Gedicht – Tomatensap

Elke dichter heeft in een al dan niet digitale lade gedichten liggen waarvan hij weet dat die een papieren publicatie onwaardig zijn. Omdat het gedicht niet goed genoeg is of omdat het niet past bij andere gedichten of omdat het een op zichzelf staand gelegenheidsgedicht is. Het gedicht hieronder is zo’n gedicht. tomsa

Het refereert aan de tijd dat ik literatuurrecensies schreef voor het weekblad Knack. Een keer heb ik de kantoren van Knack in Evere bezocht. Dat was ter gelegenheid van een (nieuwjaars?)drink. Aansluitend troonde hoofdredacteur Karl van den Broeck de betrokken freelancers en vaste redacteuren mee naar een redactievergadering in een café in Haren, tijdens dewelke stukken voor de boekenpagina’s werden overwogen, gepland en verdeeld onder de scribenten.

Soms zijn het de meest banale dingen die in het geheugen blijven haken. De drank werd opgenomen en ik herinner mij dat Karl een tomatensap bestelde. Dat iemand op café een tomatensap bestelt, da’s schrikken, ik overdrijf. De cafébaas, pen en bierkaartje in de hand, neemt de bestelling op. Pintje, pintje, witte wijn, cola, pintje, pintje en dan spreekt daar ineens iemand het woord ‘tomatensap’ uit. Ik meen mij ook te herinneren dat Karl, op het moment dat hij zijn drankje moest noemen, druk bezig was met papieren allerhande, in gesprek was, of beide, waardoor dat ‘tomatensap’ bijzonder achteloos klonk. Het is die achteloosheid die ervoor zorgde dat dit voorval mij is bijgebleven. Mocht Karl gezegd hebben: ‘Ik ga eens zot doen, geef mij maar een tomatensap,’ dan had dit tafereel zijn historische waarde stante pede verloren. Karl deed niet zot, dat lag niet in zijn aard. Karl heeft thuis in zijn kelder een niet te overschouwen vlakte aan brikken of flessen tomatensap staan.

Waarom is dit geen goed gedicht? De titel is te impulsief gekozen. De eerste en tweede strofe kunnen er nog mee door. Dat van die indianen klopt. Karl van den Broeck begon later de nieuwswebsite Apache. De regel ‘ik was daar voor een planning literatuur‘ is niet sterk, maar toch ook weer wel. Hoe planning literatuur? Wat planning literatuur? Voorts, de suggestie dat iemand die geen journalist is zich journalist waant tot op het moment dat iemand een tomatensapje vraagt, is in wezen niet logisch. Waarom zou iemand die zich door de omstandigheden even journalist waant, zich uit het lood laten slaan door een sapje. Of wordt hier geïnsinueerd dat journalisten alcoholici zijn, dat de ik-persoon, zelf een behoorlijke drinker, wat eveneens een insinuatie is, met dat idee naar Haren afzakte en door het tomatensapje uit zijn journalistenlood werd geslagen?

Met het sap werd een specerij geleverd die ik / nog altijd niet kan plaatsen.‘ We hebben Google! Zoek het op, man, wat tomatensapslurpers zoal in hun glas of tas kieperen! ‘Tot zover mijn wedervaren in een bruine kroeg in Haren‘, is enerzijds grappig omdat de ik-persoon niets anders belangwekkend genoeg acht om te melden. Maar aan de andere kant sterft het gedicht hier een weinig opwindende dood. En dat is een euvel waar veel gedichten mee kampen, dat je na het lezen ervan denkt: ja? en? was dit het?

Het gedicht ‘Tomatensap’ is niet goed, maar ook niet barslecht. De klankkleur met de a- en aa-klanken, respectievelijk 27 en 16 in aantal, als ik goed heb geteld, mag er zijn. Ik houd van gedichten met één of twee overheersende klanken.

Ik ben niet tuk op gelegenheidsgedichten en zeker niet als een dichter ze massaal in een bundel opneemt. Het heeft iets hautain, gedichten aan anderen opdragen. Kijk eens hoeveel vriendjes ik heb! Artistieke vriendjes natuurlijk. Ook voor de ontvanger van het gedicht moet het niet altijd een pretje zijn. Ik kan me niet voorstellen dat Karl van den Broeck zich bijzonder vereerd zou voelen als hij leest dat ik hem vooral associeer met een glas tomatensap. 

Overigens is tomatensap vies. Ik heb het ooit uitgeprobeerd, maar dan zonder die specerij, die ik dus nog moet googelen. Hoewel ik graag tomaten lust, kreeg ik het sap niet door mijn strot geperst.

Het leven en hoe het te overleven (17)

Ik reken me al rijk. Tot eind deze maand heb ik, met het oog op de nieuwjaarsspeeches die bedrijfsleiders, CEO’s en andere directeuren en directrices overal te lande geven, een patent verworven op de woorden ‘uitdagingen’, ‘een bijzonder jaar’ en ‘decennium’.

Iedereen die ooit school heeft gelopen weet dat het nieuwe decennium pas volgend jaar start. Desalniettemin heeft op de een of andere website een trien beweerd dat het niet zoveel uitmaakt of je van mening bent of het decennium dit jaar of volgend jaar aanvangt. Ze had eveneens een boodschap voor de eersteklassertjes: als som van 2 + 2 worden voortaan ook de antwoorden 3 en 5 goed gerekend.

Ook met leeggoed kun je dezer dagen rijk worden: Iran biedt 80 miljoen dollar voor het hoofd van Donald Trump.

Wordt Trump straks herkozen? Een volk krijgt de leiders dat het verdient.

Komt er nog een federale regering vóór een meteoor de aarde raakt? Ik zou er mijn hand niet voor in de vuurbol steken.

Is de wereld om zeep? Ik houd nog een slag om de arm. Zolang er vogeltjes zijn, is er hoop.

Heb je ooit al vogeltjes gefilmd, Hoorne? Is de paus katholiek? Meer filmpjes van onze gevederde vriendjes op mijn Youtube-kanaal.

Ben jij een dierenliefhebber? Wie dieren pijn doet, verdient het om met zijn hoofd in een strop aan de hoogste boom te bungelen. Vraag is natuurlijk wat we verstaan onder dieren. Als we muggen, vliegen en zilvervisjes meetellen, dan heb ik zopas mezelf ter dood veroordeeld.

De meest mythische dieren zijn 1) de kat 2) het beerdiertje en 3) het zilvervisje.

Beerdiertje? Ja, lach maar. Net zoals u en ik heeft hij zijn naam niet zelf gekozen, maar als alle leven op aarde zal zijn uitgeroeid, zullen er nog beerdiertjes zijn. Beerdiertjes zien eruit alsof ze met 3D-technologie zijn ontwikkeld. Die snoet, da’s toch een soort van stopcontact.

R-1869026-1248983371.jpegIk heb niks met Simply Red. En dat is gelogen, zoals zal blijken verderop in deze alinea. De kwestie is: Simply Red is eigenlijk een band, maar als je googelt naar afbeeldingen, dan zie je bijna altijd alleen maar die pedante kop van Mick Hucknall. Soit, hoe het ook zit met die al dan niet band, Simply Red heeft minstens twee grandioze songs op de mensheid losgelaten: Something Got Me Started en vooral New Flame.  Dat ‘Red’ in de groepsnaam is deels geïnspireerd door de kleur van Manchester United, Hucknall’s favoriete voetbalclub. Lang lang geleden, toen de dieren nog over een klein beetje spraakvermogen beschikten, was Man. Utd. een club die mijn sympathie wegdroeg. Dat was de tijd van Gordon Hill en Steve Copell en later ook Bryan Robson, toen voetbal nog niet vergeven was van het grote geld. Overigens zal Manchester United in de volgende ronde van de Europa League door Club Brugge met haar en huid worden opgevreten. Houd je zakdoek al maar klaar, Mick.

Het leven hoe het te overleven (16)

Ik neus wat rond in WordPress-blogs en stuit op dit weblog van iemand die zich net zoals ik grote zorgen maak over geluidsvervuiling en lawaaiterreur. Het bloggen van deze mij onbekende persoon is ruim zes jaar geleden opgehouden.

De Nederlanders zullen dit misschien moeilijk vatten, maar ik ben meer supporter van Mathieu Van der Poel dan van onze eigenste Remco Evenepoel.

Het is een regelrechte schande dat er met de overgang van oud naar nieuw terug dieren zijn gestorven door het vuurwerk. Voor wanneer een algemeen verbod?

51C3F4VUqyL__SX355_

Een van de meest miskende bands van de jaren ’80 is Classix Nouveaux. Ik weet niet meer hoe of wanneer hun debuut-LP Night People ooit op mijn platenspeler terechtkwam, maar ik werd van mijn sokken geblazen door deze gasten die behoorden tot de stroming die men de New Romantic noemde. New wave maar dan gespeeld door mannen die, vooraleer op te treden, een hele dag in de badkamer en dressing room doorbrachten, die aanzienlijk meer fond de teint, eyeliner en mascara gebruikten dan hun vriendinnen, en met hun bussen haarlak een immens gat in de ozonlaag spoten. Classix Nouveaux, ik vraag me af waarom deze gasten niet even beroemd zijn geworden als pakweg Duran Duran en Spandau Ballet, andere bands die hun carrière begonnen in de cosmeticapop.

Het wielercommentaar op de VRT is top en dat is niet in de eerste plaats te danken aan Michel Wuyts, Ruben Van Gucht en andere Renaat Schottes, maar wel aan de voortreffelijke en zeer deskundige co-commentatoren Paul Herygers (veld) en José De Cauwer (weg).

De ondersteuning voor Windows 7 stopt op 14 januari 2020. Reden genoeg om de afgelopen dagen over te schakelen op Windows 10. Meteen ook HDD laten vervangen door SDD en 4 GB RAM toegevoegd.

SDD? Even nakijken. Neen, moet zijn SSD.

RAM? Sorry, moet zijn OOI.

In 1979 bracht Gary Numan het nummer Metal uit dat begint als volgt: ‘We’re in the building / Where they make us grow / And I’m frightened by / The liquid engineers / Like you.’ Numan herschreef de tekst van dit nummer in 1981 en noemde het Moral met als openingszin: ‘These New Romantics are oh so boring / I could swear I’ve been there once or twice before.’

Niet OOI, toch RAM, mijn excuses.

Het leven en hoe het te overleven (15)

9200000085396279Ik schrijf heel vaak over muziek en beduidend minder over film. Ik ben nochtans een filmliefhebber, houd vooral van de betere Canvas-film. Veel Vlaamse films gezien ook. Meestal zijn die eerder middelmatig. Verhaal met weinig om het lijf ofwel wordt op het einde de toeschouwer nog op een uitgebreid moraliteitsbetoog getrakteerd. Een werkelijk prachtige Vlaamse film evenwel – niet zo recent meer, maar u weet inmiddels dat u voor recent niet bij mij moet zijn – is Vele hemels boven de zevende. De aftiteling liep al een hele poos en terwijl meestal zowat alle kijkers dan al de zaal uit zijn, bleef iedereen na Vele hemels boven de zevende in zijn stoel zitten. Gepakt, geëmotioneerd. De film is onlosmakelijk verbonden met dit al even prachtige nummer van Spinvis. Wat de clip bij het nummer betreft, jammer dat iemand zei: “Laten we het in de luchthaven opnemen”. Het dromerige nummer verliest daardoor ietwat aan poëtische kracht.

3ebee2_fe4759c1a9b94b689b217476c74cf6b0_mv2Ik schrijf heel vaak over muziek uit mijn jeugd, eigenlijk alleen maar over muziek uit mijn jeugd. Muziek was escapisme net zoals boeken. Er waren liedjes waar ik echt dol op was zonder dat ik goed wist waarom, maar zo gaat dat met muziek. All Around My Hat van Steeleye Span bijvoorbeeld vond ik mooi, terwijl ik helemaal niet van folkmuziek houd, maar er zat een zekere drive in dat nummer die, gecombineerd met de intonatie van de zang, mij geweldig bekoorde en nog altijd. Nog straffer vond ik, een echt kippenvelnummer, Wishful Thinking van China Crisis. Muzikale schoonheid pur sang. Ik gooi er nog eentje tegenaan, More Than This van Roxy Music. Iemand zei ooit in een interview dat hij tijdens het instrumentale deel vanaf minuut 2.52 dansende mensen zag, die als het ware over de dansvloer zweefden. Net wat ik ook zie. Misschien wel het beste nummer van Roxy Music. Of ga ik toch maar voor Sign Of The Times of Over You?

964In Het vlees is haar heb ik in het verhaal ‘De pijnlijke warmte van een Cor Ria Leeman’ verteld dat mijn ouderlijke huis zich schuin tegenover de openbare bibliotheek bevond. Wij woonden in de Hoogstraat nummer 31 en de bibliotheek was ondergebracht in een bijgebouw van de jongensschool, Hoogstraat nummer 10. Maximaal tien boeken mochten per bezoek ontleend worden. Er zijn perioden geweest tijdens mijn jeugd dat ik twee maal per week tien boeken ging halen. Daar zaten, gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen, ook dunne boekjes bij. Ik herinner mij een non-fictiereeks van dunne boekjes met een harde, kleurrijke kaft, die mij bij elk bibliotheekbezoek naar zich toe zoog. Op de linker pagina stond een kleurenplaatje, rechts de bijhorende tekst. Of omgekeerd, zo u verkiest. De onderwerpen waren zeer uiteenlopend: Alexander de Grote, Marco Polo, maar ook uitvindingen, landen, dieren enzovoort. Ik weet niet meer hoe die reeks heette en vind dat jammer. Als iemand mij aan de naam kan helpen, graag. We spreken dus over een reeks uit het begin van de jaren ’70.

Cadeau

Sokken. Gourmetstel. Parfum. Oortjes. Bongobon. Smartphonehoesje. Kookboek. Pyjama. Chocolade. Friteuse. Handtas. Kader. Halsketting. Bloemenabonnement. Ik weet niet wie u dit jaareinde weer een ongemeende dankuwel zal doen stamelen met uw foute cadeaus, maar waarom, waarom gooit u het dit jaar niet eens over een andere boeg, waarom zou u dit jaar niet eens tonen dat u meer cultuur in uw lijf heeft dan al uw disgenoten samen, waarom en laat mij toe even de schaamteloze toer op te gaan, waarom zou u niet eens een bundel van Philip Hoorne onder de kerstboom leggen? Na enige verbaasde blikken in uw richting, zullen die alras overgaan in beate bewondering waarna uw aanzien bij familie en vrienden tot in het zenit zal stijgen om daar voor eeuwig en altijd te blijven hangen. Ik ben rijkelijk laat met mijn advies, mijn excuses daarvoor, maar straks is het Nieuwjaar en ook in 2020 zal u nog wel iets te schenken hebben, mag ik hopen. Zo dus, wees voorbereid en kijk snel in de aanbiedingsfolder, voor iemand anders uw idee pikt. 

Het leven en hoe het te overleven (14)

Front_of_the_Class_posterKennen jullie Milli Vanilli en het tragische verhaal dat met dat cultduo verbonden is? Of anders misschien de film Front Of The Class over een leraar met Tourette? Dan kennen jullie vast dit popdingetje.

Over klas gesproken, het gaat mij zeer ter harte te vernemen dat het onderwijs in Vlaanderen, eens geroemd om zijn hoge kwaliteit, tegenwoordig in het slop zit. Vraag een jongere om de som te maken van 13, 9 en 26, en zonder rekenmachine zal je op die som mogen wachten tot het aardmagnetisch veld is omgekeerd. Vraag om een kort, sprankelend opstel te schrijven en reken maar dat het qua sprankeling zal onderdoen voor de Gouden Gids. Vraag om Ambiorix, Godfried van Bouillon, Margaretha van Oostenrijk en Koning Filip van België op een tijdslijn te plaatsen, en groot zal Mathildes verbazing zijn als blijkt dat ze ineens verondersteld wordt op te trekken met een kerel in maliënkolder of een besnorde reus met een helm met hoorntjes op zijn kop.

A bus or coach cartoon character mascotHet extra vroeg opstaan, het witte hemd en de lelijke das van de busbestuurder, de misselijkmakende geur van de zetelbekleding, de zweterige boterhammen met salami, de gedeukte metalen drinkfles met zo’n oranje rubberen dichting die je precies op de flesmond moest klikken om een natte rugzak te vermijden, het zigge zagge zigge zagge hey hey hey, de onbedoelde stompen van knieën in je zetelrug, het uurtje vrij rondlopen, de twee uur in het British Museum die je in de buurt van de ingang doorbracht omdat je bang was te verdwalen in een museum waarin je eigenlijk twee weken kunt rondlopen, het Montmartre in de regen, het als vee over straat tjokken er zorg voor dragend dat je naast iemand anders liep om niet zielig te lijken, de obligate zoektocht naar hoe je zo’n dag een rebels tintje kon geven, de rugzakken in en uit het bagagerek gooien, de ondraaglijke hitte, de muffe geur van jassen na een regenbui, de gids die onverstaanbaar is omdat je te ver van hem af staat en er voor jou enkele jongens aan het ginnegappen zijn waardoor je besluit ook geen moeite meer te doen, het wachten op ieder jaar dezelfde pummels die het afgesproken uur terug aan de bus aan hun laars lappen, het merci chauffeur, het veel te laat met pijnlijke voeten en stinkend uit alle poriën terug uit de bus geschud worden zes uur later dan het einde van een gewone schooldag… ik had een hekel aan schoolreizen en heb van al die uitstapjes ook niks opgestoken. Het enige wat ik me nog met de glimlach herinner is dat er in een Nederlands park (Beekse Bergen? Efteling?) in de grond verzonken trampolines stonden waarbij je je tijdens het springen Plastic Bertrand waande, die je hetzelfde had zien doen in het clipje van Ça plane pour moi, terwijl net op dat moment het nummer uit de luidsprekers knalde. Ça plane pour moi kwam uit in 1978, ik moet dus dertien geweest zijn toen ik op die trampoline stond. Ik leefde toen al in een wereld die ik het liefst van al zelf boetseerde. Al die grauwe, fantasieloze werkelijkheid die men mij in de strot wilde rammen, dat was niet mijn cup of tea.

Tijdens een van die schoolreizen, mijn laatste schoolreis in 1984 naar Londen, werden we verondersteld het toneelstuk A Streetcar Named Desire bij te wonen. In de plaats daarvan gingen Johan N. en ik naar een optreden van Joe Jackson in het Hammersmith Odeon. Johan was een grotere fan dan ik en zocht iemand om hem te vergezellen, zo was het. Volgens Jackson’s archief moet dat op 11 of 12 april 1984 zijn geweest, vind ik op het net terug, hij trad twee avonden na elkaar op in Hammersmith. We kochten kaartjes aan een kleurling die ze op straat aanbood. We kwamen te laat en misten de support act, dacht ik altijd, maar blijkbaar, lees ik nu, was er die avond geen voorprogramma. Ik herinner me niks van dat concert, behalve dat we ietwat rechts van het podium zaten – ik toch, want ineens schiet me te binnen dat Johan en ik geen plaatsen naast elkaar hadden -, rechts gezien vanuit het standpunt van het publiek, dat de stoeltjes en de beenruimte comfortabel waren en dat ik het prachtige duet met Elaine Caswell, Happy Ending, dus live heb gezien, en dat Elaine Caswell (wie was dat eigenlijk, die Elaine Caswell?) dezelfde jas en hetzelfde gekke mutsje droeg als in de videoclip.

Warmste week & Rouke van der Hoek

Verkoop van uitgeschreven boeken, dvd’s en cd’s in de bibliotheek van Wevelgem ten voordele van De Warmste Week. Gekocht: één boek van Maarten ’t Hart, één boek van Arnon Grunberg, één boek van Maarten Asscher, één boek van Tim Krabbé, één boek van Louis van Dievel en één boek van Remco Campert. Verder één cd van Sting & The Police en twee cd’s van Avril Lavigne. 3 euro die welbesteed zijn.

Maarten Asscher is de onbekende voor mij. Ik weet totaal niet wie dit is, heb de naam ooit wel eens ergens opgemerkt, las nog nooit een boek van hem, maar de flaptekst kon mij bekoren. Wie weet word ik fan.

1001004008567577Een nieuwe dichter of schrijver ontdekken die ik zeer de moeite vind, is altijd leuk. Ik heb ooit recensies geschreven voor Poëziekrant. Toenmalig directeur van het Poëziecentrum, Willy Tibergien, duwde ter bespreking een bundel van Rouke van der Hoek in mijn handen, Wolventeldag heette die. Zo leerde ik een dichter kennen wiens werk mij geweldig beviel. Op bol.com zijn er twee bundels van hem te vinden, voor weliswaar 20 euro ongeveer, wat meer is dan de 3 euro die ik betaalde voor negen boeken en cd’s, maar we gaan niet krenterig wezen toch?