Corona-mijmeringen, een vervolg op wat voorafging

Dit bericht op de nieuwssite van de VRT. Kort samengevat: mannen die in 1941 de gewelven van een kerk schilderden, hebben heel hoog, waar niemand bij kon tot aan een volgende schilderbeurt, een brief verstopt.

De werkmannen hadden geen goed leven. Ze maakten een tweede oorlog mee, leden honger en werden uitgebuit. Toch is dit geen klaagzang. Alleen al het feit dat vier mannen samen het initiatief namen om deze boodschap voor zij die na hen kwamen achter te laten, getuigt van een optimisme in het leven. De brief eindigt met goedbedoeld en hoopvol advies voor de schilders die over vele decennia hoog op een stelling hun geschrift moeten vinden.

Aandoenlijk is de zin. ‘Als deze zoldering nog eens geschilderd zal worden, zullen wij niet meer tot deze aarde behoren.‘ Er staat niet ‘zullen wij dood zijn’, maar wel iets veel poëtischer. Het is aannemelijk dat deze werklieden hun armzalig leven verdroegen en aanvaardden omwille van hun geloof in een hogere kracht, in God.

Ik heb in de loop van mijn leven het katholicisme in Vlaanderen zien wegkwijnen. Met het katholieke geloof zijn ook de waarden die het uitdroeg wat op de achtergrond geraakt. Toeristen bezoeken kerken over de hele wereld, maar niet meer om er te bidden, maar meer vanuit een soort architecturale nieuwsgierigheid en verwondering. Om op teensletsen en met de zonnebril hoog in het haar ‘o’ en ‘aaa’ en ‘wat mooi’ te zeggen en om thuis verslag uit te brengen van dat pittoreske – dat woord mag nooit ontbreken – kerkje ergens in een of andere Italiaanse glooiing. Ik vind kerken bijzondere gebouwen, maar ook de katholieke liturgie heb ik altijd kunnen smaken. De Kerk heeft haar public-relations echter slecht gevoerd, is niet meegegaan in een aantal emancipatiebewegingen. Niet dat priesters rappers moeten worden met blingbling rond hun nek, maar vrouwen toelaten tot het priesterambt, waarom niet eigenlijk? Ik kijk uit naar de eerste transgender met een roeping. Daar gaan de langrokken in Rome nog een kluif aan hebben.

Die mannen die ons schrijven vanuit het jaar 1941 hadden geen goed leven, beweren zij zelf. Geen goed leven hebben heeft vaak te maken met de inwerking van externe factoren die de kwaliteit van het leven grondig verminderen en waar je zelf geen vat op hebt. De naoorlogse generatie is een goed leven als een vanzelfsprekendheid gaan beschouwen. Wij dachten – en ja, hier moet ik de verleden tijd gebruiken – aan het roer te staan van ons eigen leven. Wij vonden maar één ding vervelend aan het leven en dat was dat het ooit eindigde, maar dat was iets voor later, veel later. Zolang het duurt moet het vooral leuk zijn en blijven. Leuk, het meest vreselijke woord van de moderne tijd. Een pandemie, dat was iets spannends voor in de weekendfilm op zaterdagavond, waarin de held efkens uit zijn lood wordt geslagen door ambetante, moedige, maar bij voorbaat verloren vijanden. Bij voorbaat verloren, inderdaad, want een weekendfilm waarin de held de wereld niet redt, vinden we maar niks, stemt niet overeen met ons wereldbeeld van de onfeilbare mens, die baas is op deze bol.

Ik sluit niet uit dat ik voor de rest van mijn leven op openbare plaatsen een mondmasker zal moeten dragen en dat ik nooit meer met een andere mens schouder aan schouder zal zitten in een café, een feestzaal, een kerk, een theaterzaal of waar dan ook. Niet dat dat laatste mij stoort, maar het eerste wel. Het voelt nu al vreemd aan om beelden te zien van op elkaar gepakte mensen. Het is iets uit een vervlogen tijd. Mensen leren heel traag oude gewoontes af, maar leren heel snel nieuwe gewoontes aan. Net als velen ben ik er in mijn hoofd nog niet klaar voor om te geloven dat we in een nieuwe wereld zijn aanbeland. Ik denk nog altijd dat we die corona onder de knoet krijgen, maar zelfs als dat gebeurt zal onze samenleving daar littekens aan overhouden. Zelfs als we pakweg tegen volgende zomer iedereen gevaccineerd krijgen, dan nog zal de angst voor een volgende pandemie sterk aanwezig blijven. Wetenschappers kondigen ze nu al aan. Ik las een artikel over een dodelijke schimmel die aan een opmars bezig is. En verder zijn er nog de muggen waar die Vlaamse dichter die in Japan woont of woonde of werkte, zijn naam ontsnapt mij nu, bijna vijftien jaar geleden al een dichtbundel aan wijdde.

Goede levensomstandigheden zijn geen recht, of beter, we kunnen geen recht claimen op iets wat we niet in onze macht hebben. Veel hebben we als individu niet onder controle. Dan komt het belang van gemeenschapszin om de hoek kijken. De berichtgeving over corona is alarmerend. Ik zag in het journaal de paniek in de ogen van de mensen uit de zorg. En toch zijn er nog altijd kwasten die denken dat het allemaal nog zo erg niet is. Ik stel voor dat we iedereen die anderen in gevaar brengt voor een weekje of twee drie in de gevangenis of een gesloten instelling gooien, een gedwongen quarantaine. Tijdelijk Chinese omgangsvormen invoeren tegen de hardleersen. De digitale schandpaal. Of een echte schandpaal, rotte eieren en tomaten gooien naar de onverlaten, op afspraak welteverstaan. We hebben altijd lacherig gedaan over die Chinezen met hun big brother-manieren, en niemand wil big brother, jezus help neen vreselijk, maar het zijn precies zij die vrijheid blijheid prediken en leven alsof de zon nooit ondergaat die zo’n maatschappij dichterbij brengen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s