Subatomic Strangers

Ik doe weinig moeite om nieuwe, hedendaagse artiesten of bands te ontdekken. Ik was jong in de jaren zeventig en tachtig, en heb al het beste van het beste zien passeren toen het werd uitgebracht. Ik ben muzikaal voldaan, dank u, en ben ervan doordrongen dat de muziek van de toekomst, net zoals de planeet van de toekomst, nooit even goed, laat staan beter, zal worden dan die van het verleden.

Maar als ik de termen synthpop of new wave zie, en dan nog in combinatie met elkaar, dan spits ik mijn oren. Jonge bands die weten waar er lekkere mosterd te vinden is en daar een smakelijk broodje mee bereiden, daar wil ik wel even mijn gegeeuw voor onderdrukken. Zo ontdekte ik Subatomic Strangers, a Belgian female-fronted band from Roeselare, West-Flanders, zoals ze het zelf zo mooi op hun website omschrijven, in een regionaal magazine.

De single Enough Of You is prima. Op hun site staan nog enkele andere nummers, waarvan vooral Pretty Faces, met die gemeen klinkende zang, mij bekoort.

De videoclip van Enough Of You is nogal cliché – rennen tussen bomen, waar heb ik dat nog gezien? geef me vijf minuten en ik diep tien dergelijke clips op – maar het gaat om de muziek. Subatomic Strangers – goede naam trouwens – heeft potentieel. Ik ben benieuwd of dit viertal mijn honger naar meer zal aanscherpen.

Rekenkundig inzicht

Ik dacht bij mezelf, de expert zal het goed uitleggen. Helaas deed hij dat niet. Ja, zei hij, er liggen ongeveer evenveel gevaccineerden als niet-gevaccineerden in het ziekenhuis. Toen begon hij over profielen.

Misschien werd het interview bijgeknipt. Het mag niet te moeilijk zijn voor de mensen. Niet voor onze oudjes die al op 12-jarige leeftijd op hun knieën gewassen oogstten op het veld, en ook niet voor onze jongeren met hun almaar oplopende leerachterstand.

Dus zal ik de vrijheid nemen om de uitleg van de expert vol te maken. Komtie.

Stel, je hebt een groep van 100 mensen en daarvan zijn er 90 gevaccineerd en 10 niet. Dat is grosso modo de verhouding in Vlaanderen. In het ziekenhuis liggen er 5 gevaccineerden en 5 niet-gevaccineerden. In absolute cijfers liggen er van beide groepen evenveel in het ziekenhuis. En dan hoor je: zie je wel dat de vaccins niet werken.

Fout natuurlijk. Van de gevaccineerden ligt er 5,55% in het ziekenhuis, van de niet-gevaccineerden 50%. Ineens werken de vaccins wel degelijk, maar helaas kijken de meeste mensen niet verder dan de absolute cijfers. Dat heb je ook met begrippen als exponentiële groei en exponentiële krimp. Men hoort het in Keulen donderen.

Ik heb ooit eens een collegaatje, dat net van school kwam en een duur diploma had, naar een rekenmachine zien zoeken om een eenvoudig optelsommetje à la 28 + 9 + 5 op te lossen. Asjemenou, dacht ik, meen je dit nu?

Hebt u ook zo’n hekel aan domheid? Dan kan ik u tot mijn spijt niet geruststellen: het wordt nog veel erger, you ain’t seen nothing yet.

En nu beginnen leeftijdsgenoten van mij spontaan dit lied, de stotterklassieker, te zingen.

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve (4)

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve. Sinds 1 april van dit jaar ben ik redacteur bij CM-Vlaanderen. Dit betekent dat ik onder andere artikels schrijf voor Leef, het gezondheidsmagazine van CM en de Leef website.

’t Is deze keer weer met beestjes, of toch ééntje, Wasabi, de viervoetige zorgverlener. Is het geen schatje, die Golden Retriever? Zelfs een kattenman als ik zou ervan gaan kwispelen. Woefie woefie.

Tsjolen in Roeselare

Toen ik zondagavond, na het literair event in de ontwijde Sint-Amandskerk te Roeselare, een andere deur van de kerk moest nemen dan bij het binnenkomen, en omdat het al donker was – het was rond kwart voor acht -, verdwaalde ik in de stad. Ik overdrijf. Ik wist niet meer hoe ik naar het Polenplein moest stappen waar mijn auto geparkeerd stond. Heet dat verdwaald zijn? Ja, misschien wel. Heb ik uren gedoold? Neen, hooguit een kwartiertje.

In dat kwartiertje werd ik geconfronteerd met een verregaand gebrek aan diversiteit. Het centrum van Roeselare is op een modale zondagavond quasi leeg en wie er rond loopt is – hoe moet ik dit nu zeggen zonder verkeerd begrepen te worden? – gekleurd. Nieuwe Belgen. Medemensen met allochtone roots. Zonder uitzondering jongens, in groepjes van drie à vijf man. Ik verbind daar geen conclusies of oordeel aan vast. Er is niets mis met op straat lopen. De straat is van iedereen en als de witte jongens liever naar de Planckaerts kijken dan op straat te tsjolen, dan is dat prima. Ieder zijn meug. Het viel mij gewoon op, meer niet.

Opnieuw overdrijf ik. Er was een uitzondering die de vaststelling bevestigt. Ergens liet een niet-gekleurd meisje – mag ik dat zeggen, niet-gekleurd, nu het woord blank taboe is, of hoe zit dat precies? – haar hond uit, in haar jurk, zonder jas aan. Moedig meisje, dacht deze half bejaarde bleekscheet. Dat moest ik helemaal niet denken natuurlijk. Maar toch dacht ik het. Toen ik het dolen welletjes begon te vinden, zag ik in de verte de raamverlichting van een take away pizzatent. Daar even de weg vragen, dacht ik. Ik schoot naar binnen en schrok me een hoedje. Ik stond oog in oog met een jongen die witter was dan ikzelf. Maar door dat schrikken haalde mijn wit het alsnog van zijn wit.

Hij wees mij in keurig West-Vlaams de weg naar het Polenplein en een dik kwartier later was ik nog net op tijd om te zien hoe Mageno Timmerman zijn eerste koers won.

Kunst op het spoor

Voor mij op de trein zat een slapende man met een kaal hoofd als een blanco blad papier dat mij uitnodigend toelachte. Ik zocht in mijn tas en vond wat ik zocht, een zwarte stift …

… waarmee ik zijn schedel een beetje heb gepimpt. Herken je de woedende, bebaarde Talibanstrijder? Woedend omdat de trein meer dan een kwartier vertraging had. Zie je hoe hij venijnig grimlacht en zwaait met zijn geweer? Kunst op het spoor, dit smaakt naar meer. Move over, Banksy, there’s a new kid in town.

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve (3)

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve. Sinds 1 april van dit jaar ben ik redacteur bij CM-Vlaanderen. Dit betekent dat ik onder andere artikels schrijf voor Leef, het gezondheidsmagazine van CM en de Leef website.

Sssst, een beetje stiller graag is een artikel over de schadelijke gezondheidseffecten van geluidsoverlast en lawaaivervuiling. Het bevat een kaderstuk over de Dag van de Stilte (31 oktober).

Verder verscheen er vandaag er een stuk over (bestuurs)vrijwilliger zijn bij CM, met als titel Gezocht! Talent.

Fototentoonstelling Roeselare: ik heb me vergist, ik ben toch geen luie fotograaf

Mijn foto’s zien hangen, allemaal samen, aan muren, en erover praten met mensen, en al pratend met mensen erover nadenken, heeft mij nieuwe inzichten gegeven over mijn eigen werk.

Ik noem mezelf graag een luie fotograaf. Dat is omdat ik mezelf graag neerhaal, omdat ik mezelf graag bespot, net zoals ik mezelf graag een luie dichter en schrijver noem. Ik zal uitleggen waarom ik geen luie fotograaf ben, integendeel, ik werk me de pleuris aan mijn beelden, maar omdat ik het graag doe, voel ik de inspanning niet. Wat een mens graag doet, kost geen energie, maar verschaft net energie.

Hoe heb ik het geleerd in de avondschool fotografie, waar ik zes jaar opleiding heb gevolgd? Wel, daar werd beweerd, en terecht, dat als je een foto maakt je er maar beter voor kunt zorgen dat die foto tijdens het schieten al zo goed mogelijk is, zodat je er achteraf niet te veel moet aan prutsen in Lightroom, Photoshop of gelijkaardige programma’s. Om die reden zeulen fotografen meestal een rugzak met body’s, lenzen, flitsers, filters, een groot statief, gorillapods enzoverder enzovoort met zich mee.

Een klassiek fotograaf neemt, laat ons zeggen, tweehonderd foto’s, gooit er daarvan honderdnegentig weg, op zicht, wegens onderbelicht, overbelicht, dubbelop, slechte compositie, storende elementen in beeld en noem maar op. Vervolgens worden de tien resterende door Lightroom en Photoshop gehaald. Hooglichten, schaduwen, helderheid, kleuren, contrast… worden bijgewerkt. De foto wordt rechtgetrokken en bijgesneden, vlekjes worden verwijderd, er wordt wat vignettering op gezet en klaar is kees. Veel fotografen hebben een hekel aan dat computerwerk en doen wat hen is geleerd, namelijk de foto meteen zo goed mogelijk schieten. Dit zijn de fotografen van de heldere, scherpe lijn, de prachtige realistische portretten, de adembenemende realistische natuurbeelden, de flitsende realistische sportfoto’s, de intrigerend realistische straatfotografie et cetera.

Ik maak dromerige, schilderachtige beelden zoals het onderstaande. Mijn twee fototoestellen zijn heel erg basic. Het tweede heb ik gekocht, alleen maar omdat het in een jaszak past. Ik heb geen extra materiaal bij me. Ik schiet foto’s en maak me niet druk om de kwaliteit van het geschoten beeld. Zonder mijn leesbril op kan ik op het display van mijn camera zelfs niet zien hoe goed of hoe slecht het beeld is, dat zie ik pas op het scherm van mijn pc. Ik heb voldoende pixels nodig voor een eventuele vergroting, maar de pure, schoolse fotokwaliteit zal mij worst wezen. Tot hier ben ik een luie fotograaf. Ik doe maar wat. Ik zie door het treinraam iemand wandelen langs de rails, ik zoom in en druk af. Maakt me niet uit of de trein rijdt of stilstaat, of mijn hand trilt of niet. Ik zie thuis wel wat ik heb verzameld en wat ik ermee kan aanvangen. Ik gooi ook veel weg, maar hanteer andere criteria dan klassieke fotografen. Te licht, te donker, onscherp, korrelig… zijn geen criteria om een foto weg te gooien, integendeel.

Daar waar de klassieke fotograaf na een kwartiertje computeren zijn resterende tien foto’s op orde heeft, begint voor mij dan pas het werk. Ik kijk naar een beeld dat ik gemaakt heb en vraag me af wat de mogelijkheden zijn om er iets van te maken. Veel is mogelijk, heel veel, te veel soms. Elke foto ontwikkelen tot een kunstwerkje is een odyssee, waarbij ik voortdurend moet kiezen welke weg ik insla. Ga ik voor deze bewerking of voor een andere? Kiezen is winnen of verliezen, en meestal de twee tezelfdertijd, of kan leiden tot een resem eindresultaten waaruit ik dan toch weer moet kiezen. Ik zeg wel eens dat ik schilder met mijn fototoestel, dat is larie natuurlijk, maar het klinkt zo mooi. Wat ik doe met mijn fototoestel kan elke kleuter die over twee handen beschikt. Wat ik werkelijk doe is digitaal ambachtswerk. De tijd die ik steek in een beeld, om het te leiden naar een bevredigend resultaat, is immens, maar omdat ik tijdens een scheppingsproces de klok niet in gaten houd, besef ik dat niet eens. Ik ben geen luie fotograaf, dat is bij deze rechtgezet.

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve (2)

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve. Sinds 1 april van dit jaar ben ik redacteur bij CM-Vlaanderen. Dit betekent dat ik onder andere artikels schrijf voor Leef, het gezondheidsmagazine van CM en de Leef website.

Poes is een therapeut is een artikel over de positieve invloed van (huis)dieren op de gezondheid van de mens. Het bevat een interview met Françoise Sion, expert in de relatie tussen mens en dier.

Zoals velen weten ben ik een grote dierenvriend met een uitgesproken voorkeur voor katten, de coolste dieren aller tijden. Miauwkes.

Fototentoonstelling Roeselare: over halfweg

Nog tot en met de laatste dag van deze maand zijn in K-Trolle te Roeselare een 25-tal van mijn foto’s te zien. Cultuurcafé K-Trolle is open op vrijdag, zaterdag en zondag van 16u. tot zeker 23u.

Na drie van de vijf weekends mag ik zonder schroom verkondigen dat de tentoonstelling een succes is. Veel bezoekers en alleen maar positieve reacties.

Door de belichting op de werken is het niet eenvoudig om ze zonder reflectie te fotograferen. Toch een poging gedaan om deze drie te vangen.

Fototentoonstelling Roeselare: de waardevolle mening van de bezoeker

Mijn fototentoonstelling ‘Reality and beyond / De werkelijkheid voorbij’ is bijna halfweg. Twee weekends zitten erop, nog drie te gaan. Ik had aangename gesprekken met bezoekers. ‘Zijn dat foto’s?’ is een af en toe gestelde vraag. Maar de originaliteit van mijn werk wordt geprezen, dat mag ik zonder schroom zeggen. De commentaren zijn heel positief.

Het is schilderen met het fototoestel (en met de nabewerkingstechnieken) wat ik doe, ik kan het eigenlijk niet beter omschrijven. Paintography zou ik het willen noemen, maar die term bestaat al, al betekent het iets helemaal anders.

Bezoekers wijzen vaak spontaan hun lievelingsfoto’s aan. Dat mag, daar ben ik zeer blij om. Beach Cabins wordt heel dikwijls aangewezen. Het beeld is 90 op 60 cm groot. Mijn foto’s komen het best uit op groot formaat, vind ik zelf.

Fototentoonstelling Roeselare: K-Trolle

Dat mijn eerste grote expositie doorgaat in K-Trolle te Roeselare mag geen verrassing heten. Ik stond er al een aantal keer op het podium tijdens poëzieavonden ingericht door Obsidiaan. Noem K-Trolle geen kroeg, het is een cultuurcafé, de uitvalsbasis van een vzw die tal van activiteiten inricht. Neen, noem K-Trolle geen kroeg, kroeg doet denken aan lallende tooghangers en een vloer die plakt van het bier, en dat is K-Trolle helemaal niet. Je treft er een divers publiek aan.

De ruimte is bijzonder smaakvol ingericht. K-Trolle is een feest voor de ogen. Wat ik persoonlijk ook fijn vind, is dat K-Trolle groot genoeg is om er rustig plaats te nemen, zonder dat andere bezoekers in je rug beuken of in je nek ademen. Op frisse avonden brandt er een weldadig haardvuur. Behalve de uitgebreide drankenkaart is er ook een kleine menukaart.

Wie de website van K-Trolle bezoekt, komt op de homepagina terecht en ziet daar een kerel ietwat dromerig en somber de lens in kijken. Dat is Jurgen, de patron. Schrik niet als u tijdens uw bezoek aan K-Trolle wordt aangesproken door een goedlachse, kortgeknipte, baard- en snorloze, aardige vent met een twinkel in zijn ogen. U zult hem niet herkennen, maar het is dezelfde Jurgen. Hij en zijn team zullen u met alle egards ontvangen.

En in de bovenzaal hangen mijn foto’s.

Voor wie van ver komt, K-Trolle en mijn tentoonstelling zijn perfect te combineren met een bezoek aan het vernieuwde wielermuseum KOERS of een verkwikkende wandeling in het Provinciedomein Sterrebos met zijn prachtig kasteel. Wie graag shopt kan terecht in de nabijgelegen winkelstraten.

Hoorne in Berkenboom

Kijk, daar doe je het voor, als dichter. Dat een van jouw gedichten wordt gebracht in de klas. Dat je daar dankzij toffe leerlingen en een begeesterende leerkracht bij betrokken wordt.

Bedankt, Berkenboom, en tot de volgende! En dank ook aan mijn collega Michiel, oud-leerling van Berkenboom, die mij wees op dit Facebook-bericht.

(20+) Berkenboom Humaniora – Posts | Facebook

Dode fietser, het had niet gehoeven

De ex-profwielrenner Chris Anker Sørensen is verongelukt op onderstaande oversteekplaats voor fietsers. Het mag niet verbazen dat de man dacht hier voorrang te hebben. De oversteekplaats is afgeboord met grote witte vierkanten aanduidingen op het wegdek, die uitnodigen om door te rijden. Het blauwe bord aan de overkant van de straat versterkt die uitnodiging.

Helaas zijn het de piepkleine, al ietwat afgesleten driehoekjes die de fietser die voorrang ontnemen. Waarom niet overal op dit soort plekken de fietsers voorrang geven? Dan nog zal het voor fietsers uitkijken geblazen zijn. Maar dan leefde Chris Anker Sørensen nu nog.

Thank God It’s (Black) Friday (7)

Nog zo’n icoon van de jaren ’80. Hij treedt nog altijd op en zijn stem heeft niks aan kracht ingeboet. Daar zijn elders op YouTube bewijzen van te vinden. Wat kan ik hier nog meer over zeggen? Strakke, degelijke songs. Als je de mensheid zou opdelen in twee groepen, zij die Billy Ocean kennen en zij die Billy Ocean niet kennen, dan zou ik het liefst tot de eerste groep behoren. Heb ik even geluk dat dit ook zo is, dat ik tot die groep mag behoren. Dat is waarschijnlijk de groep die gemiddeld het vroegst zal sterven, maar oké, dat is dan maar zo, een mens kan niet alles hebben.

Ook onderstaand nummer kan ik u echt niet onthouden. Het is te horen in de film The Jewel Of The Nile met in de hoofdrollen Michael Douglas, Kathleen Turner en Danny DeVito. En kijk eens wie er in smetteloze witte pakjes de backing vocals verzorgen. Dit is zo amusant. Kijk naar dat gezicht van Kathleen Turner. Die beleeft de dag van haar leven. En Danny DeVito met die saxofoon die haast even groot is als hemzelf. Overigens is The Jewel Of The Nile niet zo’n goeie film, minder goed dan Romancing The Stone waar het een vervolg op was.

Thank God It’s (Black) Friday (6)

De broeken (fout, een legging is geen broek, zegt Jani), de choreografie, het imago… dit zou grappig zijn indien het niet zo tragisch zou wezen. Wie kent niet het verhaal van Milli Vanilli? Of beter, wie kent het wel nog na al die jaren? Zoek het op. Of zoek het niet op als het u geen bal interesseert. Deze kerels waren heel even heel groot en dan stuikte alles ineen en ging er een van de twee dood. Voor wat eigenlijk? Voor iets wat vandaag schering en inslag is in de muziekbusiness.

Wat me ook opviel bij het na zoveel jaar opnieuw bekijken van deze clip is dat ik hier anno nu gendergerelateerde gedachten bij krijg. Ik vraag me zonder het te willen en zonder het te willen weten af of Fab en Rob hetero, homo of nog iets anders waren. Toen het nummer in 1988 uitkwam, stelde niemand zich die vraag. Of hoe we, murw gemept door genderpraat, niet meer kunnen kijken naar beelden zonder daar irrelevante gedachten bij te hebben.

Onderstaande is niet de grootste hit van Milli Vanilli, dat was het prachtige ‘Girl I’m Gonna Miss You’ of het al even prachtige ‘Blame It On The Rain’, maar ‘Baby Don’t Forget My Number’ heeft een lekkere schwung, vandaar is dit mijn lievelingsnummer. Een lied om welgemutst de dag mee in te stappen.

Milli Vanilli is een schitterende naam voor een band. De man achter Milli Vanilli was trouwens Frank Farian, de Duitse wonderknaap die ook tekende voor Boney M., ook een goede naam.

ABBA 2021 (2)

Vanaf mei volgend jaar kun je naar ABBA gaan kijken in Londen, in een speciaal daarvoor gebouwde arena. Wat je zal zien zijn digitale avatars van de vier ABBA-leden. Hologrammen. Illusies. Projecties van hoe ze er in de jaren ’70 uitzagen. Een technologische verjongingskuur. Je zal dus kijken naar Agnetha zoals ze eruitzag in de jaren ’70, terwijl de inmiddels om en bij de 70-jarige Agnetha op hetzelfde moment misschien haar strijk aan het doen is ergens in Stockholm. Hoe verfijnd de techniek ook is, het zag er op de beelden in het journaal een beetje creepy uit. Robotachtig. Volgens mij is het met hologrammen niet mogelijk om echt vloeiende bewegingen of gelaatsemoties te tonen. Wie een halve eeuw geleden verliefd was op de meisjes, zal allicht ontgoocheld zijn over de Scandinavische koelheid waarmee ze ‘op het podium staan’.

Het wordt een groot succes. Van over de hele wereld zal men op het event afkomen. Slecht voor het milieu. Australiërs bij de vleet, want ABBA was megagroot in Australië, zo groot dat daar, tijdens die beruchte Australische tournee, het begin van het einde destijds werd ingezet. Te druk en te claustrofobisch voor mensen die het kalme, lieflijke Zweden gewend waren. Dat ze zich bij deze comeback laten vertegenwoordigen door illusies mag eigenlijk niet verbazen.

Je moet bij een dergelijk spektakel voor even vergeten dat het niet echt is en jezelf wijsmaken dat daar de levende ABBA staat. Net zoals mensen dat doen die naar een ABBA-tribute band gaan kijken, ABBA Gold Europe bijvoorbeeld, waarop het gedicht dat ik in een vorig bericht plaatste gebaseerd is. ABBA Gold Europe was ooit te gast in het plaatselijke cultuurcentrum. Van op een van de laatste rijen in de zaal en met mijn niet meer zo jonge ogen wilde ik graag geloven dat daar de echte ABBA stond. Ze leken helemaal niet op de echte ABBA, zag ik later op hun website, maar ze waren wel van vlees en bloed, ze bewogen en spraken tussen de liedjes door het publiek toe, op het moment zelf.

De techniek om anno nu je muzikale helden terug te zien en te horen zoals ze een halve eeuw geleden klonken en oogden bestaat eigenlijk al. Het heet YouTube.

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve (1)

Philip Hoorne Schrijft… nu ook beroepshalve. Sinds 1 april van dit jaar ben ik redacteur bij CM-Vlaanderen. Dit betekent dat ik onder andere artikels schrijf voor Leef, het gezondheidsmagazine van CM, en voor Visie.

Misschien is het interessant om mijn artikels hier ook te delen. Het zou fijn zijn indien u die verder verspreidt naar belangstellenden.

Mijn eerste artikel verscheen in Visie van 20 mei 2021 en ging over de terugbetaling van brilglazen.

Dit technisch artikel sloot aan bij wat ik voordien deed. Ik werkte 35 jaar op de dienst Gezondheidszorg van CM-Kortrijk, later CM-Zuid-West-Vlaanderen, waarvan ongeveer 27 jaar als teamverantwoordelijke. Ik heb daar op dit weblog of in bio’s nooit iets over vermeld. Mijn werk en mijn schrijverij waren aparte werelden zonder raakvlakken.

Een reorganisatie binnen het bedrijf pakte voor mij goed uit. Ik kan doen wat ik graag doe en waar ik goed in ben.

In Visie van 1 juli 2021 verscheen een artikel over de Community Health Workers.

In Leef 6 van juni 2021 en op de Leef-website verscheen ‘Nietsdoen is niet niks’.

Op de Leef-website werd gisteren het artikel ‘Waarom we een zwak hebben voor de underdog … en soms niet’ geplaatst.

In Leef staan ook korte berichten die ik schreef, maar waarbij de auteursnaam niet wordt vermeld.

Ik werk nu aan stukken over de helende kracht van (huis)dieren, over de effecten van geluidsoverlast op de gezondheid en plan een artikel over het aanbod van de Goed Thuiszorgwinkels.

In Leef 8 (oktober) én op de website komt er een artikel over vrijwilligers.

Lezers van dit weblog mogen mij altijd onderwerpen tippen.

Thank God It’s (Black) Friday (5)

Even het begrip ‘zwarte muziek’ een beetje uitrekken, want onderstaand nummer valt er niet echt onder. Phats & Small oftewel de dikke en de dunne is eigenlijk een blank duo. De zwarte man in de clip is een gelegenheidszanger.

Aan de hogeschool kreeg ik les van priester-leraar-dichter Roger Verkarre. Op een dag had hij een plaatje mee, een singletje, en daar zal ook wel een draagbare platenspeler bij geweest zijn, want hij legde dat plaatje op aan het begin van de les. Het was ‘Love Of The Common People’ van Paul Young. Hij liet het aan de klas horen. Een ode aan de gewone man was het en die ode wilde hij beamen, dat er niks gaat boven de gewone man en vrouw in de straat. De meesten in de klas kenden het lied wel, maar niemand die dat opwierp, niemand wilde ’s mans pret bederven.

De gewone man, wie is dat eigenlijk? Ga met een groot vangnet naar een stadscentrum, een schoolfeest of een treinstation, vat honderd willekeurige lieden bij de lurven, gooi er de twintig vreemdste vogels, de extremen, uit en met wat je overhoudt kun je de gemiddelde gewone man of vrouw in elkaar puzzelen. Zoiets.

Waar wil ik naartoe? In de tweede helft van de clip van ‘Turn Around’ zie je een aantal mensen dansen in een platenwinkel, tussen de rekken met LP’s. Gewone mensen, niet opgetut, niet uitgedost, geen Fred Astaire’s of Ginger Rogers’, gewoon maar doodgewone mensen die zich op een kleine, fijne manier uitleven op het nummer. Geen excentrieke aandachtstrekkers, geen Tomorrowland-toestanden, geen opgefokt gedoe, geen gegil of gejuich of gespring, alleen maar mensen zoals u en ik die voor de tijd dat het duurt de tijd van hun leven hebben. Natuurlijk is dit geregisseerd, maar dat beeld van die mensen die toevallig op hetzelfde moment op dezelfde plaats lijken te zijn en beginnen te dansen op ‘Turn Around’ staat op mijn netvlies gebrand. Het verpersoonlijkt voor mij een soort van naturelle onbekommerdheid die in de loop van het nieuwe millennium is zoekgeraakt.

Bewondering

Geef het maar toe, het interesseert u geen hol. U weet dat de nationale zenders nu ook omkaderingsprogramma’s geven, dat moet, in het kader van het gelijkheidsbeginsel of zo, maar ook die interesseren u geen hol. U hoort in het journaal dat we de voorbij nacht alweer elvendertig medailles hebben behaald, maar ook dat, ja, zegt u het maar, interesseert u geen hol. Korte samenvattingen flitsen voorbij en het eerste wat u doet is turen waar de handicap zit. Mogen we dat nog zeggen, handicap, of is dat voortaan alleen nog een term uit de golfsport? Het stoort u als u niet meteen de handicap ziet. Die landgenoot die goud behaalde in het tafeltennis, wat mankeert die? En die amazone die goud na goud pakt, waarom doet zij niet mee aan de gewone Spelen? Men zou dat wel even kunnen meegeven in zo’n kort nieuwsverslag, maar allicht zijn de redacties daar te beschroomd voor. Het zijn paralympiërs, aanvaard dat gewoon, punt.

Ik heb een immense, buitenmaatse, hemelhoge bewondering voor paralympische atleten.

Hoorne in Zomergasten (2) – De commentaren

Na mijn gefingeerd optreden in Zomergasten regende het commentaren op de sociale media als daar zijn Faecesboek, Twittercafé en Instegrèèèèm. Zei ik ‘na’? ‘Tijdens’ moet dat zijn natuurlijk. Mensen kijken niet meer aandachtig tv, maar zitten met de smartphone in de aanslag commentaar te geven op wat ze maar half gezien of gehoord hebben. Zelf heb ik de aflevering niet bekeken. Ik houd nu eenmaal niet van mijn beeltenis op film of op foto en evenmin van mijn stemgeluid. Ik zou ook te veel tobben over had ik sommige dingen beter niet gezegd en andere dan weer wel. Een greep uit de commentaren:

“Move over, Janine, je zit op mijn stoel! Hoorne is van mij, takkewijf.”

“Komt dat zien: vette Vlaamse potvis aangespoeld bij de VPRO!”

“Philip wie?”

“Pet Shop Boys, really?”

“Eindelijk iemand die de dingen durft te zeggen zoals ze zijn.”

“Waar kan ik zo’n knuffelbeer bestellen?”

“Hoorne nam het woord ‘woke’ bij het nekvel en veegde er zijn reet mee af. Love you, man!”

“Beste zomergast van dit seizoen!”

“Na een kwartier weggezapt… ik krijg dit kwartier van mijn leven nooit meer terug.”

“Gewoon ziekelijk, die grap over Disneyland Middle East.”

“Arrogante zak! Boerenlul! Varken! Sodemieter op!”

“Zat Kanye nog maniok te stampen in Ouagadougou in plaats van met zijn blingbling te rammelen in LA. Vergeef mij, Heer, ik heb gelachen om een heel foute grap over het kolonialisme.”

“Heerlijk om dankzij de gast de Belgische comedian Gunther Lamoot te leren kennen.”

“Hoorne, de sleutelbewaarder van Fort Europa?”

“Het is gemakkelijk om tegen bedrijfswagens te zijn als je zelf per jaar amper 1.000 kilometer rijdt.”

“Baby’s die vandaag geboren worden, zullen opgroeien in de hel op aarde? Ik houd een slag om de arm.”

“‘Erkennen begint bij herkennen’, wat een mooie uitspraak was dat van Hoorne. Ik frees die in een metalen plaat en hang ze op boven mijn bureau.”

“Omdat Hoorne’s ego er niet in paste, werd er voor deze laatste aflevering uitgeweken naar een grotere studio.”

“Is dit nu een altruïst, een fascist, een conservatist, een ideologist, een nihilist, een communist, een ecologist, een anarchist, een humanist of een raren tist?”

“Geen speld tussen te krijgen.”

“Haalt zichzelf voortdurend onderuit. Teert op relativisme en zelfspot. Makkelijk zat.”

“Zopas mijn lidmaatschap bij de VPRO opgezegd.”

“De Berlijnse Muur en het IJzeren Gordijn worden iets oostelijker opnieuw opgetrokken. Hadden we meteen alles kunnen laten zoals het was. Wat een verkwisting van bouwmaterialen.”

“We moeten inderdaad allemaal een beetje meer grijs worden in plaats van zwart of wit.”

“Reactionaire groene jongen zingt De Internationale in lederhosen?”

“De hele avond als betoverd zitten toekijken naar deze laatste gast van het seizoen. Ik had al drie keer mijn slipje uitgewrongen en toen moest het eerste fragment nog worden aangekondigd.”

“Ik had het gevoel te kijken naar iemand die om de haverklap een ander masker op zet.”

“Het absolute dieptepunt van meer dan 60 jaar Nederlandse televisie.”

Thank God It’s (Black) Friday (5)

Vergeet de monsterhit ‘Pump Up The Jam’ van Technotronic. De opvolger was stukken beter – en de echte zangeres kwam nu wel in beeld -, rolt als een oververhitte stoomtrein, maar brak minder potten.

Hoeveel zou men betaald hebben voor de samples? Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk, samples kopen van iemand anders? “Allo, is ’t met mijnheer James Brown? ’t Is hier met Technotronic hé, ge weet wel, van ‘Pomp Op De Confituur’. Awel, ’t is om te vragen of wij gene sampel van u mogen gebruiken voor ons tweede lieke ‘Stoa Rechte (Veur Dat De Nacht Gedoan Is’? Hoevele moe da kostn? ’t Is nu nie omda wulder ne weireldhit geskoord în met ‘Pomp Op De Confituur’ da ge moet overdraaven hé, menier Brown? Wil je der ne kjir over peizen? Allez, menier Brown, tot binnenkort hé.” Zou dat gesprek zo gegaan zijn? Want Technotronic, daar zaten toch Belgen achter?

Hoorne in Zomergasten (1) – Het gemijmer

Ik heb deze zomer geen enkele Zomergasten, het befaamde praatprogramma op de Nederlandse tv, gezien. Als ik de gast niet ken, en dat was voor alle gasten het geval behalve voor Hans Klok, dan kan ik mij moeilijk motiveren om daar zo lang naar te kijken. Terwijl het natuurlijk net omgekeerd zou moeten zijn, dat ik iets of iemand wil leren kennen die ik voorheen niet kende. Dat is bizar en eigenlijk ook niet, dat mensen teruggrijpen naar wat ze kennen. Concertgangers willen dat de artiest of de band de hits speelt die ze al kennen. Op zich is dat een tikkeltje vreemd, wat je kent hoef je toch niet nog eens en nog eens te horen. Daartegenover staat dat de meeste mensen het niet kunnen opbrengen om een film twee of meerdere keren te zien, dat dan weer wel.

Welke fragmenten zou ik kiezen indien ik een Zomergasten-aflevering zou mogen vullen?

De gasten zijn meestal experts in een bepaald vakgebied. Ze kiezen fragmenten die dit benadrukken en ook de film die ze mogen kiezen, en die na het gesprek wordt getoond, sluit daar veelal bij aan.

Ik ben expert in niets, ken van alles een beetje. Misschien verwacht men dat ik iets kies wat met poëzie, fotografie of – beroepshalve dan – sociale zekerheid te maken heeft. Daar gaat mijn voorkeur niet naar uit. Heel waarschijnlijk zou ik kiezen voor minstens één fragment met humor, minstens één met muziek en minstens één filmfragment. Het zou een heel fijn tijdverdrijf zijn om van die drie onderwerpen lijstjes aan te leggen en dan na heel wat schrappen tot een keuze te komen.

Maar hoe link je dan die keuzes aan jezelf. In de Zomergasten met Hans Theeuwen enkele jaren geleden, werd een aantal fragmenten getoond die hij gekozen had, en toen de toenmalige moderator na het fragment even diep ademhaalde om lekker uitgebreid op een fragment in te gaan, zei Theeuwen iets in de trant van ‘mooi hé, leuk hé, wat moet ik daar nog meer over zeggen, je hebt het gezien, is dat niet voldoende?’

Neen, de moderator en bij uitbreiding de kijker thuis overtuigen leuk te vinden wat ik leuk vind, is niet voldoende. Er moet een breed maatschappelijke context zijn. Ik ben wel maatschappelijk betrokken, dat heb ik op dit weblog al vaak laten zien, maar moet ik daarmee per se op tv, daar heeft de NPO toch genoeg praatprogramma’s voor met echte experts.

Wis en zeker zou ik in mijn enthousiasme op een onbewaakt moment een foute grap vertellen. ‘Philip,’ zou Janine Abbring dan vragen, nadat we een dik kwartier over de vluchtelingenproblematiek hebben gepraat, ‘wat is dan voor jou de oplossing van het migratievraagstuk?’ En dan antwoord ik, weliswaar ongemeend, maar dat weet de kijker thuis niet: ‘Lekke bootjes?’ Zo gaat dat, met timide types als ik. Als die een grap maken, is het er dikwijls ver over, als een soort tegengewicht voor hun timiditeit. Een rel van formaat? Ik word geslacht op de sociale media? Neen, gelukkig, de eindredactie heeft de wansmakelijke grap, oef, weggeknipt.

In een volgende aflevering van Hoorne in Zomergasten trekken we naar het Twittercafé om eens te lezen wat de kijker zoal vond van mijn passage bij de VPRO. Maar eerst is er morgen terug een ‘Thank God It’s (Black) Friday’.

Snelheidsduivel verongelukt

Neen, zegt zijn familie, hij was geen snelheidsduivel. Hij had een afspraak en was gehaast. Hij was toch zo’n goed mens. Koekegoed. Werkte zeven dagen op zeven. Hij had die bolide gekocht om zichzelf te belonen voor zijn vele en harde werken. Als dat al niet meer mag.

Alsjeblieft, familie, bespaar mij uw gezwets. Ik kijk naar de foto van het hoopje schroot. Zeg het zoals het is: hij was een moordenaar op vier wielen. Jammer van dat meisje dat naast hem zat en nu voor haar leven vecht. Wat een geluk nog dat hij geen anderen heeft vermoord.

Ik kan hier zo kwaad om worden.

Er staat een groot dichter in Tirade

Ik sta in Tirade. Tirade nummer 436, jaargang 54, nr. 5 van december 2010. Jawel, 2010. Het gedicht heet ‘Cut’ en werd later opgenomen in, ik geloof, Het is fijn om van pluche te zijn uit 2012. Ik wist niets van deze publicatie af, merkte ze per toeval op, mailde naar de redactie met de vriendelijke vraag of ze mij het nummer wilden toesturen. Ik kreeg een heel aardige mail terug en hier zit ik nu met voor mijn neus Tirade, nummer 436, jaargang 54, nr. 5 van december 2010, een dik nummer met veel poëzie. Op pagina 101 staat ‘Cut’. Ik weet zelfs niet meer of ik dit gedicht heb ingestuurd. Ja, tuurlijk heb ik dit naar Tirade gestuurd, hoe komt het anders in nummer 436, jaargang 54, nr. 5 van december 2010? Wat ik wel weet is dat ik een aantal keer ben afgewezen door Tirade. Misschien hadden ze nog een paginaatje over en hebben ze ‘Cut’ opgevist. Onderaan de pagina staat een kort commentaar. Iemand heeft het dus niet alleen gelezen en geplaatst, maar er ook even over nagedacht. Hoeveel geluk kun je als dichter ervaren?

Ik werd enkele jaren geleden tijdens een literaire middag aan het publiek voorgesteld als een groot en belangrijk dichter. Het vervulde mij, toen ik van mijn stoel recht stond en me naar het podium begaf, met meer schaamte dan trots, temeer daar ik mij in mijn rug de banbliksems inbeeldde van dichters, die al hadden opgetreden of het nog moesten doen en die zich wel groot en belangrijk waanden. Ik stelde de microfoon af op mijn hoogte en zei dat de gastheer me te veel eer had toegezwaaid. Door te ontkennen wat de presentator had gezegd, maakte ik het alleen nog maar erger.

Er zijn dichters die jaren, decennia wachten om hun werk in een bundel onder te brengen. Iedereen vraagt altijd maar wanneer dat debuut er eindelijk komt. Een van die dichters was bijvoorbeeld Thomas M. Had al naam en faam, maar nog geen bundel. Iedereen zeurde aan zijn kop. Toen die eersteling er eindelijk lag, struinde iedereen door het hoopje papier en dacht bij zichzelf: is dat het dan, heb je daar een decennium op gekauwd? Wacht iemand jaren om een ei te leggen, werpt het publiek er snel een blik op om het dan nog sneller de rug toe te keren. Op naar het volgende ei van de dag.

Misschien zou ik mijn uitgever plezieren door een stevige, goede roman te schrijven. Ik heb er weinig zin in. Het zou iets moeten zijn dat niet eerder is gedaan, origineel, dat op zich vereist flink wat voorbereiding. Het schrijven en schrappen is veel werk. Om nog te zwijgen over het herschrijven. Ik ben immers verre van een natuurtalent. Er zijn veel romanschrijvers die ik bewonder. Lees ik Dimitri Verhulst, om maar meteen de grootste te noemen, dan kan ik alleen maar vaststellen dat zijn talent way out of my league is. En waarom zou ik iets gaan doen wat anderen zoveel beter doen? Aan de andere kant, als alle jongetjes die zich spiegelen aan Cristiano Ronaldo zo zouden denken, dan is er over enkele jaren geen voetbal meer.

Het gewroet vind ik nog niet eens zo erg. Ben ik immers geen harde werker? Maar dan belandt zo’n boekie in het beste geval in de boekhandel en op de boekenbeurs tussen allemaal andere boekies die alle om ter luidst roepen dat ze er zijn. Wat een zielig en blasé vertoon. Wilde je als schrijver eens een treurige namiddag beleven, maar dan echt heel treurig, dan moest je naar de Antwerpse Boekenbeurs. Die verhuist naar Kortrijk, las ik. Ik ga al jaren niet meer naar de Boekenbeurs, komt de Boekenbeurs nu wel naar mij toe zeker.

Thank God It’s (Black) Friday (4)

‘Tante Germaine, uw naamgenoot is op tv!’ zijn woorden die ik nooit in de mond heb genomen. Ik heb geen tante Germaine en mocht ik die al hebben gehad, dan zou ik haar er niet bij roepen om samen met mij naar muziekclips te kijken. Muziek beluisteren en bekijken is een persoonlijke ervaring, iets wat je individueel beleeft. Oprotten dus, tante Germaine, sorteer uw steunkousen per kleur, spoel uw vals gebit af onder de kraan of vul nog een kruiswoordraadsel in, maar laat mij met rust, want ik hoor dit liedje graag.

Je zult mij wel grapjes horen maken over mijn fictieve tante Germaine, maar niet over Jermaine Stewart, de man die zingt dat je je kleren niet hoeft uit te trekken om een fijne tijd te beleven… om vervolgens te sterven aan aids.

Dit is weer zo’n wereldhit waar de klasse vanaf druipt. Telkens is dit hoor, geraak ik gefascineerd door die stem. Klinkt die niet ietwat te hoog, te schel? Er zit iets androgyn in dit lied en dat is een pluspunt. Dit kon niet gezongen worden door een macho met een diepe basstem. Dit kon alleen gezongen worden door de man die het zong. ‘Die gast is al bijna een kwarteeuw dood, kun je dat geloven, tante Germaine?’ Ze antwoordt niet, of toch. ‘Lengtemaat met twee letters?’

De wijsheid van professor Holslag

Als Jonathan Holslag spreekt, kun je maar beter luisteren. De professor Internationale Politiek weet steeds weer een heldere analyse te maken van wat zich op het wereldtoneel afspeelt. Te gast in De Afspraak, als columnist voor Knack of in dit uitgebreid (helaas enkel voor abonnees) artikel op HLN, altijd is zijn commentaar raak, zonder dat hij zich daarvoor bedient van holle gemeenplaatsen of oneliners om te scoren.

Het verheugt me dat commentatoren heel vaak een goed zicht hebben op problematieken en daar ook een oplossing of een aanzet voor een oplossing voor in huis hebben. Steek zo’n mensen in een politieke partij en ze worden gemuilkorfd door de partijdiscipline. Moeten ze ineens gaan nadenken wat ze wel en niet mogen zeggen. Liggen ze onder het vergrootglas van de Wetstraat-journalisten, die niet vies zijn van een relletje tussen politici van verschillende partijen, of betere nog, ambras binnen een en dezelfde partij.

De beste stuurlui staan aan wal, wordt wel eens schamper gesteld. Misschien moeten de schippers toch af en toe eens aanmeren om aan de lieden op de kade te vragen welke richting het uit moet, zonder zich daar gekwetst bij te voelen. Zelfs wie nog nooit aan een roer heeft gestaan, kan weten wat de perfecte vaarroute is.

Nog maritieme beeldspraak? Neen. Professor Holslag dus. Onthoud die naam, mocht je hem nog niet kennen. Spits je oren en bol je ogen als je hem ergens ontwaart.

Beschavingen… ’t is overal iets

Heftig wat er in Kaboel gebeurt. Mensen die op de vleugel van een vliegtuig kruipen, niet een sportvliegerke maar een grote stalen vogel, om het land uit te geraken. Ik dacht dat het alleen in animatiefilmpjes en stripverhalen mogelijk was. En Buster Keaton, heeft die dat ook niet eens gedaan? Of was het Harold Lloyd? Neen, dit is niet grappig.

Wie op de romp van een vliegtuig kruipt dat zo meteen zal opstijgen, of op de vleugel, heeft ofwel nog nooit een vliegtuig van dichtbij of veraf gezien, of is heel erg wanhopig. Er zijn zeker twee mensen van hoog in de lucht naar beneden gevallen. Wat dachten die op het moment dat ze beseften dat ze zouden vallen?

9/11, mensen die uit de Twin Towers sprongen, omdat ze moesten kiezen tussen verzwolgen worden door het vuur of door het raam springen. Ik heb zo’n immens erge hoogtevrees dat elke keer ik daaraan denk mijn handen klam worden en ik een scheut krijg in mijn hartstreek.

Beschavingen, of het gebrek eraan, het is me wat.

Om dit bericht toch nog op een vrolijke noot te laten eindigen zal ik de Maya’s een beetje bashen.

Enkele maanden geleden zag ik een documentaire over de Maya’s. Wij prijzen de Maya’s, ze waren redelijk snugger, zo wordt gezegd, met hun kalender en zo. Maar als de maan een beetje flauwtjes scheen of er dreef een bepaald soort wolk voor de zon of het donderde in de verte, dan klommen ze zo’n immens grote LEGO-piramide op om wat kindertjes te offeren.

Ach, sodemieter toch op met die Maya’s en hun achterlijke gebruiken. Hoogwaardige beschaving, mijn gat. Een volk dat mensen offert noem ik geen hoogwaardige beschaving. En de mannen doorboorden bij wijze van ritueel hun penis met roggestekels. Don’t try this at home.