Het leven en hoe het te overleven (30)

Corona heeft een pak nieuwe woorden en begrippen opgeleverd. Mijn favoriet is ‘het nieuwe normaal’. Nog beter klinkt het als het in een vraag wordt verwerkt: ‘Wordt dit voortaan het nieuwe normaal?’

Als je het lidwoord in ‘het nieuwe normaal’ vervangt door ‘de’ en ‘Normaal’ met een hoofdletter schrijft, dan komen we oerend hard in een andere semantische omgeving terecht. Ik ben nooit dol geweest op dat nummer van Normaal. Het beeld van ‘kijk eens wat voor rare kwieten wij zijn en we noemen ons, haha, Normaal’ beviel me niet erg. Middelmatig nummer, flauwe clip, doorzichtige gimmick.

Onlangs in Het uur van de wolf op de Nederlandse tv een documentaire over Suzi Quatro, het zusje van Suzi Uno, Suzi Due en Suzi Tre. Zou die wel de moeite van het kijken waard zijn, vroeg ik mij af. Wat valt er meer te zeggen over Suzi Quatro dan dat het een klein opdondertje was met een grote gitaar, dat in de tijd dat de dieren nog praatten als Brugman enige hitjes scoorde? Nou nou nou, had ik me daar even aan mispakt, waarvoor mijn excuses, Suzi, die ook echt Quatro heet. Dat van die zusjes is trouwens niet overdreven, want ze had een hele batterij grote zussen met wie ze optrad, tot op een dag kleine Suzi haar zussen ontgroeide en naar Engeland trok om het te maken wat haar, na eerst een beetje ongelukkig zijn en veel wenen, ook lukte. Dat Suzi haar eigen weg ging en wel succesvol werd, hebben die zussen nooit helemaal verteerd. Suzi Quatro had een tomeloze energie, twijfelde niet en deed wat ze wilde doen, was hét voorbeeld voor tal van rockvrouwen na haar, had ooit een rol in Happy Days wat ik totaal niet meer wist, heeft ook andere muzikale paden bewandeld zoals in musicals zingen en bracht vorig jaar haar nieuwe plaat uit.

Wat ik ook niet meer wist is dat Een vlucht regenwulpen van Maarten ’t Hart een ongemeen fantastisch boek is. Maar dan echt heel erg ongemeen fantastisch. Onlangs herlezen net als De kroongetuige en De droomkoningin. Eigenlijk zijn het drie fantastische werken, maKnipsel1ar Een vlucht regenwulpen is zo’n boek dat over alles gaat en ook nog eens hoogst voortreffelijk geschreven is, zoals we dat van ’t Hart gewend zijn. Als tiener ging ik ooit zitten om op tv de verfilming van het boek te zien en na luttele minuten heb ik de tv uitgezet. Ik werd kwaad van wat ik zag en als ik nu de synopsis lees van de film ben ik nog altijd kwaad. Het strookt niet met het boek. En trouwens, een Maarten ’t Hart-roman kun je niet verfilmen. Dat beelden meer zeggen dan woorden is een veelvuldig gedebiteerde uitspraak, maar als je een Maarten ’t Hart leest, dan weet je dat die uitdrukking je reinste onzin is.

Een van de mooiste, misschien wel de mooiste, muziekdocumentaire – ja, we gaan van de literatuur terug naar de muziek – die ik ooit heb gezien is Kom nader over Boudewijn de Groot. De tristesse die om die man hangt is immens. De scène waarin hij met zijn broer praat over hun kindertijd en de vele vragen waar ze nog mee worstelen en die nooit een antwoord zullen krijgen is onvergetelijk.

Ik kijk met argusogen naar wat zich aan de andere kant van de oceaan aan het afspelen is. Je kunt jezelf de president van de Verenigde Staten wanen en het ook echt zijn, maar er komt een dag dat je keihard in je eigen voet schiet. Het is niet oké dat relschoppers van de situatie misbruik maken, het is niet oké dat de pers vooral de gewelddadige betogingen in beeld brengt, het is niet oké alle politiemensen over dezelfde kam te scheren, maar het is zeker niet oké dat de leider van een land koppig weigert om de dingen te benoemen zoals ze zijn en in woord en gebaar de haat en de verdeeldheid nog verder laat escaleren. Wie olie op het vuur giet moet beseffen dat het zaakje vroeg of laat niet meer te blussen valt. Ik kijk naar die beelden met in geringe mate ook de ogen van de ramptoerist. Ik weet dat het verkeerd is, maar een deel van mij zou willen zien dat ze die hekkens rond het Witte Huis neerhalen, de enge man uit zijn tent halen en hem een pak welverdiende billenkoek geven. Maar liever zou ik willen dat er eindelijk eens enkele verstandige en verzoenende woorden uit dat anusmondje van hem komen.

Het leven en hoe het te overleven (29)

Ik heb te doen met de kinderen die vandaag geboren worden en die zullen leven tot diep na 2100. De technologische vooruitgang van de voorbije 40 jaar is enorm, maar waar heeft die ons gebracht? Waar zal die ons naartoe leiden? Als je ziet wat er de voorbije 40 jaar allemaal is veranderd, dat is toch niet te bevatten. In de hogeschool begin jaren ’80 kregen we één uurtje les in ‘informatica’. Het meest geavanceerde apparaat dat er in het klaslokaal stond was een overheadprojector. Het was ook het enige apparaat dat er stond. Voor wie niet weet wat een overheadprojector is, wel, je schreef met een stift op doorzichtige plastic vellen, legde die op een van onderuit verlichte glazen plaat, en het grote, plompe apparaat toonde wat er op dat vel stond op een rechtstaand wit bord dat achter de projector stond. Pure magie toen, een uitvinding van drie keer niks, lijkt het nu, systeem periscoop maar dan met licht of zo, heb ik dat goed? Het was ook de tijd van de typemachine. Toen ik mijn thesis tikte, op de typemachine, en ik tikte één letter fout, dan moest ik die hele pagina opnieuw tikken. Ik maakte die fout dus maar beter aan het begin van het blad en niet aan het eind. Ook al ben ik in de loop der jaren allergisch geworden voor allerlei geluiden, dat hameren van een typemachine was heerlijk om naar te luisteren. Hoe sneller je typte, hoe prachtiger het geluid, muziek haast. Elke machine had ook haar eigen timbre. Je had van die lichte typemachines die een beetje ratelden, terwijl een zwaar toestel stoerder en standvastiger klonk.

Django Unchained (8,4 op IMDB en 2 Oscars gewonnen) is niet zo’n goeie film, merkte ik toen ik hem voor de tweede keer zag. In mijn herinnering was de scène in Candyland heel sterk en intens, maar dat bleek niet zo te zijn. Toen Quentin Tarantino Django Unchained maakte, was zijn reputatie al gevestigd. Toen hij Jackie Brown maakte nog niet. Jackie Brown (7,5 op IMDB en 1 Oscar-nominatie) is een minder gekende, maar betere Tarantino. Misschien zal ik dat niet vinden als ik hem nog eens zie, maar ik ben haast zeker van wel.

In het eerste middelbaar behaalde ik een grote onderscheiding voor Nederlands typen en een grootste onderscheiding voor Frans typen. Blind typen welteverstaan, in het Nederlands toch. Van dat Frans typen ben ik niet zeker of het blind was, met die accentjes en zo, daarvoor mochten we waarschijnlijk naar onze toetsen kijken, kan bijna niet anders. Dat blind typen ging zo: je klemde een blanco blad papier over de toetsen zodat die niet zichtbaar waren. Voor het typen een aanvang nam, keek je best nog eens onder het blad om te checken of je vingers wel goed stonden: de G en de H tussen beide wijsvingers in. Dat had klasgenoot Marnick W. niet gedaan. Zijn vingerzetting was verkeerd en zodoende tikte hij een broebeltaaltje dat ze op vandaag nog altijd aan het ontcijferen zijn. Wij hadden aan het begin van het schooljaar thuis nog geen typemachine. De leraar dactylo was een neefje van de buurvrouwen, twee oude, ongetrouwde zussen. Mijn ouders vroegen raad aan die leraar. Wat te doen? Koop een typemachine voor jullie zoon, zei die, dat kost heus geen fortuin. En zo geschiedde. Ik kreeg een mooie witte Olympia – waarvan je de klep omhoog kon klappen om naar zijn wonderbaarlijke binnenwerk te kijken, wat soms nodig was om het lint te vervangen of om twee hamertjes die helemaal aan de zijkant in elkaar gehaakt waren los te wrikken – want mijn ouders, hoewel zelf niet uitermate geschoold, wilden toch dat ik goede punten haalde en hadden daar best wel iets voor over zo af en toe. Evengoed hadden ze tegen die leraar kunnen zeggen: steek die typemachine waar het zonlicht nooit schijnt, kerel, wij zijn maar gewoon arbeidersvolk, die stomme typemachine gaat onze gas en elektriek niet betalen, is een gewone stylo niet goed genoeg meer misschien, pipo? Maar neen, wat een leraar zei in die tijd, ook al was het een leraar dactylo, daar werd naar geluisterd. Alras kon ik sneller typen dan mijn schaduw en nog altijd ben ik er heel bedreven in. Jullie mogen mijn ouders dankbaar zijn. Stel dat ik niet kon typen, zou ik hier dan van die lange verhaaltjes uit mijn broekspijp schudden? Ik dacht het niet. I-k z-i-e m-i-j a-l b-e-z-i-g-, z-o m-e-t é-é-n v-i-n-g-e-r-t-j-e g-e-l-i-j-k e-e-n d-e-b-i-e-l.

Jullie vragen je misschien af waarom ik eerst iets tik over typen, dan over film en dan terug iets over typen. Wel, dat hoort zo in de rubriek ‘Het leven en hoe het te overleven’. Springen van de hak op de tak. Zo werkt het ook in ons brein, alleszins in het mijne. Ik denk aan tientallen dingen tegelijkertijd, maar omdat tegelijkertijd eigenlijk niet bestaat, er moet altijd wel een of andere tijdsordening zijn, vallen die uiteindelijk in een volgorde neer.

Het wordt een veel te warme zondag. Daarom bied ik jullie ter verkoeling een streepje Slippery Stairs aan. Wellicht zijn dit de tien grappigste minuten die er op het internet te vinden zijn.

Kaaiman gaat met pensioen

30 mei wordt een zwarte dag voor de liefhebbers van de fijnschrijverij. Kaaiman gaat met pensioen. Onder de noemer ‘Kies uw favoriete Kaaiman’ knoopt De Tijd daar een soort van polletje aan vast, maar eigenlijk zou alles wat Koen Meulenaere heeft geschreven in één dik boek moeten gebundeld worden. Hierbij reserveer ik alvast mijn exemplaar.

Voor hij Kaaiman werd schreef Koen Meulenaere voor Knack. Ik heb hier ooit verteld dat ik in mijn hoedanigheid van freelancer één keer in de gebouwen van Knack ben geweest, ter gelegenheid van een nieuwjaarsdrink. Een van de redenen dat ik zo tuk was om daarheen te gaan, was dat ik hoopte om Koen Meulenaere eens in levende lijve te treffen. Hij was er, op de drink. Ik heb hem gegroet maar niet aangesproken. Wat moest ik zeggen: ‘Goe bezig, Koen!’ Neen, helden moet je met rust laten.

Geen columnist was scherper dan Meulenaere. In menige column flirtte hij als het ware met een rechtszaak tegen hem. Wat mij  betreft hing er een mysterieus aura om hem heen. Waar haalde hij zijn informatie, wat waren zijn bronnen? Hij pakte publieke figuren, vooral politici, niet één keer maar meerdere keren aan. Hard aan. Bij mijn weten is hij zelden aangeklaagd en nooit veroordeeld, noch de bladen waarvoor hij schreef. Meulenaere zag je nooit in andere media opduiken. Op het internet zijn er amper foto’s van hem te vinden en die lijken dan nog allemaal geschoten op hetzelfde moment. Er waren zijn stukjes en dat was het. Misschien dat sommige van zijn doelwitten daardoor deden alsof hij niet bestond.

Hij bundelde enkele van zijn columns in een boekje dat werd uitgegeven met de steun van de miljardair Fernand Huts. Ook dat was Meulenaere, hij had ook zijn vrienden. Rik Van Cauwelaert bijvoorbeeld, die Meulenaere volgde van Knack naar De Tijd.

Koen Meulenaere becommentarieerde in een ver verleden voetbalverslagen voor de VRT en ik geloof later ook voor VTM. In die verslagen zat altijd een leuke twist. Hij mocht als los-vaste kracht de kleinere wedstrijden doen, die helemaal aan het eind van Sportweekend zaten, maar je wist, het is Meulenaere, spits je oren, er komt iets wat je van andere commentatoren niet kreeg, namelijk een relativerende kwinkslag: het is maar voetbal verdomme en over twee weken weet niemand nog wie hier tegen wie speelt, laat staan wat de uitslag is.

Meulenaere gaat dan wel met pensioen, maar het is niet dat de man daarom niet meer mag schrijven. Ik hoop dat hij verder gaat, op de een of andere manier. En nogmaals, bundelen alstublieft, al die heerlijke stukjes. Doen, Koen!