Ik lees… (6)

***** Dimitri Verhulst – Spoo pee doo

***** Bram Dehouck – De minzame moordenaar

**** Bram Dehouck – Een zomer zonder slaap

Bram Dehouck is een collega van mij. Hij won twee maal de Gouden Strop. Zijn boeken zijn vertaald in het Engels, het Frans en het Duits. In al die jaren dat Bram en ik in hetzelfde bedrijf werken, weliswaar uit elkanders zicht, hebben we nog nooit over literatuur gepraat. Schrijvers die hun boterham verdienen middels een job buiten de schrijverij weten dat dit niet hoeft te verbazen. Een schrijver hangt op zijn werkvloer de schrijver niet uit, net zoals een ballerina niet komt werken met haar spitzen aan en een amateur-wielrenner niet aan zijn bureau zit met zijn fietshelm op.

Dehouck heeft ongetwijfeld ooit een leraar Nederlands gehad die hem heeft diets gemaakt dat je beeldend moet schrijven door veel als-vergelijkingen te gebruiken. De als-en, alsof-en en zoals-en spatten van de bladzijden. Zoiets valt op, maar omdat die vergelijkingen meestal niet onfraai zijn, stoorde die overdaad mij tijdens het lezen niet echt.

De minzame moordenaar is een meeslepend misdaadverhaal. Helemaal aan het begin van het boek weet de lezer al wie de moordenaar is. Vind ik origineler dan een boek (of een serie) waarin eerst iedereen verdacht wordt gemaakt om dan uiteindelijk te vernemen dat degene die je net niet verdacht de dader blijkt te zijn. Een misdaadverhaaltrucje dat mits enige omgekeerde psychologie nogal snel doorzichtig wordt. Is het niet, scenarioschrijvers van Witse en andere krimi’s? Niettegenstaande die vroege ontknoping wordt het verhaal heel aardig uitgewerkt, met de stad Ieper, die op dat moment – het boek dateert van 2010 – de vele ’14-’18-herdenkingen nog voor de boeg had, als decor.

In Een zomer zonder slaap wordt een flink aantal personages opgevoerd. Lange tijd gebeurt er niks onrustwekkend en vraag je je als lezer af waar het verhaal eigenlijk naartoe gaat, hoe wat de flaptekst aankondigt verwerkelijkt zal worden. Die langzaam aanzwellende dreiging maakt van Een zomer zonder slaap een goed boek, maar volgens mij toch minder sterk dan De minzame moordenaar. Sommige personages blijven vaag uitgewerkte karikaturen. Na een rist rustig kabbelende verhaallijnen moet het plot wel explosief zijn, moet Bram Dehouck gedacht hebben, maar het is mij een ietsepietsie over the top.

O ja, Spoo pee doo van Dimitri Verhulst, waarover ik in een ander bericht al… euh… berichtte, is een meesterwerk.

Advertenties

Het leven en hoe het te overleven (4)

Lisa gelijkt sterk op haar moeder. Dat heeft ze van haar vader, die geleek ook zo sterk op zijn moeder.

Als je pas op je 54ste voor de eerste keer pijnlijk met de dood wordt geconfronteerd, dan mag je je gelukkig prijzen. Maar het blijft pijnlijk, dus zou ik willen dat je dat ‘gelukkig prijzen’ terug inslikt. Of ik vermoord je.

Men zegt wel eens ‘In ons Belgenlandje is het zo slecht nog niet’. Is dat het criterium dat we nastreven, is het op die hoogte dat we de lat leggen, op ‘zo slecht nog niet’?

En by the way, wie ‘Belgenlandje’ uit zijn strot knijpt, zou gecolloqueerd moeten worden.

Idem voor ‘by the way’.

Geldt ook voor ‘idem’.

Grapje.

Wie een grapje maakt en dan ‘grapje’ moet zeggen, heeft een beroerd publiek of is een beroerde grappenmaker.

Ric Ocasek is overleden. Wie? Ric Ocasek. ‘Drive’ was dan wel de grootste hit, maar niet het beste nummer van The Cars. Grootste hits zijn zelden beste nummers. Hun beste nummer is natuurlijk ‘Let’s go’.

De Nederlandse vertaling van ‘überhaupt’ is ‘überhaupt’, zei wijlen Roger Verkarre. En of hij gelijk had.

Je herinnert je mijn dikke tante Magda nog? Ja, wat is ermee? Ze is tien kilo afgevallen. Knap zeg, wat is haar geheim? Tandsteenverwijdering.

Ben je naar de kapper geweest? Neen, mijn haar is gekrompen in de was.

Ik ga limericks schrijven. Met dank aan Marc M. voor het idee. 

Al goed en wel, maar wie mag weer de afwas doen!

Ik ben er eindelijk uit. ‘The Girl In The Dirty Shirt’ is het beste nummer van Oasis. Die titel alleen al. Sorry ‘Listen Up’, ‘Roll With It’, ‘Live Forever’, ‘Slide Away’ en live-versie van ‘Supersonic’.

Wie het woord heeft en het niet graag afstaat, heeft meestal niet veel te zeggen.

Een poezenbeest uit Swinnen 
ging de fitnesszaal binnen. 
Heffen, steppen, roeien, 
niets wat haar kon boeien. 
Ze vroeg: kan ik hier ook spinnen?

Ik heb mijn eerste limerick geschreven. Hij is niet super maar ook niet heel erg slecht.

 

Emo-alert! Feyenoord – ADO Den Haag (15/9/2019)

Drie jaar geleden zag ik de knuffelactie van de supporters van ADO Den Haag in het stadion van Feyenoord – een hart onder de riem voor de kankerpatiëntjes van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam – drie maal op tv (eerst in Studio Sport, dan in een of ander journaal en op maandag nog eens in de voetbaltalkshow Extra Time) en drie maal heb ik zitten janken als een baby. De tranen rolden in smalle watervalletjes over mijn wangen. Terwijl ik dit tik wordt het mij weer zwaar te moede. Ik raak nu eenmaal meer geëmotioneerd door schoonheid dan door ellende.

Een stapeltje zakdoeken ligt klaar. Neen, doe maar enkele dweilen. Wie niet weet waar dit over gaat, lees hier.

Boem boem boem

Nooit gedacht dat ik ooit nog schouder aan schouder zou staan met de burgemeester van Knokke. Het ‘boem boem boem’ hoort niet in de openbare ruimte, daar heeft hij groot gelijk in.

Wie deze weblog volgt, zal al wel doorhebben dat ik een groot tegenstander ben van alle vormen van lawaaivervuiling, zeker als die gepaard gaat met overlast voor zij die de stilte liefhebben. Eenieder die zich verzet tegen lawaaivervuiling kan op mijn sympathie rekenen. En ik heb een raad voor zij die samen met mij willen strijden tegen de vervuiling: meld elke vorm van overlast bij uw lokale overheid. Het is soms makkelijker om door de zure appel heen te bijten en de overlast uit te zitten. Doe dit niet, ga in het verweer. Vrienden en kennissen die wel van ‘boem boem boem’ houden zullen u mogelijks een zure burger noemen. Wel, het zij zo, draag die titel als een geuzennaam.

Het leven en hoe het te overleven (3)

Wie in twee eeuwen heeft geleefd zoals ik kijkt rekenkundig anders naar het verleden dan wie slechts in één eeuw leeft. Soms denk ik dat de jaren ’80 slechts twintig jaar achter mij liggen. Dan besef ik ineens dat we al 2019 zijn.

We schrijven 1983. Ik kijk door het raam van mijn studentenkamer uit op het kerkhof van Torhout. Uit de radio schalt ‘1999’ van Prince. Een slimme zet, aldus een journalist, van Prince om een nummer uit te brengen dat rond de millenniumwisseling ten tweeden male een hit zal worden.

Is dat eigenlijk zo? Werd het terug een hit rond de millenniumwisseling?

Waar is de tijd? Daar! Waar? Daar!! Ik zie hem niet. Te laat!

Ik durf wel eens in slaap sukkelen voor de tv. Behalve bij muziekdocumentaires. Ik ben dol op muziekdocumentaires. Pietje zat op school en leerde er Jantje kennen die gitaar speelde en Jantje kende Polleke die wat drumde en na een jaar werd Polleke vervangen door Wardje en Wardje brak zijn been o tegenslag o tegenslag maar de doorbraak kwam er met hun derde plaat en er was interesse uit het buitenland helaas werd Pietje het toeren moe en hij stapte uit de band en ze vonden een vervanger maar stopten te veel tijd in nevenprojecten en ze kregen ruzie en ze splitten en nu zijn ze oud maar ze treden nog steeds op zij het dan wel als twee aparte bands en allebei eisen ze voor de rechtbank de originele groepsnaam op en zo verder en zo voorts… Heerlijk kijkvoer voor nostalgici.

Lawaaivervuiling is een plaag, vooral in de zomermaanden. Waar is de tijd dat het in de zomervakantie twee maanden lang muisstil was op straat. Heerlijk ouderwets doodsaai muisstil. Wie richt met mij een actiegroep op om de stilte in ere te herstellen? Mail mij, maar doe het stilletjes. Op Hans Dorrestijn kan ik alvast rekenen, lees ik in zijn boek Het rimpelperspectief, heeft net zo’n hekel aan al die lawaaierigheid als ik.

Filmbeleving

Onder het bericht dat de film ‘De Patrick’ nauwelijks bezoekers trekt, schrijft ene Thierry Piette het volgende in de commentaarrubriek op HLN.be (10/9/2019): ‘Ik vind een bioscoopbezoek wreed irritant (eten, drinken, gsm tijdens de film) dat ik nog maar zelden ga. Volgend jaar komt deze film wel op één of andere Vlaamse zender, dan zal ik hem wel zien.‘ De man slaat de nagel op de kop. Ik vraag me af of mensen het echt niet aankunnen om anderhalf uur film te kijken zonder te zitten kauwen en slurpen, zonder om het kwartier de smartphone te checken waardoor het complete duister ineens wordt opgeschrikt door felle schermverlichting. Het hoort erbij, zegt u? Tuurlijk niet. Als je tijdens een theatervoorstelling of een klassiek concert wat met een papieren of plastic zak ritselt krijg je alleen maar boze blikken. Maar wie het vreten en zuipen in de cinema aanklaagt zal wel weer een zure burger zijn. Laat mij dan die zure burger zijn a.u.b. Bovendien zijn er nog altijd lieden die het systeem van de zetelreservering niet vatten en zomaar op andermans plek gaan zitten. Een film gaan kijken in de bioscoop is het aangenaamst als hij al enkele weken loopt, als de grote of kleine massa hem al gezien heeft. Maar als je te lang wacht is de film uit roulatie, dat weet je nooit op voorhand. So be it, komt naar twee jaar op tv, zoals de heer Piette ook al aangeeft. Kinepolis heeft in Amerika enkele zalen overgenomen en de man die dat op het VRT-nieuws mocht duiden bezong de lof van de popcorn en de cola en de omzet die daaruit voortvloeit. We moeten immers niet meer naar een film kijken, we moeten de film beleven. Beleven is het nieuwe toverwoord. Een groot scherm, prima geluid en een comfortabele zetel, al de rest is wat mij betreft nefast.

Het leven en hoe het te overleven (2)

Ik ben pro strijd tegen de klimaatopwarming en vind dat mensen het best op hun eigen continent blijven wonen. Ben ik dan links, rechts of gewoon nog steeds een tsjeef?

James Cooke zegt in een interview dat hij van mening is dat er alleen nog auto’s op de markt mogen komen die niet sneller kunnen rijden dan 120 per uur. Kijk, moest dat nu zo lang duren, James jongen, voor ik je sympathiek mocht vinden.

Als ik een boosaardige baas heb en ik heb goesting om een kras in diens belachelijk dure bedrijfswagen te trekken, doe ik dat dan of denk ik er twee keer over na?

Zal na twee keer nadenken die kras dan twee keer zo diep zijn?

Het gaat er al lang niet meer om wie je bent en wat je doet, maar wie je kent en in wiens reet je wroet met je snoet.

Ik heb moeten lachen / grinniken / gniffelen om bepaalde passages in het boek Spoo pee doo van Dimitri Verhulst. Heerlijk gitzwart proza. Dank u, Dimitri, je hebt mijn leven rijker gemaakt en dat zal ik nooit vergeten.

Woorden met een -w die je als -v moet uitspreken vind ik bizar, zoals in de zin ‘Ze wrong haar haar in een wrong.’

Right or wrong?

In mijn volgende dichtbundel zullen de woorden ‘oceaanstomer’, ‘zwik’ en ‘draaitabel’ voorkomen. Een vooraankondiging die kan tellen. Recensenten dansen nu al de horlepiep.

Behalve Dirk Leyman, die mij zonder reden altijd heeft gehaat. Leeft die eigenlijk nog, Dirk Leyman, of zou die inmiddels door de versnipperaar zijn gehaald?

Leyman had destijds op zijn bloggie al een negatief oordeel klaar over Het vlees is haar, nog voor het boek uit was. Scheldproza noemde hij het wat het niet is.  Het vlees is haar kun je overigens nog steeds gratis integraal downloaden op deze website. Wie een papieren boek wenst, dat kan, ik heb er nog een klein aantal liggen.

Dat moet er mij aan denken. In de tijd dat ik nog meewerkte aan een gekend Vlaams weekblad was er een recensent in dienst die elke week twee à drie vuistdikke romans besprak. Ik vroeg hem op een keer: die boeken kun je toch niet grondig gelezen hebben? Tuurlijk niet, zei hij, ik lees de eerste vijf pagina’s, de laatste vijf pagina’s en leg het boek dan een nacht onder mijn hoofdkussen. Als het echt een heel dik boek is twee nachten.

Ik houd van de columns van Louis van Dievel. Ze voeren mij vaak terug naar een onbezorgde tijd halverwege de tweede helft van de vorige eeuw toen het leven nog simpel was en ik ook.

Je mag zeggen van VTM wat je wilt, dat het een zender voor het klootjesvolk is bijvoorbeeld, maar het is wel VTM dat de twee beste Vlaamse series van de voorbije tien jaar heeft uitgezonden: Clan en Studio Tarara.