendenkroos waarom ik voor jou koos zeven anjers en geen roos een jonge en een oude doos kijk uit wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat fietsers met een fluo hesje veel meer kans maken om door een auto te worden overreden dan fietsters zonder fluo hesje het helle geel zou de automobilisten aantrekken net zoals een doelman met een geel shirt de bal naar zich toe zuigt remember piet schrijvers fietsers hul u daarom in het donker en houd het veilig gentbrugge gent of brugge ge moet weten wat ge wilt gent dampoort nooit overwogen om te leren schaken waregem daregem ik haal mijn woorden in de woordenwinkel ik krijg ze gratis van het meisje zonder armen en zonder benen dat niet kan schrijven en niet kan lezen en niet kan spreken dat zijn heel wat defecten voor één mensenlichaam maar toch nog een pak minder dan de mijne waarom duikt wim de bie ineens overal op is hij dood misschien ja wim de bie is dood maar sylvie rudy danny en sarah leven nog en ik even knijpen ja ik ook blijkbaar

===================

Advertentie

Mark van Tongele overleden

Mark van Tongele is overleden. Het nieuws raakt mij diep, ook al heb ik de man in mijn leven minder dan een handvol keer ontmoet. Dat maakt het raken nog dieper. Hij stuurde me wel eens out of the blue een ‘Op hoop van zonnezegen’- of ‘Zonnezegen à volonté’-groet met in bijlage een beeld of een tekst.

We voelden een soort sympathie voor elkaar, en die oversteeg het feit dat ik hem een steengoed dichter vind en heel wat van zijn bundels heb gerecenseerd voor Poëzierapport en Knack, en ook wel eens ene voor Poëziekrant en Awater, denk ik, en hij daar blij om was.

Er heerste tussen ons een onuitgesproken vermoeden dat we dingen gemeen hadden: het poëtische circus van op een afstand volgen, trots op wat we doen zonder het besef van nietigheid in het licht van de eeuwigheid te ontkennen.

Uit Roeivlucht pikte ik een gedicht dat ik besprak op Roer. ‘Besprak’ is een groot woord, ik schrijf graag en doe eigenlijk maar wat ik doe en leuk vind, maar Mark was er verguld mee. ‘Van harte dank, Philip, voor je mooie woorden over mijn poëzie op Roer.land! Ik ben ontroerd! alle goeds! Mark’, mailde hij me op 17 juni 2021, de dag dat de bundel uitkwam. Ik had hem voor publicatie al als pdf gelezen. Mark was fier op zijn werk en met hem vele anderen, en terecht.

Maar nogmaals, die sympathie oversteeg de schrijverij. Er zijn van die mensen, ze zijn zeldzaam, die je maar één of twee keer moet gezien en gesproken hebben om te weten dat het warme, goede, hartelijke mensen zijn aan wie je zonder blikken of blozen je portefeuille en je diepste zielenroerselen zou toevertrouwen. Mark was zo iemand, ik voelde dat gewoon die luttele keren dat ik hem zag, al die keren dat ik hem las, de sporadische keren dat hij iets in mijn postbus dropte.

Dat is misschien wat mij het meest raakt aan zijn dood: dat ik een vriend verlies die ik nooit heb gehad.

Hieronder de bespreking van het gedicht ‘Doe je mee?’

Doe je mee?

Zich een zeespiegel voorhouden:

doorruisende woorden waarin doods-
gedachten oplossen, even vrij zijn.

Ik vind het leuk jou die te geven.
Dat het doodaardig mag worden!

In dit kolkgat waarin wij roezemoezend
ons afjakkeren en opdirken voortdurend

uitgeslepen en gepolijst zoals rolkeien
die overgeleverd zijn aan de eerstvolgende

hoge waterstanden, wat kunnen wij anders
dan zo kansrijk en ontvankelijk als het kan

resonant elkander helpen overleven?
Ik reik je de hand, hier, ervaar toe!

Mark van Tongele

Toen ik nog recensent was – ik ben het nog, een klein beetje, anders zou u dit niet lezen, maar toen ik nog poëzierecensent was voor Knack en Poëzierapport –, heb ik menig dichtbundel van Mark van Tongele besproken. Een nieuw tongeldoosje werd ten huize Hoorne met plezier aan boord gehaald. Mark van Tongele is dan ook een dichter met een unieke stem. Ik heb weinig zin om dat uniek zijn hier en nu in geuren en kleuren uit te leggen – laten we zo dadelijk maar overgaan tot het uitgelichte gedicht –, wil u alleen maar adviseren om zijn werk op te zoeken in boekhandel en bibliotheek en het te lezen.

Toen ik de door mij opgerichte poëzierecensietanker Poëzierapport torpedeerde en enkele drenkelingen opviste en in een bloemleessloep onderbracht – zie, ik begin al tongeliaans te praten … laat ik dat niet beter aan de meester zelf over? … Wat ik wil zeggen is: Poëzierapport verdween en de beste stukken bleven bewaard in een fraaie bloemlezing, die quasi nergens meer te krijgen is, te koop bedoel ik, wat jammer is. Die bloemlezing vernoemde ik naar een versregel van Mark van Tongele, nl. Dansen tot na sluitingstijd. Het zijn de slotwoorden van het gedicht ‘Doorbloedend’ uit de enig mooie bundel Met de plezierboot mee. Dat was geen zakkenrollerij, in het voorwoord vermeld ik netjes dat ik leentjebuur speelde bij Van Tongele. In de bloemlezing staat trouwens een bespreking van Met de plezierboot mee, geschreven door Paul Rigolle.

Ter zake. Op 17 juni 2021 verscheen een nieuwe bundel van Mark van Tongele. Die heet Roeivlucht.

Roeivlucht is de baltsvlucht van de zwarte stern, waarbij het mannetje zich met een prooi in de snavel uitslooft voor het vrouwtje.’ Ik ben geen bioloog of vogelaar, lees dit ook maar af van de flaptekst. Het is interessant om de rest van de tekst er ook even bij te nemen: ‘Je ziet het voor je, dansend in vlucht, boven het water, verleidelijk lonkend naar het leven. Mark van Tongele klapwiekt dat het een aard heeft, hij wiekt in Roeivlucht als het ware door de taal, hij lonkt naar het leven (en de dood), hij danst zijn vreugdedans en een danse macabre, hij verleidt en stoot af, hij zingt en hij brult, hij fluistert en hij schreeuwt, maar altijd spatten het taalplezier en de virtuositeit ervan af.

Dat is heel wat. Hij lonkt naar het leven en de dood. In zowat elke biografie van Mark van Tongele staat dat hij zijn studies geneeskunde afbrak na een ernstig ongeluk. Hij lag een tijdje in coma. Daarna wijdde hij zich aan het schrijven en ging deeltijds werken. Hij debuteerde als dichter in 1980. Het ongeluk, een verkeersongeval, zo lees ik op Poëzie-centraal, dateert dus van laat in de jaren ’70. Als het bijna een halve eeuw later nog altijd wordt vermeld in bio’s op flapteksten, dan kan het niet anders of de impact van het ongeluk op het verdere leven van Van Tongele is immens geweest, en is dat nog altijd. Leven en dood, het zijn dé thema’s van haast elke schrijver, scenarist, filmmaker, kunstenaar… Maar Van Tongele heeft in zijn poëzie het thema een geheel eigen invulling gegeven, en nu ben ik zonder het in de gaten te hebben toch de uniciteit van deze dichter aan het toelichten. Mark van Tongele is de dichter van de zee en de zon, de lucht en het water, de vogels en de vissen… Veel water, veel zee … als ik Mark van Tongele lees, dan hoor ik het ruisen van de golven en het krijsen van de meeuwen. De uniciteit ligt hem in de taal die de dichter hanteert: sprankelende woorden, eigenzinnige samenstellingen, neologismen, correcte Nederlandse woorden die haast niemand anders gebruikt… Taalplezier als levenselixir.

In het openingsgedicht van Roeivlucht is de zee meteen aanwezig. Het gedicht heet ‘Doe je mee?’ De dichter richt zich tot de lezer. Mark van Tongele is een gentleman. Hij duwt ons niet vanaf pagina één een gedicht in de strot – dat doet hij eigenlijk wel, hij kan toch moeilijk beginnen met een blanco pagina, maar u begrijpt wel wat ik bedoel –, hij vraagt beleefd of we onszelf een zeespiegel willen voorhouden. In die spiegel zien we doorruisende woorden, die de dichter ons wil geven, woorden waarin doodsgedachten oplossen en ons vrij maken. ‘Dat het doodaardig mag worden!’ Doodaardig: raar woord. We hadden al ‘dood’ in de tweede regel en daar is het woord meteen nog eens. Van Tongele gebruikte het woord ‘doodaardig’ al in een vorige bundel. Het is helemaal geen eng woord, niet enger dan ‘doodgewoon’, ‘doodnormaal’ of ‘doodziek’. Het voorvoegsel ‘dood’ is een versterkend voorvoegsel. Het zal heel erg aardig worden in het taaluniversum van Mark van Tongele. En toch klinkt het een beetje naargeestig – naargeestig, da’s ook zo’n vrolijk creepy woord –, doodaardig.

De versregels zes tot en met twaalf vormen één lange zin met typisch tongeliaanse taal. Wat staat daar eigenlijk? Het centrale woord is ‘overgeleverd’. We zijn rolkeien die zijn overgeleverd aan de waterstanden. Het water stijgt en het water daalt, en stijgt en daalt. We schuiven en schuren een beetje tegen elkaar aan. Dat maakt nauwelijks hoorbaar geluid. Meer gebeurt er niet in keienland. Nochtans vinden we onszelf een kei – no pun intended – in wat we doen. Het kolkt en roezemoest om ons heen. Elke kei is er rotsvast – alweer no pun – van overtuigd dat hij een steengoede – no pun once again – en onmisbare kei is. Een waterdoorlater! Een riviergezelschapsdier! Een oeverbeschermer! In werkelijkheid liggen we te liggen, zeggen eens tik links en zeggen eens tok rechts, waarbij we maar al te graag ontkennen dat het water, waar we geen vat op hebben, de eigenlijke hoofdrolspeler is.

In de slotregel neemt de dichter ons bij de hand op weg naar de volgende pagina’s. ‘Ervaar toe!’ ‘Ervaar’ van ervaren, maar ook ‘ervaar’ met de vaar van varen. ‘Toe!’ zoals in ‘toe, doe het nu maar, ervaar’, maar ook ‘toe’ (en het Engelse to) dat een richting aanwijst. De richting van het leven, het plezier te mogen leven, het leven celebreren, maar altijd bewust van de vergankelijkheid.

Philip Hoorne

===================

Dis! Dis! Dis!

Het kan niet anders of Martijn Truys is een marketingboy van het Vlaams Belang. Bovenstaande onzin, een knipsel van een artikel op de website van De Morgen, kan toch geen andere bedoeling hebben dan het racisme nog wat meer op te poken.

Mocht het toch een ernstig onderzoek zijn, wel, er zijn aantoonbare redenen waarom zwarte voetballers zelden in doel staan of vaker een rode kaart krijgen. Die hebben ongetwijfeld te maken met interesse, fysionomie en speelstijl. Truys heeft blijkbaar nog nooit van de Afrikaanse tackle gehoord. Dit heeft niets met discriminatie te maken.

En het allerbelangrijkste: sport is geen gelijke-kansen-ding. De besten spelen en als dat niet zo is, dan is dat wel discriminatie, ongeacht de huidskleur, nietwaar Roberto Martinez!

En nu moet u mij verontschuldigen, ik moet dringend met een paar dikke vrienden bij enkele eersteklassers op bezoek. Ikzelf verkies komend weekend onder de lat te staan bij Club Brugge in plaats van Simon Mignolet. Ik hoop dat dit zonder heisa kan verlopen. Zo niet verschijnt dit artikel maandag in de krant.

===================

Life is a flower

Ik heb Ace Of Base nooit echt gepruimd. Popgroepje uit Zweden. Twee jongens en twee meisjes, een blonde en een donkerharige. Hoeveel meer moeite kun je doen om uit te stralen dat je de volgende ABBA wilt worden? Ze hadden het misschien op hun voorhoofden kunnen laten tatoeëren.

Hits waar ik het koud noch warm van kreeg zoals ‘All That She Wants’, ‘Happy Nation’, ‘Don’t Turn Around’ en het betere ‘The Sign’, gepresenteerd in clips die een soort je-ne-sais-quoi moesten uitstralen en me net daardoor eveneens Scandinavisch koud lieten.

Tot ze in 1998 met dit kwamen. Een heerlijke meezinger die er vanaf de eerste noot recht op is, met een weliswaar te lange outro en wederom een stomme videoclip, maar toen ik ‘Life Is A Flower’ voor het eerst hoorde, was ik meteen dol op dat refrein.

25 jaar later kweel ik nog altijd luidkeels mee: We live in a free world / I whistle down the wind / Carry on smiling / And the world will smile with you / Life is a flower / So precious in your hand / Carry on smiling / And the world will smile with you.

Belachelijk softe tekst eigenlijk. Als ik botoxgewijs een eeuwige glimlach op mijn facie laat betonneren, dan zal de wereld niet met me meelachen. Me uitlachen, dat wel. Maar de melodie werkt aanstekelijk. Soms is er niet meer nodig voor een goede popsong dan een aardig riedeltje.

===================

De nieuwe brug en de mannetjes

Ik voel sympathie voor de man van, ik schat, 75 jaar oud, die met zijn handen in zijn zakken staat te kijken naar de brug in aanbouw over de Leie tussen Bissegem en Marke. ‘Kgoa ne kji goan kiekn noar de nieuwe bruhhe’, zei hij tegen moeder de vrouw. Die heeft haar handen vol met de kleinkinderen die zopas zijn gearriveerd. Hij kan wel even een momentje voor zichzelf gebruiken.

Na een tijdje staren naar de moderne, hoge, witte brug verlangt zo’n man naar een gesprekspartner om het immense gevaarte te gebruiken als bruggetje – no pun intended – naar andere thema’s als daar zijn Van Aert en Van der Poel, het moeizame seizoen van Club Brugge – alweer no pun intended –, de geliefkoosde moestuin als verzachter voor de stijgende voedselprijzen en natuurlijk het weer.

En zie, daar komt zo’n mannetje al aan. Die heeft mannetje één natuurlijk voor zijn raam zien passeren en schoot snel in zijn winterjas om ook naar de bruhhe te goan kiekn. Mannetje drie volgt snel. Two’s company, three’s a crowd, zegt het spreekwoord. Met de introductie van de derde man sluipt er frictie in het gezelschap. De dissidente stem doet zijn intrede. Er worden bilaterale banden gesmeed, wat betekent dat de derde partij moet opboksen tegen een meerderheid en daarbij verbaal een register hoger moet schakelen.

Wie komt daar om het hoekje aangesloft? Het is mannetje nummer vier. Nu zijn er twee mogelijkheden. Het kakelgehalte gaat verder de hoogte in, of we zien een twee aan twee celdeling wat de rust ten goede komt. Met de komst van nummer vijf, zes en zeven is die deling onvermijdelijk. Hoe schreef Menno Wigman dat ook alweer? Een kluitje mensen valt uiteen, of zoiets. Marcel en Louis hebben het over de heisa bij Delhaize, Willy, André en Tuur over het schielijk overlijden van Mariette van café De Bruine Streep en Jean en Richard wikken en wegen of het verstandig is om eind maart al te planten in volle grond.

Als het kluitje niet uit elkaar valt, dan is er veel kans dat de natural born zwijgers er het zwijgen toe doen en de haantjes met beide handen de kans grijpen om het haantje uit te hangen. Ook is het niet uitgesloten dat wie er niet meer in slaagt om in het gesprek in te breken de aftocht blaast. Of er ontstaat gekissebis waarna iemand zich al dan niet gespeeld beledigd uit de voeten maakt of liegt dat hij nog ergens naartoe moet.

Een onderwerp dat angstvallig wordt vermeden, is dat de nieuwe brug hen allemaal zal overleven, tenzij Poetin dit als strategische infrastructuur aanziet en er binnenkort een raket op gooit. Vlakbij het water aan de kant van Bissegem bevindt zich het kerkhof. Ik denk niet dat je liggend in een graf of in de beslotenheid van een urne de brug kunt zien, ook al is die veel hoger dan vroeger. Nu, en straks als ze af is, nog eens goed kijken dan maar.

===================

Daar kwam een dichtregel langs

Het was putje winter en al laat. Joran Cracco, zelfverklaard dichter, had net één been onder het laken geschoven. Het andere stond nog op de balatum. Hij had zijn tanden gepoetst, wat gedronken, geplast en zijn handen gewassen, netjes in die volgorde, en verlangde naar het warme lichaam van zijn vriendin.

Toen ineens kroop een dichtregel van onder het bed. Joran geeuwde en vroeg de regel beleefd doch kordaat zijn slaapvertrek te verlaten. Ook een dichter heeft recht op wat privacy en wil wel eens een paar uur van die om aandacht jengelende zeurpieten af.

‘Als je een hele straffe versregel bent, zal je hier morgen nog wel zijn, dan schrijf ik je op. Beloofd!’, zei Joran.

De dichtregel liet zich niet zomaar afschepen en dreigde: ‘Ik ga naar Denoo, Rigolle of Jantje van meenen of…. of Rik Dereeper, of neen … naar Maud Vanhauwaert.’

Bij die laatste naam verhief hij zijn stem en proestte het uit. Joran was nu helemaal wakker en rolde schuddebuikend van het lachen achterover. Zijn vriendin kreunde in haar slaap. Met een afwerend handgebaar maande Joran de dichtregel aan wat stiller te zijn.

‘Vanhauwaert, geef toe, daar ben ik toch veel te goed voor’, siste die schalks.

‘Je weet het’, zei Joran. ‘Kom, je mag blijven, ik breng je naar de logeerkamer. Eigenlijk ben je best wel grappig. Misschien komen we ooit nog samen in Het Liegend Konijn.’

‘Whoop whoop’ joelde de dichtregel en speels wapperde hij met zijn komma’s.

‘Ssssst, stil nu toch!’ Joran duwde de dichtregel snel de logeerkamer in, maakte met zijn handen een opstapje, want het was een niet zo lange dichtregel, zodat die in het netjes gedekte eenpersoonsbed kon klauteren.

‘Slaapwel, dichtregel’, fluisterde Joran en hij trok voorzichtigjes de deur dicht.

Prima regel, dacht Joran nog, toen hij zich tegen zijn vriendin aan vlijde. Morgen ga ik op zoek naar een sterke strofe waarin hij zich veilig en geliefd kan voelen.

===================

Worstelen in de cd-klasse

foto: website gemeente Wevelgem

‘Weet je wat ik vanavond ga doen?’ vraag ik aan mijn collega’s. Ik wacht een paar seconden om de spanning wat op te drijven. ‘Cd’s kopen!’ Hilariteit alom. Ik speel mijn rol van jonge, hippe, grijze pépé met verve. Ik, nog altijd die rare kwiet zonder smartphone, maar tussendoor stel ik wel vast dat niemand meer op de hoogte is van ChatGPT dan ik.

De bibliotheek van Wevelgem verkoopt haar cd-collectie. Ik heb vooraf een lijst gemaakt met 60 cd’s, van 10cc tot Zucchero. Ik verover er uiteindelijk 18, sommige van op mijn lijst, andere waar kwansuis mijn oog op valt.

Ik ga erheen met een gemengd gevoel. Grote kans dat ik veel van die cd’s misschien maar één of een paar keer zal beluisteren, want ik luister eigenlijk alleen naar cd’s in de auto en ik rijd bijna nooit auto. Gemengd gevoel omdat dit mij doet denken aan die twee keren dat ik op het werk voor een prikje een afgedankte pc kocht, waarvan een met een monitor erbij. Na jaren in de weg te hebben gestaan, zijn die spullen ongebruikt in het containerpark beland.

Gemengd gevoel omdat een cd, net zoals een LP, toch dat ding was met drie goeie liedjes en negen minder goede, waarvan je wilde dat je alleen die drie overhield, wat tegenwoordig perfect mogelijk is, zelfs voor iemand zonder apps en Spotify.

Zoals verwacht is het om 18u.30 al razend druk. Sommige muziekliefhebbers willen een valse start nemen. Maar het bibliotheekvolk is slim. De rekken met cd’s zijn afgedekt met dekens, die pas worden afgenomen om 18u.30.

Wie echter nog slimmer wilde zijn dan de bibliotheekmensen zijn zij die in de laatste week cd’s hebben ontleend die ze eigenlijk willen kopen. Handel met voorkennis. Die komen die schijfjes straks terugbrengen en zeggen dan met een onschuldig communicantenfacie: ‘O, oei, de collectie verdwijnt, wel, ik zal die dan maar kopen zeker. (grijns grijns)’ Ik behoor niet tot dat slag volk. Ik ga me niet verlagen tot foefelarij voor een paar stomme cd’s van 2 euro het stuk. Ik draag mijn waardigheid hoog in het vaandel.

Het is een getrek en gedrum aan de rekken. Ideaal scenario voor een coronagolfje. Aantal mensen met een mondmasker: 1. Koovie is er en buurman Lode, en ik wissel een paar woorden met de burgemeester en met Koen natuurlijk, Koen D’haene, makker al van in de lagere school en stafmedewerker van de bib. Na een klein uur ben ik het geworstel tussen de rekken spuugzat. Ik kom misschien nog eens terug.

Bij het weggaan ontmoet ik Bart, gepensioneerd bibliotheekmedewerker. Hij heeft altijd de muziek gedaan. Het opruimen van de collectie is een steek in zijn hart, zegt hij. Hij was het die mij meer dan 40 jaar geleden ontving in wat toen nog de discotheek heette – discotheken in de andere betekenis van het woord bestonden nog niet – in een vleugel van de Gemeentelijke Basisschool, waar ook de bibliotheek gevestigd was. Ik wilde platen ontlenen, maar moest hem eerst mijn pick-upnaald tonen. Dat werd een gesakker. De naald uit de pick-uparm van de platenspeler in het muziekmeubel van mijn ouders peuteren, als dat maar goed kwam. Bij elke plaat zat een wit karton waarop Bart de krassen tekende. Als je krassen op het vinyl bij maakte, moest je betalen.

Het kwam goed. Als ik mijn ogen sluit, dan denk ik spontaan aan deze drie platen die ik ooit in de discotheek ontleende: Who Are You van The Who, Yesterdays van Yes en Crapule de luxe van Bert De Coninck & Fran.

Neen, geen vraagteken na Who Are You. Een mens moet zich niet al te veel vragen stellen, gewoon blijven ademen tot het op een dag zal stoppen.

===================

Garageland

In de begingeneriek van de serie 1985, die momenteel loopt op één, zie je een rij LP’s die in het midden uit elkaar is gevallen, zodat de hoes van London Calling van The Clash duidelijk in beeld wordt gebracht.

Ik heb het hier al vaker gehad over de muziek van The Clash, die tijdens mijn jaren in het hoger middelbaar onderwijs prominent aanwezig was, over de dubbel-LP London Calling, over de driedubbel-LP Sandinista! Die laatste titel zegt genoeg. The Clash ontpopte zich van een recht-voor-de-raapse punkrockband tot een band met een politieke missie.

Niet mijn cup of tea, dat laatste. Muziek hoeft bij voorkeur niet politiek beladen te zijn, zeker niet als dat ten koste gaat van de muziek. Als teksten belangrijker worden dan noten, dan is dat volgens mij geen goede zaak. Daarom heb ik ook een hekel aan de meeste singer-songwriters, die tokkelend op hun gitaar een narratief brengen. Als ik me wil verdiepen in een politiek item of in wat dan ook, dan zijn daar andere bronnen voor.

Muziek moet in de eerste plaats ontspanning zijn, fun, net zoals poëzie overigens. De kunsten dienen net om even de grote boze buitenwereld met zijn Poetins en zijn fake news en zijn schandalitis en alles wat not right is en dat vermoedelijk voor altijd zal blijven even te vergeten.

Waar wil ik naartoe? Ook al zat dat politieke kantje er van in het begin al enigszins aan, de beste plaats van The Clash is ongetwijfeld hun titelloos debuut. Op één na allemaal korte, krachtige, strakke songs. Veel popcritici hebben die plaat met lof overladen. Vooral Career Opportunities, dat minder dan twee minuten duurt, werd geprezen.

Ik kies voor het laatste nummer van kant 2, Garageland, een waardige afsluiter.

===================

The Human League

Toen ik onlangs luisterde naar een schijfje met de grootste hits van The Human League bedacht ik ineens dat ik nog nooit een documentaire zag over de groep. Die zouden er vast wel zijn. Zo is dat. Kan ook moeilijk anders, hun LP Dare is een van de meest gerenommeerde albums van de jaren ’80.

Er zijn twee Human League’s: die van voor de komst van de zangeressen en die van erna. De band werd pas echt succesvol met de dames erbij, een beetje een Fleetwood Mac-story. De aanwerving van Susan en Joanne is een bijzonder verhaal. Frontman Phil schuimde de discotheken af. In een club in Sheffield zag hij twee vriendinnetjes dansen en hij wist: zij zijn het. Susan en Joanne waren evenwel minderjarige schoolmeisjes. Het had wat voeten in de aarde om de ouders ervan te overtuigen hen tot de band toe te laten.

The Human League is zo’n groep waarvan je je voortdurend bewust bent dat je die luidens de hogere muziekwetenschap een beetje goed, maar niet heel erg goed mag vinden. Maar daar veeg ik mijn reet aan. Steek jullie Cave, Clapton, Cohen en consorten daar waar het zonlicht niet schijnt, denk ik dan. Ik vind The Human League fantastisch, ondanks de niet altijd hoogstaande teksten met hier en daar een quote om te onthouden.

Years have gone on in between
But all I knew at seventeen
Is all I know now
Through times of joy and suffering
The music flavours everything
That’s all I know now

===================

Does your dog bite?

Een visuele grap grappig navertellen, is van het moeilijkste wat er is. De onvolprezen Bart Cannaerts beheerst die kunst.

Dat bewees hij onlangs in deze aflevering van De dag van vandaag op één. Zie van minuut 19:15 tot 20:15.

Meer zelfs, de door Bart navertelde visuele grap is grappiger dan het origineel, dat je hieronder vindt. Petje af, kerel!

===================

Gedichtendag – en ineens begon het mij te dagen

Ik meldde hier enkele dagen geleden dat op Gedichtendag Karl Vandenberghe in het Focus/WTV-middagnieuws een gedicht van mij voorlas uit het laatste nummer van Het Liegend Konijn.

Toen ik dat middagnieuws bekeek, had ik al het gevoel dat er iets niet klopte. Het gedicht was zo snel voorbij, maar het is dan ook een kort gedicht, no problemo, zo dacht ik toen. Maar toch, ik had een onbehaaglijk gevoel.

Pas nu heb ik plotsklaps achterhaald dat Karl de tweede strofe vergat te lezen. In Het Liegend Konijn staat het helemaal goed natuurlijk.

ZONDAG

de zondag kan het ook niet helpen
dat hij de dag is van tompoezen eclairs 
elixir d’anvers en soezen bij de koers

de dag van wandelbottines
zweefvliegtuigen en beduimelde foto’s 
die lacherig uit hun plakboek springen

de dag van vervellen en vervelen
van kiften kribben en kibbelen 
en de herstelde vrede achteraf

niemand wordt begraven op een zondag
de zondag is al van zichzelf een graf

===================

Priscilla, Queen of the Desert

In het journaal werd meegedeeld dat er een Vlaamse musical is gemaakt van de cultfilm – zo werd hij genoemd – The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert. Kleine kans dat ik die ooit zal zien en al helemaal een kleine kans dat hij zo geweldig is als de film.

Wie Guy Pearce kent van zijn andere rollen, kijkt zijn ogen uit. Wat ik mij vooral herinner van de film is de fantastische slotscène. Op muziek van ABBA natuurlijk, wie anders.

Overigens had ik een tante Priscilla, een echt smulpaapje van om en bij de 160 kilo. Wij noemden haar Priscilla, Queen of the Dessert. Dat vond ze zelf best grappig, zelfspot zit in de familie, maar telkens we dat koosnaampje uitspraken, zo luidde de afspraak, kreeg ze van degene die het in de mond had genomen een Mars, Bounty, Twix, Leo, een zak M&M’s of iets anders van die strekking. Tante Priscilla toch, lieve tante Priscilla, rust in vrede en laat daar in de hemel nog wat rijstepap over voor de andere zieltjes.

===================

Weesgedichten

Mijn weesgedicht werd geadopteerd door de Bibliotheken Route 42, Bibliotheken Vlaamse Ardennen, Berlare, Brugge, Cultuurregio Schelde, Genk, Hasselt, Ninove, Sint-Niklaas, Turnhout en Aalst.

Of dit veel is of weinig is, weet ik niet, maar ik ben tevreden en dat is wat telt.

Bibliotheken zijn kathedralen. Wat de openbare bibliotheek voor mij heeft betekend in mijn leven, en vooral in mijn jeugd, heb ik in een hooglijk gefingeerd, maar toch ietsepietsie autobiografisch, bij de haren gegrepen, knotsgek verhaal beschreven in mijn verhalenbundel Het vlees is haar, nog altijd gratis ende voor niks te lezen middels een link in de rechterkolom van dit weblog.

===================

Gedichtendag

Op 26 januari 2023 las Karl Vandenberghe uit het laatste nummer van Het Liegend Konijn mijn gedicht ‘Zondag’ voor in het Focus/WTV-middagnieuws.

Klik op de foto om de link te activeren. Het gedicht wordt gelezen na minuut 6:14.

===================

The Beach

Vanavond wordt op VTM 4 de film The Beach getoond met Leonardo DiCaprio. Ik zag de film enkele jaren geleden. Het eerste deel is goed. Naar het einde toe wordt de moraliteit er iets te dik opgesmeerd. Er bestaat niet zoiets als een paradijs, en als het al zou bestaan, dan zullen mensen het wel kapotmaken, zoiets …

Lang voor ik de film zag, kende ik die al. Van dat schitterende nummer van All Saints natuurlijk.

===================

Treinzinnen en roze oksels

Een niet meer zo jonge vrouw speelt Candy Crush op haar telefoon.

Eén keer swipet ze naar een spiegel, gaat met haar hand door haar haar, waarna ze verder speelt.

Ik lees in een oude Knack een interview met een politica die graag de stoere uithangt en zich gelukkig mag prijzen dat boeren minder geneigd zijn om met ontvoering te dreigen dan drugscriminelen.

Ze zegt in het interview best wel een aantal dingen waar ik een zelfde mening over heb.

Toch zal ik nooit voor haar stemmen.

Door de harde wind worstel ik een tiental minuten met mijn regencape vooraleer ik die over mijn hoofd krijg.

Ik betreed het vergaderlokaal met mijn muts nog op en mijn regencape nog aan.

Mijn vrouw zegt dat ik die in de hall had moeten uittrekken, dat ik zoiets alleen maar doe om op te vallen.

Willen opvallen?

Ik?

Ik die ooit het minst opvallende kind aller tijden was?

Ik denk het niet.

Klein beetje misschien.

Ik doe graag datgene wat de massa niet doet, ben aan de ene kant oerconservatief en aan de andere kant een ietsepietsie tegendraads – net zoals mijn vader – en kan dat hoe langer hoe minder wegstoppen, zowel in daad als in woord.

Telkens neem ik me voor een meeting lang te zwijgen, maar het lukt me niet.

Joeri heeft zijn trein dertien minuten eerder dan ik.

Ik zeg dat hij mag doorstappen en mij achterlaten.

En eerlijk gezegd, ik stap het liefst alleen.

Of beter, ik praat niet graag tijdens het stappen.

Wat moet een mens ook altijd zeggen?

Er zijn opvallend veel spoorwijzigingen, maar geen vertragingen.

Ik ben te vroeg en verkies met dit weer te wachten in de drukke vertrekhal in plaats van op het perron.

Werkelijk iedereen zit op zijn telefoon te kijken, maar dan ook werkelijk iedereen.

Ik zit met mijn rug naar het tafereel, maar jongeren met een 2de klasse-abonnement die in 1ste klasse zitten, krijgen van de vrouwelijke conducteur een uitbrander waar geen eind aan komt, met daarbovenop waarschijnlijk, als ik het goed hoor, een boete.

Bij het uitstappen zie ik dat het gaat om één blank schoolmeisje en niet om een groepje allochtone pubers zoals gewoonlijk als het gaat om reizigers zonder ticket of die in het verkeerde rijtuig zitten.

Even kruist de blik van de conducteur de mijne en ik zeg: ‘Ge hebt gelijk dat ge streng zijt.’

Ik gebruik het woord ‘streng’ omdat ze dat net daarvoor tegen het meisje ook in de mond nam.

Op het moment dat ik het zeg, heb ik er al spijt van.

Waar moei ik me mee?

En toch ook niet.

Als iedereen rechtvaardig zou zijn en naar rechtvaardigheid streven zoals ik, dan zou de wereld een betere plek zijn.

Of zei ik dat alleen maar om op te vallen?

Neen, nooit bij mensen die ik niet ken.

Ik ben van oordeel dat, als we de wereld terug een goede richting willen uitsturen, hard moeten optreden tegen zij die de boel verzieken.

’s Anderendaags hoor ik in een opgenomen zaalshow Freek de Jonge zeggen – ik parafraseer – dat van het triumviraat geloof, hoop en liefde dat eerste al een tijdje verdwenen is, en dat nu ook de hoop er stilaan van onder muist, en dat als er geen hoop meer leeft bij mensen het einde der tijden nabij is.

Het rode jasje van Freek geeft af op zijn wit hemd, waardoor hij na de uittrekken van dat jasje de rest van de show moet volmaken met roze oksels.

===================

Woorden

Als ik op dit moment om me heen kijk op en rond mijn zoals meestal rommelig bureau, dan zie ik de volgende woorden (beperkt tot 20):

schulp
geert
rose
bruidstaart
spreekt
care
plasma
info
duo
reims
pour
verbondenheid
appel
jaargang
bijzondere
solution
biologisch
compatible
pluche
ruimtes

20 woorden die ik niet zie als ik om me heen kijk:

aardappelpuree
station
heilig
asbestvezel
actualiteitsprogramma 
afspraak
afstand
jandoedel
zielszorg
stillezen
koperglans
nultolerantie
schaatsmarathon
pompwater
prentenatlas
planetenstelsel
opsolferen
inwilligen
waterbom
zeebeving

===================